Iceland Airwaves (múm + Kira Kira + …)

AB, Brussel, 8 maart 2008

We houden van die avonden waar je van het ene podium naar het
andere kan wandelen zonder tijd te verliezen aan soundchecks of
artiesten die hun fles wijn eerst willen legen en met een Club op
de eerste verdieping en een grote zaal op het gelijkvloers, leent
de AB zich prima voor dergelijke mini-festivals. Het thema van de
dag was… IJsland. Het is toch wel vreemd dat een land met
duidelijk minder inwoners dan pakweg Luxemburg onze alternatieve
(muziek)cultuur zo in de ban kan houden. Hebben ze daar dan
relatief gezien meer bands die de moeite zijn? Wellicht. Hebben ze
misschien de juiste manier gevonden om hun muziek naar hier te
brengen? Waarschijnlijk. Het zijn er allemaal vrienden en ze
brengen elkaar mee. Dit klinkt een beetje als een plaag en dat is
het zeker niet, maar zoals steeds bestaan er goede en minder goede
vrienden en waarom zou IJsland plots een synoniem voor kwaliteit
zijn? Feit is dat het deze keer múm
was dat ons, Belgen, naar de zaal lokte en ons hun vrienden
voorstelde.

De eerste van die vrienden heette Skakkamanage. De
om 19 uur al bijna volledig gevulde club zag een vijftal dat een
verdienstelijke indierock bracht met folk- en country-elementen en
dat met een behoorlijk breed palet want we hoorden nu eens Clap Your
Hands Say Yeah
, dan wat Madrugada en vervolgens onze eigen Admiral
Freebee
. De zanger had trouwens ook opvallend veel weg van Tom
Van Laere. Afsluiten deed Skakkamanage met (al dan niet bewust)
piepende gitaren, lichte noise en IJslands gebrabbel. Moet
kunnen!

Het meest opvallende aan de zes van Borko was hun
witte mouwloze onderlijf – omdat het volgens hen in Brussel is
uitgevonden – en hun (pogingen tot) humor. Gemakkelijkheidshalve
kondigden ze hun genre aan als emotionele progrock en ‘uitgesponnen
progrock’ was inderdaad wat we noteerden. Het jammere aan de band
is, dat ze soms zo veel kanten opwilden dat we de weg wat verloren
en we eigenlijk van minder geslaagde songs kunnen spreken. Enkel
hun trompettist bracht wat leven in de brouwerij maar hun songs als
‘Shoo Ba Ba’ en ‘Doo Doo Doo’ mochten gerust in IJsland
blijven.

Terug naar boven voor Parachutes, de eerste band
waar we ‘iets’ van konden verwachten. Parachutes zwemt in de
post-rockvijver en heeft bijzonder goed naar hun landgenoten van
Sigur Rós geluisterd. Iets te goed eigenlijk want wat we zagen was
een Sigur Rós-light met een volledige afwezigheid van eigenheid.
Jammer, want dit is beslist een band met potentieel al moeten ze
dit misschien gaan zoeken buiten het prototypische Scandinavische
geluid (een xylofoon hier, een viool daar, een schuiftrompet hier
en alles zo dromerig en feeëriek mogelijk). Onze complimenten gaan
naar de celliste/violiste/backing vocal/danseres die bezield
enthousiast op het podium stond en de animo op haar eentje de lucht
injoeg.

Na drie bands bleek Parachutes toch wel de sterkste formatie die we
zagen. Tot een Kristín Björk Kristjánsdóttir het podium betrad en
vijf anderen meebracht die samen Kira Kira heten.
De frontvrouw gedroeg zich als een zevenjarige in een wondere
wereld van geluiden, geproduceerd door gitaren, een dubbele drums,
pedal steel, trombone, mandoline, een laptop en een aantal
rariteiten en hoewel het geluid ook bijzonder Scandinavisch klonk,
sprong Kira Kira hier een stuk creatiever mee om dan Parachutes
deed. ‘Beach Box Disasters’ klonk onheilspellend chaotisch en
bevreemdend. In ‘Bless’ werd duidelijk dat het vooral de pedal
steel was die de sound van Kira Kira apart maakte. Kristín mag dan
geen ijzersterke zangeres zijn, met in sterk Scandivasche tongval
uitgesproken zinnen als “this is getting even funner by the
minute,”
kreeg ze de sympathie van de zaal volledig mee.

Tot slot was het aan múm zelf om te bewijzen voor
wie de overgrote meerderheid eigenlijk was gekomen. Vanaf opener
‘Winter (What We Never Were After All)’ was het duidelijk dat ze
dit met verve zouden doen. Koor met dienst was iedereen die in het
verloop van de avond op een podium had gestaan, waarbij echter
duidelijk werd dat een geoefend koor toch nog iets anders is. Maar
deze lichte smet deed niets af aan de prestatie van múm, dat ook
live hun nieuw gekozen pad sinds ‘Go Go
Smear The Poison Ivy’
volledig insloeg, met uitzondering van
bisnummer ‘Smell Memory’ dat hun bekende electronica van vorig werk
helemaal boven haalde.

Vanaf tweede nummer ‘Moon Pulls’ kregen we enkel múm en kwam hun
ware talent in deze sober gebrachte versie bovendrijven. ‘Oh, How
the Boat Drifts’ van ‘Summer
Make Good’
en een nieuw nummer waar nog wat werk aan is, waren
de enige twee songs voor de bis die niet van de laatste langspeler
geplukt werden. Múm maakte er dan ook een plezier van om hun songs
in de meeste gevallen van een nieuw jasje te voorzien. Het skelet
van ‘Marmalade Fires’ stond er nog maar de invulling was uniek. ‘A
Little Bit, Sometimes’ kreeg dan weer een geheel nieuwe intro mee.
‘Blessed Brambles’ werd het hoogtepunt van de avond, mede door een
onverwachte drumsolo, en Kiss kwam even om de hoek kijken toen múm
‘I Was Made for Lovin’ You’ vanuit ‘Dancing Behind my Eyelids’ liet
overvloeien. Wie zich voor het optreden een múm-kazoo had
aangeschaft, mocht tenslotte, samen met alle vorige bands, nog eens
meefluiten op ‘They Made Frogs Smoke ‘Til They Exploded’. Het
groepsgevoel is altijd belangrijk geweest voor de mannen van
múm.

Het positieve aan Iceland Airwaves bleek dat de kwaliteit – een
verdraaiing in het begin uitgezonderd – er in de loop van de avond
steeds beter op werd. Laten we vooral onthouden dat Parachutes mits
enig zoekwerk nog heel wat kan bereiken, Kira Kira een naam wordt
die Vlaanderen zal beginnen koesteren en múm bewees waarom ze in
onze streken zo geliefd zijn. IJsland, het moet er toch de moeite
zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 13 =