Reign Over Me




Het is geen zeldzame ziekte dat komische acteurs zich op een
bepaald moment op dramatische rollen smijten. Er komt nu eenmaal
een tijd dat je ook eens serieus genomen wilt worden – en dan zie
je dus Robin Williams die in de jaren tachtig in ‘Dead Poets Society’
zijn pruilmondje voor het eerst bovenhaalt, Will Ferrell die je
vierkant van je sokken blaast in ‘Stranger Than Fiction’
of Jim Carrey die ineens een oscarwaardige prestatie levert in ‘The
Truman Show’. Adam Sandler, één van de meest irritante komieken van
de voorbije eeuwen, ondernam een paar jaar geleden al een poging in
Paul Thomas Andersons onderschatte tragikomedie ‘Punch-Drunk Love’, maar
nu is het hem pas echt menens. Tranerige monologen, een hevig
getormenteerd personage met meer trauma’s dan propere onderbroeken,
en ondertussen, zachtjes sudderend op de achtergrond, misschien wel
de belangrijkste historische gebeurtenis van de nieuwe eeuw.
Yup, Sandler wilt hier duidelijk iets forceren. Het
resultaat is een film die niet zozeer opmerkelijk is omdat hij
slaagt in z’n opzet, als wel omdat hij op z’n minst niét faalt. Dit
had een genante bedoening kunnen zijn, maar ondanks z’n gebreken,
en er zijn er wel wat, is het dat niet geworden.

Don Cheadle speelt Alan Johnson, een tandarts die op het eerste
zicht alles zou moeten hebben om gelukkig te zijn: hij is getrouwd
(met Jada Pinkett-Smith), komt financieel niks te kort en wordt
graag gezien door zijn patiënten. Maar stilaan begint er een soort
van onvrede te borrelen. Zijn collega’s behandelen hem als
personeel en zijn huwelijk is ongeveer even opwindend als een
bingoavond in een bejaardentehuis. (Ter illustratie: ze steken
samen puzzels in elkaar. Puzzels, godbetert, als er nu één teken is
dat je dringend iets anders moet zoeken om met je tijd te doen!) Op
een dag wordt de monotonie van Alans leven echter doorbroken,
wanneer hij op straat Charlie Fineman (Sandler) tegenkomt, een oude
studiegenoot. Charlie is zijn vrouw en drie dochters verloren bij
9/11, en sindsdien leidt hij een kluizenaarsbestaan: hij speelt
videogames, luistert naar oude platen en zondert zich verder van
iedereen af. Gedeeltelijk uit medelijden en gedeeltelijk omdat hij
wil ontsnappen aan de banaliteit van zijn eigen leven, besluit Alan
hem te helpen. Maar dat ziet zijn eigen omgeving niet zo
zitten.

De achtergrond van 11 september 2001 wordt met fluwelen
handschoentjes aangepakt in ‘Reign Over Me’: de verwijzingen naar
de aanslagen zijn zeldzaam, en wanneer er dan toch over wordt
gesproken, beperkt regisseur en scenarist Mike Binder zich volledig
tot het menselijke drama ervan. ‘Reign Over Me’ is geen politieke
film, maar een melodrama over een man die niet door zijn rouwproces
heen raakt. In die zin had de tragedie waar Charlie mee moest leven
net zo goed iets anders kunnen zijn – het punt is niet hoé het
gebeurd is, maar wel dat zijn vrouw en kinderen gestorven zijn.
Wanneer de onvermijdelijke monoloog over die beruchte dag dan toch
komt, krijgen we enkel de persoonlijke gevoelens van Charlie te
horen – het woord “terrorisme” wordt niet eens uitgesproken.
Sterker nog: we krijgen geen rechtstreekse verwijzing naar het
World Trade Center, Osama Bin Laden en ga zo maar door. De enige
directe referentie naar de grotere context van het drama komt er
wanneer Alan met de schoonmoeder van Charlie praat: “Alles ging zo
goed, tot die monsters naar hier kwamen.” Ik veronderstel dat als
je je dochter en je drie kleinkinderen bent verloren in zo’n
gebeurtenis, je inderdaad over monsters spreekt.

Da’s een belangrijk punt, omdat de herinnering aan 9/11 elke
seconde van ‘Reign Over Me’ beïnvloedt. Er wordt niet of nauwelijks
openlijk over gesproken, maar iedereen in het publiek weet waar het
over gaat. Is dat emotionele manipulatie of juist een smaakvolle
behandeling van het onderwerp? Je kunt beide standpunten
verdedigen, maar mij stoorde het in ieder geval niet.

Thema’s als verlies en rouw worden in ieder geval op
traditionele Amerikaanse weepie-wijze aangepakt, waarbij
de clichés nooit erg ver af zijn. Er zijn maar weinig emotionele
littekens die, naar de wijsheid van Amerikaanse films, niet
opgelost kunnen worden met een regelmatig bezoekje aan de
psycholoog en een dikke knuffel van een goede vriend. Binder doet
oprecht z’n best om de trauma’s van zijn hoofdpersonage niet te
banaliseren, door hem bijvoorbeeld een paar keer in zijn depressie
te laten hervallen nadat er een doorbraak is gekomen, maar
uiteindelijk blijft de boodschap hetzelfde: wat je nodig hebt, is
vriendschap en de gelegenheid om alles eens in de groep te gooien.
Ik ben nog niet zo cynisch om te denken dat dat niet kan helpen,
maar in ‘Reign Over Me’, net als in zoveel andere melodrama’s,
blijft het zoeken naar een diepere dimensie. In werkelijkheid zou
iemand als Charlie Fineman worden opgenomen in de psychiatrie en
jarenlang aan de medicatie zitten. Hij zou waarschijnlijk zelfs
helemaal niet zelfstandig kunnen leven, en dan kun je nog zoveel
babbels doen met psychologen en vrienden, dat verandert er (op
korte termijn) niks aan. Mike Binder wil ernstige thema’s
aansnijden in ‘Reign Over Me’, maar hoe hij ook probeert, het
blijft een tranentrekker, die op alle voorspelbare emotionele
knopjes drukt.

Blijft er natuurlijk de vraag hoe efficiënt dat gebeurt. Net
zoals dat in alle genres het geval is, heb je goeie en slechte
tranentrekkers, en in dat opzicht scoort ‘Reign Over Me’ lang niet
slecht. De centrale relatie tussen Alan en Charlie is mooi
getroffen, in de zin dat het niet meteen te melig wordt. Ze vallen
elkaar niet meteen in de armen om ogenblikkelijk een diepe,
betekenisvolle relatie te vormen, maar voelen een verbinding door
hun gevoel voor humor, hun verleden samen en het feit dat ze tegen
elkaar niet over hun problemen hoeven te praten als ze dat niet
willen. Don Cheadle is één van de meest onderschatte Amerikaanse
acteurs van het moment, en weet hier een stilletjes geloofwaardige
menselijkheid aan Alan te geven. Adam Sandler, op zijn beurt, was
dé grote gok van ‘Reign Over Me’, maar verdomd, de mayonnaise pàkt.
Sandler blijft low-key, laat zich nergens verleiden tot
humor die niet bij het personage past en heeft uiteraard zijn
obligate Grote Monoloog, die hij (eerlijk is eerlijk) feilloos
brengt. Oké, het moment op zichzelf is pure manipulatieve
melocinema – maar het is wél goed gespeeld. Je bent jezelf continu
bewust dat Mike Binder de truken van de foor aan het bovenhalen is
om je toch maar te kunnen raken. Maar bon, raken doet hij wel.

De nevenpersonages zijn dan weer veel minder interessant.
Jada-Pinkett Smith krijgt een ondankbaar rolletje als Alans vrouw,
een oppervlakkige trien die haar man schijnbaar wil vasthouden in
zijn afstompende bestaan van puzzels leggen en om half elf in bed
kruipen. Ook Liv Tyler als psychologe komt maar weinig uit de verf.
De schoonouders van Charlie krijgen iets meer persoonlijkheid mee,
maar we krijgen te weinig gelegenheid om het verhaal vanuit hun
standpunt te bekijken, zodat we ook niet echt iets voor hen kunnen
voelen.

‘Reign Over Me’ is oertraditionele emo-cinema zoals het al
ettelijke jaren wordt gemaakt. Huilbuien, woedeuitbarstingen,
tranerige muziek, trauma’s en louteringen alom. Grote cinema is het
dus niet, maar als je het in zijn genre bekijkt, is het best wel
goed uitgevoerd. En dan is er nog Sandler, natuurlijk, die
misschien nog wel ergens een fantastische prestatie in zich heeft
zitten. Wie weet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 15 =