Spoil Engine :: Skinnerbox v.07

Het wordt maar eens tijd dat vakwerk in z’n eer hersteld wordt. Ooit was dit het hoogste goed, het ineenfrutselen van nieuw, hoogstaand werk op een stevige basis van traditionele waarden, nog voor die schijnbaar enkel nog samengingen met achteruitwijkende grijze haren en een plastic grijns.

De laatste vijfhonderd jaar is het immers al originaliteit en vooruitstrevendheid dat de klok slaat, waardoor veel leveranciers van degelijk kwaliteitswerk zonder meer een voortijdig bestaan in de schemerzone riskeren, als materiaal voor "zij die niet beter weten". Spoil Engine bewijst dat het anders kan. Het vijftal is amper twee jaar bezig en komt nu aanzetten met een van de albums van het jaar — en dit alles zonder enige tastbare vernieuwing te brengen.

Deze zelfverklaarde aanvoerders van de aanrollende New Wave Of Belgian Heavy Metal verzoenen staccato riff-werk met pompende grooves en de occasionele breakdown. Verwacht dan ook geen klassieke metal uit de beduimelde archivaria van de Britse seventies (al is er zeker ook wel wat van geleend), maar vooral eigentijdse metal die doet denken aan het werk van bands als The Haunted, Soilwork en In Flames, maar ook Unearth, Lamb Of God en zelfs Machine Head.

Natuurlijk hebben we die formule allemaal al eerder gehoord. Meer zelfs, het lijkt wel alsof een overbehaard metalhoofd van onder de dertig tot niets anders meer in staat is, afgaande van de als paddenstoelen uit de grond schietende derderangsbandjes. Mààr. Dit is allerminst opgewarmde metalcore-kost zoals we die onderhand kotsbeu gevoederd zijn. Hier wordt niet hetzelfde formuletje tot in het grauwe oneindige gerecycleerd, noch wordt er eindeloos gefietst rond diezelfde laaggestemde open snaar. Hier zijn mensen met inspiratie aan het werk.

Het begint al met openingstrack "Enter The Arena", met een glansrol voor zanger en deeltijds stemtrapezist Niek Tournois. Z’n strottenhoofd is het grottenhuis van een bulderende snauw die op z’n beste momenten klinkt als een betere Corey Taylor en zo een razende drive meegeeft aan het hele album. Dit is géén gecalculeerde metalstem van de witte producten maar eentje met een (wel erg kwade) ziel. Een uitstervend soort.

Zo’n zanger in huis hebben mag dan wel een voorsprong van enkele kilometers betekenen, zonder degelijk ondersteunend musiceerwerk blijft een band ter plaatse trappelen. De andere muzikanten bewijzen echter dat ze uit hetzelfde hout gesneden te zijn. "Own Worst Enemy", het nummer dat de gemiddelde Whiplash-luisteraar ongetwijfeld al een paar keer door het gehoorgangen gepompt heeft gekregen, is een dynamisch nummer dat een paar bijzonder lekkere compositorische bochten in huis heeft en eigenlijk het hele album typeert. Nog zo’n feest voor de fijnproever is "Danilah Breaks". Het obligate, groovende anti-oorlogsnummer "Over & Out" heeft met z’n bedrieglijk simpele refreintje dan weer een haakje van formaat in huis en bewijst dat het niet altijd even avontuurlijk hoeft. Persoonlijk hoogtepunt is verder dat ene, erg aan At The Gates (ten tijde van Slaughter Of The Soul) refererende melodische loopje in de kop van "Cold & Black" — maar is er zeker wat lekkers voor iedereen, in alle kleuren en smaken.

Skinnerbox v.07 is een ontroerend goed geslaagd staaltje puur vakmanschap. Neen, het is niets wereldschokkends noch is het bijster origineel, maar het getuigt wel van een bijna verbijsterende kennis van zaken en liefde voor de stiel. Dit mag dan ook, zij het dan in zijn eigen genre, zonder twijfel tot op de hoogte van andere Belgische grootheden als Aborted en Leng Tch’e gehesen worden, al zijn ze bijlange niet zo moeilijk. Lekker bruut maar zich toch niet te goed voelend voor een fraai melodietje, af en toe onverbloemd toegankelijk en ongegeneerd catchy maar toch nergens melig: Spoil Engine is de naam. De jonge metallers onder u doen maar beter geen oog dicht doen voor ze dit hebben beluisterd. De rest van u: weet dat de Belgische metal-traditie weer even gered is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 5 =