Machinefabriek :: Ranonkel

Dat Machinefabriek een nieuw album uitheeft, is niet echt nieuws. Rutger Zuydervelt, de man achter de eenmansgroep, produceert immers aan de lopende band releases van hoogwaardige kwaliteit. Dat Ranonkel een officieel album is, geeft het album een extra cachet.

Niet dat er een verschil op te merken valt tussen de verschillende platen van Machinefabriek, of toch niet op kwalitatief vlak. Zuydervelt maakt duidelijk geen onderscheid naargelang de drager of het label en brengt gewoon nieuwe nummers of albums uit wanneer hij er zin in heeft. Dat veel van die releases in beperkte oplage worden uitgebracht en dus snel uitverkocht zijn, wordt gelukkig treffend opgevangen door nu en dan betaalbare compilaties zoals Weleer (2007) op de markt te gooien.

Ranonkel is in zekere zin de opvolger van Marijn (2006), het officiële debuut op Burning World records, en ligt in eenzelfde muzikale lijn als zijn voorganger(s). Zuydervelt is een begenadigd soundscape-artiest die als geen ander weet hoe hij krakende geluiden moet vertalen naar sfeervolle en stemmige ruis. Minimalisme is nog meer dan anders het sleutelwoord geworden voor een album dat uitblinkt in schijnbare stiltes.

Neem nu "Stokstuftoon" dat onmiddellijk carrière kan maken bij de betere kunstgalerij of cult scifi-film uit de jaren zeventig. In essentie wordt een enkele klank gemanipuleerd, uitgerekt en gevarieerd in toonhoogte tot er een bezwerende track van bijna zeven minuten ontstaat. En net hetzelfde kan gezegd worden van de andere nummers. Toegegeven, in "Andermans thuis" gebruikt Zuydervelt meerdere geluiden, maar zijn aanpak blijft dezelfde: minimalistische ruis die een niet definieerbaar gevoel oproept.

En daar ligt net de kracht van Machinefabriek en Ranonkel: iets wat in essentie niet meer is dan ondefinieerbaar achtergrondgeruis wordt verheven tot een muzikale expressie die de luisteraar uitdaagt en confronteert. Nu eens kort en haast achteloos ("Ranonkel 2") dan weer haast ridicuul lang uitgesponnen en verhoudingsgewijs complex ("Zink") weet Zuydervelt continu iedereen op het verkeerde been te zetten.

Ranonkelis geen plaat die gekocht of beluisterd dient te worden vanwege de songs, refreinen of hooks want die zijn er gewoonweg niet. Het experimentele of brutale is evenmin aanwezig. Wat overblijft, is white noise. Achtergrondgeruis, dwingend en toch afwezig. Prominent, maar nooit de aandacht opeisend, ontrafelt Ranonkel steeds verder tot de plaat opeens stopt en het duidelijk wordt dat een entiteit verdwenen is.

Rutger Zuydervelt mag dan wel aan een verschroeiend tempo nieuwe nummers schrijven en uitbrengen, zolang hij niet onder de lat gaat, is er geen vuiltje aan de lucht. Binnen de meer dan veertig titels tellende catalogus is Ranonkel een even goede kennismaking met het fenomeen Machinefabriek als gelijk welke andere solorelease van hem. En zolang hij daarnaast zijn kleinere releases nu en dan bundelt op verzamelalbums, heeft werkelijk niemand reden tot klagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + twaalf =