Caramel




95 min. / Libanon – Frankrijk /
2007

Naast een niet te identificeren haar in mijn eten, hysterisch
jeukende muggenbeten op mijn voetzolen of obers die in
verkleinwoordjes praten, is er nog iets waar ik al eens kregelig
van kan worden: de ‘ça va‘ film. Ik heb het dan specifiek
over die éne categorie van films die nergens in uitblinken, maar
ook weinig fouten maken. Die geen stunts uithalen, maar ook nooit
bekeuringen zullen krijgen. Films waar in wezen niets mis mee is,
maar die het gespendeerde anderhalf uur ook niet weten te
verantwoorden. Rotslechte films kan je nog lekker vlot door de
gehaktmolen zwenken, uitblinkers breng je met je bewoording gezwind
een stapje dichter bij de hemel en over het algemeen kan je bij de
meeste films nog makkelijk met de vinger wijzen waar het juist of
verkeerd liep. Alleen die ‘hoe was ie? Goh, ça va’-films,
de vis- noch vleesgevallen, laten zich moeilijker doorklieven. Het
is puur een gevoel, je wordt er warm noch koud van, je voelt er
gewoon niet zoveel voor. Kritisch zijn wordt dan een hele
uitdaging.

‘Caramel’ is daarenboven nog eens een licht politiek gekleurde
film, waarvan de goede bedoelingen geen ondertitels hoeven en de
goudkleurige beelden vragen om bewierookt te worden. Van de slag
verzadigd raakte ik er jammer genoeg niet van. De prent beantwoordt
braafjes aan de in de trailer opgesomde verwachtingen: een zoete,
kleurrijke vrouwenfilm waarin tragiek perfect door smeuïge humor op
smaak wordt gehouden. Amusant, maar weinig origineel, als een
shampoo met parelmoerextracten die wonderen belooft, maar eigenlijk
hetzelfde louter haarontwarrend effect heeft als alle anderen.

Een vrouw staat in een goudgele lichtgloed in een nauwsluitend
bloemenkleedje door de jaloezieën naar de straat te staren. De
prachtig gestileerde affiche van de film ademt duidelijk Wong Kar
Wai-magie uit. Op die sfeer botsen we in de film ook sporadisch
(het telefoongesprek, de minnaar die we nooit te zien krijgen),
maar we stoten evengoed op een Almodovariaanse voorliefde voor
hectische vrouwenonderonsjes. Regisseuse Nadine Labaki steekt haar
geheim niet onder haar kappersstoelen: ze is van beide heren een
grote fan en heeft zich duidelijk door hen laten inspireren. Maar
net als de vrouwen die in haar film laveren tussen Westerse
vernieuwing en Libanese traditie, zoekt ook zij nog wat naar haar
eigen identiteit tussenin. Ze kiest voor een afzwakking van beide
regiestijlen: het kapsalon met de ronde ramen en de groezelige
hotelkamer in de sensueel strelende verlichting brengen je in
the mood
, maar een neurotisch kakelende klant en de hobbelige
liefdesavonturen van de vijf vrouwen halen je er ook zo weer
uit.

Er wordt veel gepraat. Tussen het knippen, brushen, wassen en
epileren met karamel door wordt in het schoonheidssalon ‘Si belle’
van Layla in Beiroet geroddeld over seks, schoonheid en mannen.
Leyla heeft een verhouding met een getrouwde man. Jamale zit in
haar menopauze, maar weigert oud te worden. Nisrine staat op het
punt van trouwen, maar is geen maagd meer. Rose heeft haar eigen
leven opgeofferd om voor haar veeleisende, vrij geschifte zus te
zorgen. Rima valt dan weer op vrouwen, maar lijkt het zelf nog niet
te beseffen.

Regisseuse Nadine Labaki neemt zelf de hoofdrol van Layla de
uitbaatster voor haar rekening en als promo was dat geen slechte
zet: Labaki is het soort vrouw die elke man spontaan, zonder het
zelf te beseffen, zou beginnen te stalken, gewoon maar omdat ze
zo’n volmaakte schoonheid misschien nooit meer in hun leven terug
zullen tegenkomen. Nadine is van de schoonsten der aarde,
het soort vrouw waarvoor mannen zelfmoord zouden plegen, maar laat
haar uiterlijke pracht nu net omgekeerd evenredig zijn met de
originaliteit en vindingrijkheid van haar aandeel in het verhaal.
Ze steelt nét iets te veel de show van haar collega-actrices die
interessantere verhalen met ons delen, maar ze weet waarschijnlijk
ook wel dat ze nu eenmaal het beste op de camera pakt.

Labaki levert met haar vrouwenportret kritiek op haar thuisland
Libanon, maar wel van de mildste soort. Verpakt in een romantische
komedie, legt ze subtiel en zonder de feministische toer op te gaan
of ook maar één keer over de conflicten in Libanon te zeuren, de
ziel van de Libanese (vrouwen)maatschappij bloot. Op een vrolijke
en luchtige manier geven de niet-professionele actrices elk
gestalte aan enkele kwesties waar Libanese vrouwen van vandaag mee
te kampen krijgen. Hun verlangen naar het Westerse
schoonheidsideaal, hun hang naar vrijheid en zelfstandigheid en de
traditionele verwachtingen die ze dienen te vervullen, maar waar ze
door omstandigheden in falen: Layla kan haar ouders geen echtgenoot
voorstellen, Nisrine ziet zich genoodzaakt om haar maagdenvlies te
laten ‘herstellen’ en Rose voelt zich té verplicht t.o.v. haar zus
om ook eens van de liefde te proeven. De Libanese vrouw heeft het
niet gemakkelijk, ligt in de knoop met zichzelf en haar
schuldgevoel en is op zoek naar de gulden middenweg tussen een
vrije westerse geest en de erfenis van hun opvoeding. Labaki wil
een positieve boodschap meegeven: de Libanese vrouwen kijken
vooruit en willen samenleven, ongeacht religie of leeftijd en delen
hun geheimen, bijvoorbeeld in een kapsalon. Met haar volwassen en
vrij realistische blik én oog voor beelduitstraling en
sfeerschepping, brengt ze het er voor een eerste keer zeker niet
slecht vanaf, maar voor drop dead gorgeous blijft ze iets
te veel in de gekende potjes van het genre roeren.

Zoals de moeder van Nisrine in de film het zo goed verwoordt:
het leven is als een meloen, je ziet pas wat erin zit, als je hem
opendoet. Zo is het ook met Caramel: de betoverende
verpakking van de affiche blijkt een minder bijzondere inhoud te
herbergen dan verwacht. Snoepgoed, maar geen plakker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =