Hitman





Met Timothy Olyphant, Dougray Scott,
Olga Kurylenko, Ulrich Thomsen, Robert Knepper
e.a.

‘Geef ons een populaire game en we zullen er een pokkefilm van
maken!’ Hollywood houdt van snelle cash en er is niks dat zich nog
sneller van de snertband laat rollen dan een banale
computergameverfilming waar zelfs de fervente joystickrukkers hun
neus voor ophalen. ‘Mario Bros’, ‘Resident Evil’, ‘Tomb Raider’, ‘Doom’, allemaal geliefde
generatiegames (zucht, die eerste paddestoelervaring bij Mario, ik
zal ze nooit vergeten) die de meest luizige behandeling kregen van
mensen die denken dat ze een makkelijke doelgroep de meest
hersencelvernietigende onzin kunnen aansmeren. Waar ze meestal ook
in slagen, natuurlijk. Aldus werd ‘Hitman’, een weinig vernieuwend
maar sfeervol third person-shooterke, aangepakt door een
kliekje onwetende flurken, die er een veel te serieuze, van de hak
op de tak springend en totaal miscast Jason Bourne-afkooksel van
maakten. Allemaal onder het alziende oog van Franse crapgoeroe Luc
Besson, die er een apocalyptische weddenschap op nahoudt om de
kelders van Hollywood te overtroeven met de grootste
prefab-bullshit die hij keer op keer blijft financieren. Stop maar
Luc, je hebt al lang gewonnen.

Timothy Olyphant heeft zijn stoere ‘Deadwood’-snor vakkundig
laten afscheren om onwennig in het gladgestreken pak van Agent 47
te kruipen, de koelbloedige huurmoordenaar met de esthetisch en
praktisch verantwoorde barcode op het kale achterhoofd. Hij is
gekweekt en getraind door The Agency, een organisatie die zo geheim
is dat niemand weet dat ze bestaat (ooooh), vooral actief
in het Oost-Europese blok en achternagezeten door een afgematte
Interpolagent (Dougray Scott takes the money and runs).
Wanneer een doorsnee opdracht om de Russische president (Deense
dogmakop Ulrich Thomsen) te vermoorden een valstrik blijkt te zijn,
gaat 47 tot het uiterste om de bedrieglijke valsaards met veel
precisie en zwakke oneliners af te maken. Hij krijgt hiervoor de
hulp van Nika (Olga Kurylenko), een sliploos seksslaafje die maar
al te graag met de blote borsten rondhuppelt om de moraal hoog te
houden. Flink zo, meid.

Bon, waar zal ik beginnen? Bij de onthutsend onsamenhangende
plot die snel werd gefabriceerd om de onbeduidende en
ongeïnspireerde actiescènes nog kiger aan elkaar te lijmen? Bij
de onfortuinlijke keuze om babyface Timothy Olyphant de titelrol te
laten spelen nadat Vin Diesel zich had teruggetrokken achter de
schermen als producent? Of misschien bij de van elke visuele flair
gespeende look die regisseur Xavier Gens hanteert om
duidelijk te maken dat je nooit genoeg blauwe filters en
rookmachines kunt gebruiken? Misschien begin ik beter bij het
begin: waarom slaafse verfilmingen van games voor eeuwig en altijd
gedoemd zullen blijven om harder te zuigen dan een loops
breezersletje aan de poppers.

De graphics mogen nog zo scherp en gedetailleerd worden en de
zorg aan een degelijk verhaal blijft een welkome inzet, maar de
grootste kracht van games blijft zich situeren in het veld van de
interactiviteit van de speler. Games zijn een interactieve
bezigheid waarbij de speler zijn eigen verhaal kan creëren. Je kan
‘Hitman’ spelen als een serieuze sniper-sluiper die met zo weinig
mogelijk bloedvergieten een missie tot een goed einde probeert te
brengen, of je gaat all the way en knalt als een
dolgedraaide jaren tachtig- Chow-Yun Fat met de chromé
ballers (veel te weinig aanwezig in de film) op alles wat
beweegt. In ‘Hitman’ de film krijg je een zwak voorgeprogrammeerd
verhaaltje (een onidentificieerbare brij over politieke corruptie
en verraad, denk ik), een hoofdpersonage die elke minuut een brok
van zijn icoonwaarde verliest (een love interest voor 47?)
en actie die bijlange niet zo cool en suspensevol is als de
set-pieces uit het pixelequivalent. ‘Hitman’ de film is anderhalf
uur toekijken hoe iemand anders een game zit te spelen. Iemand die
er bovendien niks van kent en constant op het praatknoppeke in
plaats van op het schietknoppeke zit te stampen. Dat is passief,
saai, frustrerend en werkt gewoonweg niet. En zo krijg je ‘Hitman’,
een zoveelste mislukte gameverfilming die het zelfs niet probeert
om te werken als een degelijke film en voldoening neemt met het
feit dat het een gefaalde gamekopie is die per ongeluk op pellicule
is gesukkeld.

Maar het moet dus wel degelijk een ‘film’ voorstellen, anders
zou Dougray Scott niet zo hard zijn best doen om tegen zijn zin de
meest potsierlijke dialogen uit zijn houten smoel te murwen. Je
kan het de man niet kwalijk nemen, hij was ooit voorbestemd om
Wolverine te spelen maar Hugh Jackman was hem voor. De leperd. Maar
ook al mompelt hij een heel eind weg (‘this doesn’t make any
sense!’
brult hij heel even, in een poging om de film van een
metaniveau te voorzien), het is Timothy Olyphant die van ‘Hitman’
zo’n gênante en slaapverwekkende affaire maakt. Afgelopen zomer nog
een twijfelachtige slechterik in ‘Die Hard 4.0’ (Bruce
peuzelt hem op als ontbijt) en nu een last-minute-vervanger voor
spierplaneet Vin Diesel. Olyphant wandelt door de nochtans
sfeervolle settings (St. Petersburg) met een even dreigende
uitstraling als Dimitri Leue en slaagt erin om nog een grotere
krulgrijns dan Adriaan Van den Hoof op te zetten. Dat ‘Hitman’ niet
ging vallen of staan met zijn belachelijke verhaal was te
verwachten, maar dat ze de bastaardzoon van Michael Biehn en Billy
Bob Thornton elk greintje allure en charisma uit de immer coole
Agent 47 zouden laten zuigen is een veel kwalijkere zaak. Om maar
te zeggen dat Olyphant op geen enkel moment weet te overtuigen als
de icecold killer met het mister Proper-kapsel.

Niet dat regisseur Xavier Gens en scenarist Skip Woods (zijn
laatste wapenfeit was het memorabele ‘Swordfish’, ahum) moeten
onderdoen voor het suckgehalte van hun protagonist. De actie is te
schaars en te slordig voor dit soort filmpjes (enkel het zwaardduel
met de Agenten in het verlaten treinstation laat even wat strak
georchestreerd geweld toe) en alles wat er tussen hangt is
overbodig en tempovertragend verhaalballast dat weinig terzake doet
en dan ook navenant gemonteerd werd. Wat ik tussen de
continuïteitshiaten heb kunnen opmaken is dat Agent 47 een brave
moordenaar is die in Jezus gelooft (geen enkele religieuze mop
gespot, zwak!), de Russen nog steeds corrupte communisten zijn met
een moddervet accent (bastards!) en dat er een geil en
exhibitionistisch (hurray for boobies!) Eurotrash-hoertje
met uitlopende mascara achter het gat van 47 aanloopt in de hoop op
een krachtig vluggertje. En zelfs dat kan de barcodekwibus niet.
Teleurstellend, op z’n minst.

‘Hitman’ is een futloos misbaksel dat met weinig plezier en zero
relativeringsvermogen in elkaar is geflanst door een stel onbekwame
prutsers. Gameverfilmingen zullen nooit hoog op de
waarderingsschaal van de kritische kijker eindigen, maar dat zelfs
het foute crapniveau van een kinderlijk enthousiaste Uwe Boll te
hoog gegrepen lijkt, is pas echt triest. Game over man, game
over!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =