Hyems :: Antinomie

Restrain, 2007


Het is gemakkelijk om blackmetal belachelijk te vinden. Voor een
buitenstaander verwijst het immers naar muzikale, tekstuele en
visuele eenheidsworst; bands die opteren voor ondergeproduceerde
takkeherrie en onverstaanbare screams, kinderachtige
anti-religieuze lyrics en minder kinderachtige misdaden in
Noorwegen, en lachwekkende kogelriemen en corpsepaint. Dat is een
begrijpelijke, maar niettemin onterechte reactie. Want zoals altijd
zit het ingewikkelder in elkaar. Wie er iets van afweet, zal dan
ook niet de gelijkenissen, maar de verschillen binnen het genre
beklemtonen. Eigenlijk vormt black metal een soort muzikale
microkosmos, waarbinnen de meest diverse subgenres en
ondervertakkingen naast en door elkaar bestaan. Er bestaan, ruwweg,
een vijftal soorten; underground black metal (Gorgoroth),
melodieuze black metal (Dimmu Borgir) –
waartoe ik ook de verbindingen met gothic (Cradle of Filth) en
folk (Borknagar) reken, groovy death/black metal (Behemoth),
progressieve of avant-garde black metal (Arcturus) – waartoe ik ook
de verbindingen met industrial (Blut Aus Nord) en klassieke muziek
(Limbonic Art) reken – en zelfs niet-blackmetal. Dat laatste
subgenre verwijst dan naar bands die muzikaal zo goed als niets
meer gemeen hebben met het genre, maar er spiritueel duidelijk mee
verwant blijven, denk bijvoorbeeld aan Elend of Ulver. De reactie van
de buitenstaander moet dus enigzins bijgesteld worden. Het begrip
“blackmetal” verwijst niet naar één bepaalde muzikale, tekstuele en
visuele stijl, maar naar een serie verwante genres die er alle een
eigen stijl op na houden.

De underground variant, bijvoorbeeld, gebruikt vaak een snel en
ondergeproduceerd geluid, satanistische teksten en corpsepaint,
terwijl de folk- of viking-versie meestal folkloristische
instrumenten toevoegt, middeleeuwse veldslagen bezingt en
maliënkolders draagt. Misschien is er dus uiteindelijk wel sprake
van eenheidsworst, maar dan op het niveau van het subgenre.
Blackmetal is niét voorspelbaar, gothic blackmetal wél. Dat kan een
slechte zaak zijn, die genrebeperkingen, maar het biedt anderzijds
ook mogelijkheden tot vernieuwing en groei. Een band als Satyricon,
bijvoorbeeld, is doorheen zijn rijke carrière geëvolueerd van een
melodieuze blackmetalband die flirt met folk tot een groovy
death/blackband met interesse in industrial en straightforward
rock. Of denk aan Ihsahns recente ´The Adversary´, dat een soort
staalkaart vormt van elk subgenre binnen deze metalsoort.

Waar op de kaart van de black metal moeten we het jonge Duitse
Hyems nu plaatsen? Op basis van ´Antinomie´, hun eerste plaat, moet
deze band gesitueerd worden op de rand van groovy death/black en
underground blackmetal. Tussen de obligate en irrelevante intro en
outro trekt Hyems acht keer van leer, met beslist wisselvallige
resultaten. Soms zijn er wel degelijk goede elementen te bespeuren,
bijvoorbeeld de snel striemende riffs en groovy tempowisselingen op
´Dekadencia´ of het verrassend meezingbare ´Vater Ich Brenne´,
wellicht de twee beste songs.
Daarnaast valt er soms zeker een lichtpuntje te bespeuren, zowel op
riff- (het begin van ´Als Ob Es Einen Morgen Gebe´ of het einde van
´Serum 144´) als op ritmegebied (het einde van ´Tum Hiems´). Zolang
de band zich beperkt tot death/black-elementen blijven de problemen
dus meestal binnen de perken.

Spijtig genoeg probeert de band ook een soort underground
blackmetal te brengen. Dat betekent snerpende riffs, hakkende
blastbeats en zielsverkillend gescream. Het probleem is dat noch de
riffs noch de drums noch de screams van een noemenswaardig niveau
zijn. De band creëert af en toe wel een aanvaardbaar
death/black-geluid, maar verstikt dat vervolgens met zijn poging om
harder te hakken en sneller te snerpen dan échte underground-bands
zoals Gorgoroth of Dark Funeral, een bij voorbaat verloren strijd.
Naar de toekomst toe stel ik dan ook voor dat ze een van beide
subgenres kiezen en zich daarop toeleggen.

Een tweede probleem is dat Hyems beantwoordt aan alle muzikale
blackmetalcriteria, maar geen overtuigende blackmetalsfeer weet op
te roepen. Toegegeven, verschillende genre-elementen zijn aanwezig,
van de sfeervolle keyboard- en koorgeluiden die het album inkaderen
tot de melodieuze, akoestische interludia van ´Tum Hiems´ en ´Als
Ob Es Einem Morgen Gebe´ en het mysterieuze gefluister op
´Dekadencia´ en ´Tum Hiems´. Dat is ook zo op tekstueel gebied;
typische maatschappijkritische aanklachten (‘Dekadencia´, ´Als Ob
Es Einen Morgen Gebe’) worden afgewisseld met even voorspelbare
lofzangen op de winter (´Tum Hiems´, ´Hiems Atra´), cheesy
woordspelingen als ´Syphilisation´ en obligate verwijzingen naar
Prometheus incluis. Het probleem is echter dat geen van die
elementen – muzikaal of tekstueel – echt kan boeien of overtuigen.
Het beste voorbeeld daarvan is de stem. De doorwinterde – pun
not intended
– blackmetalfan weet dat de beste zangers geen
uniform en lachwekkend gekrijs produceren (alhoewel, beste Dani,
…), maar een gevarieerd en onmiddelijk herkenbaar stemgeluid. De
strot van Satyr, bijvoorbeeld, valt niet te vergelijken met de
scream van Ihsahn, het geprevel van Abbath of het gegrom van
Vorphalack. De zanger van Hyems hoort duidelijk niet in dat rijtje
thuis.

En uiteindelijk is ´Antinomie´ als geheel een verhaal van gemiste
kansen. Misschien weten ze die scepsis te ontkrachten op hun
volgende plaat. Maar voorlopig blijven ze hangen in de grijze
middelmaat. En zoals ze zelf terecht opmerken, is ´Mittelmass
eine Beleidigung´
. Ook op blackmetalgebied.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × een =