Major Stars :: Mirror/Messenger

Met zijn zesde en meest toegankelijke studioplaat kwam Major Stars eindelijk terecht bij een label die naam waardig (Drag City), al zal de band ook daar zijn naam niet waarmaken. Major Stars is op zijn best als hij kan gedijen in de marge.

Die marge, dat is die van de heftige psychedelische hardrock. Wie hen vorig jaar aan het werk zag op het (K-RAA-K)³-festival is dat waarschijnlijk niet vergeten: de zeskoppige band, met drie gitaristen in de rangen, speelde er immers een verwoestende en overdonderende set die vaak dreigde met chaos — en regelmatig in die chaos verzonk. Geleende versterkers werden naar de knoppen gespeeld, songs waren door de geluidspap amper van elkaar te onderscheiden en zangeres Sandra Barrett, nochtans een schoon mieke, bakte er niks van: ze zong vals, op de verkeerde momenten of helemaal niet, flirtte met het publiek, rolde over het podium en trapte het voortijdig af. Maar toch: het was een bom op dat podium, een natuurkracht die wenkbrauwen verschroeide en ons er nog eens aan herinnerde dat rock-‘n-roll een ritueel zonder weerga kan zijn.

Die livefurie wordt op Mirror/Messenger nu en dan tastbaar gemaakt, maar wie op zoek is naar dezelfde overrompeling zal tevergeefs blijven zoeken. Of het iets te maken heeft met Barrett, die de band pas vergezelde vanaf Syntoptikon (2006), is niet duidelijk, maar de band is meer dan ooit geneigd om songs van conventionele lengte en stijl te spelen. Terwijl oudere albums slechts een handvol songs bevatten waarvan er meerdere vlot over de tien minutengrens gingen, zijn op Mirror/Messenger niet minder dan vijf van de acht songs rond de drie minuten blijven steken. Barrett heeft een stem die overduidelijk gekweekt werd door het luisteren naar classic rock en blues, en de combinatie met de woeste gitaarattack onder leiding van voorman Wayne Rogers, een Hendrix voor de noisegeneratie, is bij momenten indrukwekkend. Luister maar hoe popsongs “Half Centered, Half Sane” en “Can’t End Today” als dolle rottweilers uit de startblokken schieten.

Helaas is Barrett, ondanks haar bluesy croonen, overduidelijk de zwakke schakel in deze band: ze is allesbehalve toonvast en na een paar songs valt het op dat ze steeds opnieuw terugvalt op dezelfde trucs en tics. Wat er dan overblijft: gitaren, gitaren en nog eens gitaren. Major Stars moet het hebben van gierende feedback, in modder verzuipende distortion en knoestige gitaarduels die onder invloed van drugs, alcohol en een baldadige bezetenheid culmineren in lawaaifestijnen die klinken alsof Sonic Youth in de clash gaat met Comets On Fire tijdens het coveren van Blue Cheer-songs. Het is acid rock van de puurste soort die, zeker onder invloed van de juiste drugs, redelijk fenomenaal klinkt. Het album ontbeert dan wel de logge sound van Syntoptikon, de impact is er amper minder om.

Korte songs als “No More” en “Portable Freak Factory” moeten het hebben van aanstekelijkheid en traditionele hardrockriffs. Spijtig genoeg lukt het de songs die plaats bieden aan snarengegesel niet om de meters in het rood te duwen. De negen minuten van “My People” zijn veeleer ingehouden: het blijft bij voorspelbare zanglijnen en aanslepende seventies rock. Gelukkig wordt dit gecompenseerd door het einde van de plaat. Instrumental “Hercules” zet de toon die in het afsluitende titelnummer leidt tot wat we al de hele tijd zochten. Bestond de volledige plaat uit songs van dit kaliber, deze gierende oplawaai van tien minuten, deze genadeloze kopstoot van decibels, dan draaiden we hem de komende drie jaar minstens twee keer per dag.

Na nog geen twee minuten wordt het pedaal immers ingetrapt met een knipoog naar Black Sabbaths “Symptom Of The Universe” en doet de band wat hij het best doet: loos gaan. Riff na riff wordt op elkaar gestapeld, gitaargeluiden worden monsterlijk vervormd, er wordt hysterisch gejankt en vuil gescheurd en naar een kolossale lawaaifinale toegewerkt. En vooral: Barrett houdt haar mond even. Dat de band ervoor koos om niet te doen wat hij al jaren doet (uitpakken met free form freak-outs) is zijn volste recht. Het is nu en dan wel jammer dat wat er tegenover gesteld wordt niet altijd dezelfde voldoening schenkt. Mirror/Messenger is eigenlijk een mislukking, maar wel een hele goeie. Het valt enkel te bezien of de puzzelstukjes ooit volledig in elkaar zullen vallen. Als dat lukt, dan herkent u ons aan de waanzinnige blik en het schuim in de mondhoeken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 17 =