Richard Hawley :: Lady’s Bridge

“Heb jij soms dat gevoel ook niet thuis te horen in deze tijd?”, vroeg Frank Boeijen eind jaren tachtig al in “Hier komt de storm”. Jazeker, en dat geldt ook voor Richard Hawley, wiens platen keer op keer bloedmooie avondwandelingen door het soms desolate landschap van de romantiek zijn.

De ex-gitarist van Pulp maakte zich indertijd de bedenking dat de muziek die hij wilde horen niet meer gemaakt werd. Dus doet de man uit Sheffield het maar zelf. Vergelijkingen met Roy Orbison en Scott Walker zijn niet van de lucht, en inderdaad, Hawley’s platen zullen de vijftigers en zestigers van vandaag met weemoed aan hun schoolbals van weleer doen terugdenken. Op Hawley’s concerten zitten ze broederlijk en zusterlijk naast de twintigers en dertigers die de sierlijkheid van pakweg The Divine Comedy terugvinden bij de zogenoemde “Sheffield Sinatra”.

Hawley’s vierde plaat, het majestueuze Coles Corner uit 2005, stond weer bol van de prachtige (viool)arrangementen die zich rond zijn croonende stem draperen, een stem die alle gezichten en de bitterzoete nasmaak van de wispelturige liefde en het hardnekkige, koppige verlangen bezingt. Soms vertelt hij zijn verhalen echter evengoed solo op gitaar. Hawley gaat er nooit “over”: zijn platen zijn ontzettend gelaagd, strelen het oor in plaats van dat ze in je oor ontploffen zoals veel te veel platen doen vandaag. Ook Lady’s Bridge bevat elf parels die blinken als een rivier bij volle maan. Zulke decors roept Hawley immers steevast op, met gevoelens en songs die gekleurd zijn in valavondblauw en waarin elke noot, elk instrument ten dienste staat van de opdracht de luisteraar daarin mee te zuigen.

In de bloedmooie opener “Valentine” zijn het weer de kamerbrede violen die de gordijnen openen naar Hawley’s wereld, een parallel universum ver weg van de grijze, alledaagse oppervlakkigheid en onuitroeibare lelijkheid die hier welig tieren. En waar plaats is voor schaamteloze romantiek, hoewel die heel vaak een zwart randje bevat. Valentijn is niet meer dan een mes dat geldbeugels en littekens opensnijdt en de bos rozen die Hawley hoopvol naar een afspraakje meeneemt, belandt in de vuilnisbak na alweer een desillusie.

Romantiek bij Hawley is synoniem voor verlangen, en wat is dat meer dan liefde door een verrekijker. Soms is het immers nodig afstand ervan te nemen, zeker na een zoveelste mokerslag, zoals hij bezingt in de titelsong “Lady’s Bridge”: “Oh I know that she’s gone, but I can’t forget her”, herinneringen aan samen wandelen bij de rivier kunnen het bloeden niet stelpen. Is de wonde geheeld, dan kan je weer op zoek gaan naar die ene, zoals in het verrassende en van heerlijke violen voorziene uptempo “I’m Looking For Someone To Find Me”. Hij spreekt haar alvast toe: “When you’re tired and a little lonely/And your heart has nowhere to head/Think of me, I’ll be thinking somewhere/Of all of those things that you said.” Nog geen woord met elkaar gesproken, maar toch al verbonden door dezelfde gedachten. De schrik voor nieuwe wonden kan echter verlammend werken eens je hem of haar gevonden hebt — “Don’t be cruel to me”, drukt Hawley haar alvast op het hart.

Hawley voelt zich thuis in de donkerte van de avond en nacht, en van zichzelf. Hij wentelt zich met zijn geliefde graag in “Our Darkness”, het adembenemende hoogtepunt van de plaat (zoals “The Ocean” dat was op Coles Corner) en waarschijnlijk van het jaar. Aan het einde trekt hij alle registers open met een leger koperblazers die de violen omarmen. “Dark Road” is dan weer een nummer dat enkele jaren te laat verschenen is, al was het maar omdat Johnny Cash er ongetwijfeld een bloedstollende versie van had gemaakt.

Platen als Lady’s Bridge, of de toch nog straffere voorganger Coles Corner, kunnen zo’n deugd doen. Hawley is een perfecte metgezel terwijl je ’s avonds door de heerlijk verlichte stad dwaalt of geniet van een prachtig panoramisch zicht erop. Laat de drama queen in u ontbolsteren en bedrijf de romantiek zoals ze in deze oppervlakkige tijden veel te weinig beoefend wordt. Hawley ontvoert de ratio, maar het enige losgeld is het verlies van vijftig minuten berusting dat de wereld die hij muzikaal oproept doorgaans alleen maar (dag)dromend kan worden beleefd. Deal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 2 =