Yevgueni :: ”Het is natuurlijk het leukst als je lief gewoon mee tot vijf uur op café gaat”

Het wordt zo langzamerhand tijd dat ook de laatste Vlaamse muziekliefhebber zijn of haar cool aan de kant zet om Yevgueni te ontdekken. In de lente schonk de groep ons het uitstekende Aan de arbeid, waarmee ze de kinderziektes en het kleinkunstidioom van Kannibaal overtuigend achter zich lieten. Radio 1 en Radio 2 gingen vlotjes overstag, maar ondanks de knappe songs, heerst de radiostilte nog steeds op ’s lands hippere muziekzenders.

enola: Het lijkt alsof jullie met Kannibaal op Radio 1 mikten omdat het nog realistisch leek daar gedraaid te worden. Met het nieuwe album durven jullie duidelijk te hopen op Studio Brussel, ook al lukt het misschien nog niet. Of is dat te kort door de bocht?
Klaas Delrue (zang): "Dat is wel schoon samengevat eigenlijk. (lacht)"
Geert Noppe (gitaar): "Het is wel niet ’mikken op iets’, hè."
Delrue: "Nee, het was niet de bedoeling en het is zeker niet de manier waarop we er zelf over nadenken, maar het is wel de manier waarop je er nu op terugblikt.
Noppe: "De groep was er ook nog niet bij Kannibaal, anders had die cd ook meer geklonken zoals Aan de arbeid. We zochten toen ook nog naar een geluid."
Delrue: "En toch ook wel naar een lichtjes ander soort nummers. De ontmoeting tussen Yevgueni en Wouter Van Belle is van bij het begin over kleinkunst gegaan. Daardoor hebben nummers als "Sara" en "Mama, ik wil papa" — die we trouwens nu nog steeds live spelen — doorgewogen op de sound van de plaat. Bovendien waren het de twee lievelingsnummers van de producer. Niet dat zoiets erg was, want we vonden dat ook heel goeie nummers, maar ze hebben de werkwijze wel bepaald."

enola: In "Mama, ik wil papa" rekenen jullie als zoon van de eerste kleinkunstenaars een beetje af met de vorige generatie wereldverbeteraars. Er treedt een bizar wereldbeeld naar voren: een combinatie van nihilisme en idealisme. Robbie lijkt daar zowat de belichaming van te zijn. Is dat een verzonnen personage?
Delrue: "Robbie is voor een deel een alter ego, maar het kan ook iemand anders zijn. Een goede vriend. Dat is ook een van de redenen waarom ik voor "I see a darkness" gekozen heb. Dat nummer vat perfect het moment waarop Robbie altijd opduikt: de vroege uurtjes waarin veel te veel gezeverd wordt. Waarin misschien wel grote theorieën verkondigd worden, maar er veel te weinig gebeurt. Daar ben ik zelf ook heel erg goed in. (lacht) We hebben als student af en toe meegemaakt dat een vriend het echt lastig heeft en zoiets kan je flink aangrijpen. Dat gevoel zit heel sterk in deze cd. Robbie belichaamt dat een beetje, hoewel "Robbie I" een erg luchtig liedje is over een student die beseft dat ’als dit gedaan is, dan wordt het voor echt en dat zie ik eigenlijk niet zitten’. Als je dat een beetje opblaast, krijg je een heel suggestieve song die over veel kan gaan."

enola: Je haalt nu zelf het nummer "I see a darkness" aan. Hebben jullie daar reacties op gekregen? Voor veel mensen betekent dat nummer wel wat.
Delrue: "Awel, we hebben eigenlijk niet zo goed beseft welk monument Will Oldham eigenlijk is, waardoor we het lef hebben gehad dat te doen. Knack dicht ons zeer grote ballen toe omdat we dat gedurfd hebben. Ik volg hun redenering ook wel: als Vlaming kan je je altijd nederig blijven opstellen, maar als Johnny Cash er niet moet afblijven, dan moeten wij er ook niet afblijven. Niet dat wij even goed zijn als Cash, maar ofwel mag een nummer gecoverd worden ofwel mag het niet gecoverd worden. En als het mag, mag dat evengoed door een Vlaams flutgroepje als door een monument als Cash. De cover moet gewoon goed zijn."

enola: Jullie hebben je de tekst wel helemaal toegeëigend. Bij Bonnie ’Prince’ Billy heb ik het gevoel dat het echt om een zware depressie gaat en dat het niet goed zal aflopen. Bij jullie gaat het ook om een depressie, maar gelukkig zijn er nog vrienden waardoor het nog wel lukt.
Delrue: "De Yevgueni-touch natuurlijk, hè. Nu, ik heb maar twee zinnen veranderd, maar de sfeer verandert inderdaad. Hoop, hè."

enola: En ook dankzij de arrangementen natuurlijk. Het klarinetje in het begin bijvoorbeeld geeft een touch die het origineel niet had. Hadden jullie schrik om het te kaal te houden?
Delrue: "Bonnie ’Prince’ Billy zingt dan iets. En die zinnetjes kon ik nu net heel slecht vertalen zonder dat het echt kleinkunst zou worden. Maar we hebben er echt op gelet dat we het niet zouden opvullen om op te vullen. Er waren heel veel mensen die zeiden: "Ja maar, dat is gewoon geen nummer." Terwijl die kaalheid net de essentie is van het nummer. (lacht) Dus hebben we op een bepaald moment zelfs moeten vechten om het zo kaal te houden. Ik vind dat we een goede middenweg gevonden hebben, want het moest ook passen bij Yevgueni natuurlijk."

enola: We hadden het net eigenlijk over ’Mama ik wil papa’. Ik heb het gevoel dat dat nummer deels een afrekening is met een vorige generatie die hun idealisme verloren is. Maar hoe kijken jullie dan zelf naar de wereld?
Delrue: "Het is heel belangrijk om te weten dat dat nummer al tien jaar oud is. Het is een observatie van een fenomeen dat keihard bestaat — een beetje uitvergroot. En tegelijkertijd is het inderdaad ook een stijloefening die verwijst naar de kleinkunst van toen. Het is niet echt bewust gebeurd, maar zo wordt het inderdaad eigenlijk een sneer naar de eerste wereldverbeteraars die nu in het andere uiterste verzeild zijn geraakt. Terwijl onze generatie misschien minder ver gaat in haar ambities om de wereld te verbeteren en daardoor ook minder snel afgerekend zal worden op loze beloften. Misschien is er wel iets te weinig ambitie om de wereld te verbeteren."

enola: In nieuwe nummers als "Honger" en "Marcel" hoor ik enig engagement, maar ook niet te scherp. Er worden nog allerlei zaken aangeklaagd, maar dat gebeurt niet al te sterk.
Delrue: "Jawel, maar ik geef niemand de schuld. Neem nu "Honger". Dat nummer is heel bewust zo opgebouwd. Het is een fenomeen waar de meeste mensen heel hard mee geconfronteerd worden, maar dan alleen via de media. Als je met die problematiek dan zelf dag aan dag in aanraking komt, dan komt dat natuurlijk in een nummer terecht. Maar juist dan gaan er bij mij wel waarschuwingssignalen af, namelijk dat ik heel voorzichtig op de lijn tussen beschrijven en oordelen moet balanceren."

enola: Heb je schrik om een duidelijker of scherper oordeel te vellen?
Delrue: "Neen, omdat er voor zo’n probleem geen schuldige aan te wijzen is. Je moet niet zingen: ’meneer de president, los dat hier eens op’. Het is gewoon een groot probleem dat te maken heeft met hoe de wereld in elkaar zit. Maar niemand die nu aan de macht is, heeft die wereld zo in elkaar gestoken, ook al zit het gigantisch fout wat betreft Noord-Zuid."

enola: Is dat dan het verschil met de 68’ers of de vorige kleinkunstgeneratie? Dat er geen "Mijnheer de president" meer gezongen wordt omdat je er medelijden mee hebt?
Delrue: "Mocht ik in Amerika wonen… Daar heb je echt wel een persoon waarop je je kan afreageren. Maar het is maar de vraag of dat je daar iets mee bereikt."
Noppe: "Ik vind het zelfs veel sterker als je dat niet doet. Als je gewoon door je analyse al bekritiseert, zonder dat je iemand de schuld geeft. Ik vind dat precies veel sterker. Klaas schrijft wel meerdere van die nummers, maar als die er een beetje over zijn, sneuvelen die ook wel, hè."
Delrue: "Toch maar één, hè."

enola: En waar ging die dan over?
Delrue:"Dat nummer ging over een ander aspect van hetzelfde probleem. Dus ik vond sowieso al dat we de twee nummers er niet allebei konden opzetten. Het ging meer over de problemen van migranten van de tweede en derde generatie. Ik had er nogal een sterke vingerwijzing naar de Vlamingen ingestopt, en dat werkt niet altijd. De onverdraagzamen vinden dat niet zo erg en je doet dan de mensen die wel verdraagzaam zijn zich nog eens extra ongemakkelijk voelen, terwijl zij het juist wel goed menen. "Wat zal het zijn?" ging daar trouwens ook al een beetje over, maar dat was dan veel abstracter verwoord."

enola: Ik vind dat de sfeer op de nieuwe plaat, zeker in de teksten, veel weg heeft van een piekerende romanticus die graag wegvlucht in de armen van de nacht en in die van een vrouw wanneer ze kwaad wordt omdat de nacht te veel tijd opslorpt. Is dat een beetje een goede typering van jullie nieuwe plaat?
Delrue: "Dat thema kwam al terug in Kannibaal, hè. Nu heb ik eigenlijk hetzelfde gevoel proberen aan te wenden om betere nummers te maken, maar niet om daar zo expliciet een tekstje over te schrijven van de nacht enzo, maar het komt er wel altijd op neer natuurlijk."
Noppe: "Vrouwen hoeven toch geen tegenstelling te zijn van die vlucht in de nacht, of wel?"
Delrue: "Nee, dat is natuurlijk absoluut niet zo maar het is wel meer rock-’n-roll om dat als een tegenstrijdigheid te verkondigen. Het leukste is dat je vrouw gewoon tot vijf uur ’s morgens meegaat op café. De spanning ligt erin dat je er zelf misschien iets meer behoefte aan hebt dan je vrouw, maar voor de rest is het altijd leuker als ze meegaat."

enola: Die rock-’n-roll sijpelt er nu wat meer in. Gaat dat nog meer worden of is de grens nu bereikt?
Delrue: "Het is nu zeer organisch gebeurd. Het resultaat en de reacties op onze nieuwe plaat liggen perfect in de lijn van wat we hoopten te bereiken. Dus nu zitten we met de uitdaging om door te gaan en niet meer dezelfde plaat te maken. Dat zou bij alle goeie groepen de uitdaging moeten zijn, dus als wij beter willen worden, moeten we daar rekening mee houden."
Noppe: "Het is ook niet zo dat wij volgende keer nog eens een stapje harder moeten gaan: heel zacht en gevoelig kan ook ongelooflijk rock-’n-roll zijn."
Delrue: "Misschien dat de extremen gewoon groter zullen worden. En misschien hebben we ooit wel het lef of de behoefte om zo’n hele kale plaat te maken. Dat kan ook. We weten nu nog gewoon niet wat het zal zijn."

enola: Dan kunnen de marketeers bij de VRT nu hun hoofd breken over de vraag binnen welke doelgroep Yevgueni valt.
Noppe: "Inderdaad (lacht)."
Delrue: "Ja, maar ook bij de mensen die jij nu juist noemt is de frank aan het vallen. Wij weten ten eerste al niet wie die mensen zijn…"
Noppe: "Wie, de fans?"
Delrue: "Nee, de marketeers bij de VRT. De presentatoren en programmatoren waarmee we in contact komen, beginnen dat nu ook ruiterlijk toe te geven. Ze vinden het echt al veel beter dan onze eerste plaat en ze weten ondertussen ook heel goed dat we niet in één vakje te duwen zijn. Dat maakt het voor hen niet gemakkelijker natuurlijk, maar ze geven het wel toe. En dat is al een gigantische stap vooruit."

enola: Vroeger heetten jullie Yevgueni Sokolov naar het verhaal en het liedje van Serge Gainsbourg over een petomaan. Wat hebben jullie met petomanie te maken?
Delrue: "Meer dan dat je zou denken! (hilariteit)"
Noppe: "Je zou eens moeten weten!"
Delrue: "De naam Yevgueni Sokolov diende echt om op te vallen. Op het Interfacultair Songfestival speel je met een gelegenheidsproject en de week erna is die groep opgedoekt. In die veronderstelling hebben we gewoon de moeilijkste naam gekozen. Zondagmiddag bij ons thuis is het moment dat mijn vader naar z’n grappige schuif gaat om Urbanus of zo op te zetten. Van die supergrappige dingen. Yevgueni Sokolov zat daar ook in. Achteraf zijn die verhalen voortgekomen vanuit ons hyperklein en hypergoed geïsoleerd repetitiekot en de repetities die onderbroken moesten worden om ramen en deuren open te gooien."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + zes =