Soil & “Pimp” Sessions :: Pimpoint

Ze lijken dan wel recht uit een mangastrip gerold te zijn, maar de zotskappen van het Japanse jazzcollectief Soil & “Pimp” Sessions zijn heel serieus wat hun muziek betreft. De heren hebben zich uitermate bekwaamd in death jazz, het soort waarbij muzikanten haast neervallen bij hun eigen razende en virtuoze geweld.

Soil & “Pimp” Sessions (SPS) is een vrij explosieve jazzband die zes leden in de rangen telt: Shacho (officiële rol publieksbespeler … alsof ze live nog een extra gangmaker nodig hebben!), Tabu Zombie (trompet), Motoharu (sax), Josei (piano), Akita Goldman (bas) en Midoryn (drums). De bestaansreden van de groep ligt in de eerste plaats in de zinderende liveshows die ze neerzetten. In hun thuisstad Tokio was in de door dj’s beheerste clubcultuur voor het livewerk zelfs een pioniersrol weggelegd voor het collectief.

De bal gaat voor SPS pas echt aan het rollen in 2003. Er is nog geen plaat, maar wel een ijzersterke livereputatie die hen een stek op het Fuji Rock Festival verschaft, het belangrijkste rockfestival in Japan, een gelegenheid die met beide handen gegrepen wordt en ook vruchten afwerpt in de vorm van een eerste release. Liet Pimpin (2004), het eerste album voor Victor Entertainment, al een razende en razend knappe fusie van jazz en rock horen, dan imponeert Pimp Master (2005) pas helemaal. De aan de modal jazz van Pharoah Sanders en Gary Bartz uit de jaren zeventig herinnerende manie sleurt de luisteraar hier meteen bij het nekvel.

Pimp Master raakt in de handen van BBC Radio 1-dj Gilles Peterson, die de groep weken aan een stuk airplay bezorgt in zijn Worldwide-show en de band inviteert voor een sessie in de legendarische Maida Vale BBC-studio. Het album, een mix van eigen composities en jazzstandards en zowat een bundeling van het beste van hun kunnen, wordt in een nieuw kleedje gestopt en via Petersons eigen label Brownswood en het Duitse label Compost onder de naam Pimpoint nu voor het eerst ook buiten Japan verdeeld.

Hoewel voor haast elke muzikant in elk nummer op Pimpoint een glansrol is weggelegd — meer nog, wie er geen heeft, eist er gewoon een op — pronkt vooral de blazerssectie in de veertien nummers. Zombie en Motoharu blazen alsof hun leven ervan afhangt en buitelen geregeld spectaculair over drums en keyboard heen. De doldrieste aanpak resulteert in nummers als “Dawn” en “The Slaughter Suite” in jazz met het grote gebaar, een feestelijk spervuur dat onwillekeurig doet denken aan de zuiderse glitter- en glamourshows van weleer, waarin de oogverblindende gastvrouw, al dan niet getooid met pauwenveren, afdaalt van een joekel van een showtrap.

Zijn de blazers de pronkende prima donna’s die met graagte lang en opvallend uithalen, dan is drummer Midoryn het minder opvallende maar wel essentiële werkpaard. De man roffelt en klopt als een bezetene alle richtingen uit, en is zo de vloedgolf waarop de overige bandleden hun surfboard positioneren en vervaarlijk balanceren. In “Makuroke” mag Midoryn loosgaan in een bij tijden zwaar door P-funk geïnspireerde jam, terwijl “Hype Of Gold” meer gebaat is bij de fluwelen aanpak. Maar ingetogen of dolgedraaid, stuwend en sturend is Midoryn altijd.

Doseren kan SPS hoe dan ook. Net wanneer je uitgeteld in de touwen dreigt te gaan hangen na een zoveelste uppercut van een moordsong, komt een ingehouden en verstilde trage brok finesse als “Scales” langs om het zweet van het voorhoofd te deppen. Of een enkel rustpunt ook live voldoende is om te bekomen, moet u maar eens vragen aan de getuigen van SPS op Klinkende Munt afgelopen zomer. Zij worden nog steeds gesignaliseerd met een hartslagmeter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − vijf =