Chris Cornell :: Carry On

Met een nummer op de soundtrack van de laatste James Bond en een meer dan behoorlijk concert op Pukkelpop lijkt de carrière van Chris Cornell weer op de rails te staan. Helaas laat hij het op zijn nieuwe soloplaat enigszins afweten.

Kurt Cobain zou dit jaar veertig geworden zijn, wist een Brits blad ons onlangs te melden. Dat de hele grunge-generatie stilaan tot de categorie oude rockers begint te horen, werd tijdens de afgelopen editie van Rock Werchter pijnlijk duidelijk bij het concert van Pearl Jam. Twee managertypes waren er niet mee opgezet dat enkele tieners wild in het rond springend voor hen plaatsnamen. Je moet tegenwoordig al naar een concert van Mark Lanegan als je zulke lui wilt vermijden, en dan nog. Ook Chris Cornell, 43 ondertussen, hoort tegenwoordig tot het kransje rockers op leeftijd dat, soms met de moed der wanhoop, probeert degelijk plaatwerk af te leveren.

Dat het acht jaar geduurd heeft voor Cornell met een vervolg op Euphoria Morning, zijn goed ontvangen maar voor geen meter verkopende solodebuut, op de proppen komt, hoeft niet te verbazen. Sinds het heengaan van zijn band Soundgarden tien jaar geleden, ging ’s mans leven niet bepaald over rozen. De in de sector veelvuldig voorkomende drugproblemen lieten Cornell niet ongemoeid, er waren de liefdesperikelen en daarenboven stak de man zeven jaar van zijn leven in Audioslave.

En nu is er Carry On, een nieuwe poging om uit het dal te raken. Dat lijkt te lukken, dankzij een stek op de soundtrack van Casino Royale voor "You Know My Name". Het is Cornell van harte gegund, maar "You Know My Name" is nu niet dadelijk het meest indrukwekkende nummer uit zijn oeuvre. De blazers en violen maken het zelfs enigszins potsierlijk, maar als je op de klankband van James Bond wilt, zijn er vast regels die gevolgd moeten worden. Dat het nummer het laatste van Carry On is, maakt dat we een en ander nogal makkelijk door de vingers zien. Gewoon tijdig rechtspringen en de plaat voortijdig stilleggen, is de boodschap.

Anders is het gesteld met de openingstrack, het behoorlijk indrukwekkende "No Such Thing". Een radiomaker stelde ooit dat een stevige openingstrack alles is voor een goede uitzending, en voor een plaat is dat niet anders. "No Such Thing", dat vaagweg aan Foo Fighters doet denken, zet aan om verder te luisteren en smeekt gewoon om op volle sterkte met de buren gedeeld te worden. Helaas blijft dat gevoel niet overeind gedurende de hele plaat. Langdradigheid blijkt namelijk de boosdoener die Cornell nog niet van zich afgeschud heeft na zijn Audioslave-periode, en dat maakt dat nummers als "Silence The Voices" en "Killing Birds" vooral gezucht ontlokken.

Ook "Safe And Sound" overtuigt niet. Het is in dit nummer dat het beeld van de oude rocker opnieuw komt bovendrijven en dat we eerder aan TW Classic dan aan Pukkelpop moeten denken. Verrassing van het album is de cover van "Billie Jean". Waar het idee om dat nummer te coveren tot een van de meest onzalige ter wereld hoort, is de cover zelf zowaar een pareltje en vormt hij meteen het hoogtepunt van Carry On. Ook "She’ll Never Be Your Man" is, met zijn groovende baslijn, een van de sterkere momenten van het album.

De hoogtepunten blijken echter net iets te schaars en de algemene teneur is er dan ook één van lichte ontgoocheling. We mogen zelf weliswaar nog lang van het stadium van oude rocker verwijderd zijn, toch doet dit album, de tijdsgeest in gedachten, de roep om een Soundgarden-reünie vooral toenemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + zeventien =