Raising Arizona




Het is nog niet zo vaak gebeurd dat een film van de gebroeders
Coen ronduit negatieve recensies heeft gekregen – je hebt nu
eenmaal een klasse filmmakers waarbij de critici automatisch toch
nog gaan zoeken naar iets dat ze kunnen zeggen om de prent te
verdedigen. Maar met ‘Raising Arizona’, hun follow-up na
de verrassingshit ‘Blood Simple’, hadden
ze toch prijs. Te karikaturaal, klonk het. In welke fantasiewereld
denken de Coens eigenlijk wel dat ze hun film geplaatst hebben?
Over de top. Ga zo nog maar even door. Aan die fantasiewereld
zouden zowel pers als publiek later nog moeten wennen – je kunt
ervan houden of niet, maar het is wel krek dezelfde gestileerde,
bizarre plek waar ‘The Big Lebowski’ en ‘O
Brother, Where Art Thou’ zich nog zouden afspelen. Maar bovenal
waren de hevige kritieken op ‘Raising Arizona’ het resultaat van de
spectaculaire bocht die de broertjes plotseling hadden gemaakt na
hun debuut. ‘Blood
Simple’
was een duistere, onderkoelde, gortdroge film
noir
waarin geen woord te veel werd gesproken. En iedereen was
er gek van. In plaats van meer van hetzelfde te bieden, kwamen de
Coens echter aanzetten met een hysterische, compleet van de pot
gerukte komedie waarin alle personages continu lijken te
schreeuwen. Heel wat mensen wisten dan ook niet wat ze ervan
moesten maken, en ‘Raising Arizona’ is jarenlang het zwarte schaap
in de filmografie van de broertjes gebleven. Tot chronische
uitzendingen op tv en een lang leven op video en dvd uiteindelijk
toch een herwaardering op gang brachten. Tegenwoordig is het een
soort cultfilm geworden.

Nicolas Cage speelt H.I. “Hi” McDunnough, een mislukte
overvaller die na een drietal arrestaties besluit om zijn leven te
beteren. Hij trouwt met Ed (Holly Hunter), de agente die drie keer
zijn mug shot heeft gemaakt, en al gauw denken ze aan
kinderen. Een mooi plan, tot blijkt dat Ed geen kinderen kan
krijgen. Adoptie is ook niet mogelijk dankzij Hi’s strafblad en dus
neemt het koppel noodmaatregelen: Nathan Arizona, een rijke
meubelmarchant, is net vader geworden van een vijfling. Onder het
motto dat de Arizona’s toch meer kinderen hebben dan ze aankunnen,
besluiten Hi en Ed om één van de baby’s te stelen.

De komische stijl van de Coens in ‘Raising Arizona’ is een
kruisbestuiving van Monty Python, een ouderwetse deurenkomedie
waarin personages nét op tijd kamers in- en uitlopen, en een ‘Road
Runner’-tekenfilmpje. Monty Python laat zich erg sterk voelen in de
manier waarop de personages met een onverbiddelijke logica reageren
op uitzonderlijke situaties. Voorbeeld: naar het einde van de film
vallen John Goodman en William Forsythe (in bijrollen als uit de
bak ontsnapte vrienden van Hi) een bank binnen om die te
overvallen. “Freeze!,” roepen ze, “iedereen op de grond!”
Waarna een oude man zeer geduldig en zeer omstandig begint uit te
leggen dat het fysiek onmogelijk is om stil te blijven staan én te
gaan liggen. “Als we gaan liggen, moeten we ons bewegen, dat kan
niet anders.” In wezen is dat dezelfde grap als de Franse
kasteelbewaker in ‘Monty Python and the Holy Grail’ die zich twee
minuten lang staat af te vragen hoe je aan kokosnoten raakt in
Engeland.

De Coens scheppen er ook geweldig veel plezier in om eenvoudige
situaties te compliceren tot op het absurde af. Let op een scène
waarin Hi luiers gaat stelen uit een nachtwinkel. Dat begint
simpel, maar voor je het weet komt de politie erbij. Ed rijdt in
paniek weg met de baby, zodat Hi te voet kan gaan lopen. Dàn voeren
de Coens ook nog eens Randall ‘Tex’ Cobb ten tonele als een
gesjeesde bounty hunter op een moto, die zich ook in de
achtervolging mengt. Voor je het weet, zit je met een
chase die steeds groter en complexer wordt, inclusief een
roedel wilde honden en een op hol geslagen dame met een
winkelkarretje. Dat is dan het ‘Road Runner’-gevoel van de film:
situaties escaleren steeds verder, tot ze nauwelijks nog een punt
in het verhaal lijken te dienen, maar gewoon verder razen op hun
eigen manische kracht.

Dat alles houdt in dat ‘Raising Arizona’ inderdaad een
overspannen film is, die de volle negentig minuten op full
volume
draait. Alle emoties worden tot in het extreme
overdreven. Deze personages zijn niet een beetje treurig of een
beetje kwaad – ze janken hun longen eruit of ze brullen je
trommelvliezen kapot. Er bestaan geen ingehouden emoties, alles
wordt tot het uiterste gedreven. Soms is dat heel grappig, en het
geeft aanleiding tot een aantal geweldige scènes, maar de originele
critici van de jaren tachtig hadden wel gelijk dat je soms aan de
acteurs zou willen vragen of ze niet zo zouden willen
SCHREEUWEN!

Dat de personages karikaturen zijn, ligt voor de hand. Nicolas
Cage speelt Hi als een pantoffelheld met een ontploft kapsel, die
compleet per ongeluk in elke situatie terechtkomt en zich dan
zichtbaar staat af te vragen: “Hoe is dit gebeurd?” Holly Hunter
gaat met plezier over de top als Ed, een klein vrouwtje met een
groot bakkes, en bewijst gaandeweg dat ze een degelijke
komische timing heeft. John Goodman en William Forsythe spelen de
belangrijkste bijrollen en gaan schaamteloos voor het cartooneske.
Ze brullen, lopen en gillen dat het een aard heeft – vooral Goodman
zou later nog betere rollen spelen voor de Coens, maar hun
vertolkingen doen wat ze moeten doen. Alle personages spreken
trouwens weer in dat omstandig gestileerd Engels dat later een
handelsmerk zou worden van de filmmakers: er is no way dat
een figuur als Hi ooit dingen zou zeggen als “Biologie en de
vooroordelen van anderen spanden tegen ons samen om ons kinderloos
te houden”.
Behalve dan in Coenland.

Na hun low budget begin met ‘Blood Simple’, kregen de
broertjes overigens voor het eerst een fatsoenlijk budget, en dat
laat zich merken aan de visuele stijl. De regisseurs laten hun
camera door de settings heen glijden met een zwierigheid en een
nooit aflatend tempo die passen bij het waanzinnige ritme van het
script. Let op een shot waarin de camera over het gazon van het
gezin Arizona zweeft (en onderweg een driewielertje, een auto en
een fontein moet ontwijken), een ladder opgaat en vervolgens door
een open venster zoeft: dat is een hommage aan een gelijkaardig
shot uit Sam Raimi’s ‘Evil Dead’, maar bovenal is het een teken dat
de Coens zich ongelooflijk amuseren met hun nieuw speelgoed.
Tegenwoordig zou je dit soort shots verwachten in een David
Fincher-film.

‘Raising Arizona’ is een Looney Tunes-tekenfilm, maar dan in ‘t
echt – vermoeiend en luidruchtig, ja, maar vaak ook bijzonder
geestig en altijd inventief. Natuurlijk is het allemaal geforceerd
(ik heb nog nooit een film van de Coens gezien die niét geforceerd
was), maar er gaat geen seconde voorbij waarin er niets
interessants gebeurt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − zeven =