London to Brighton




83

Er was een tijd dat Britse misdaadfilms een heel specifieke
identiteit hadden, zodat je ze nooit kon verwarren met hun
Amerikaanse tegenhangers. Kijk maar eens naar klassiekers als ‘Get
Carter’ of ‘The Long Good Friday’: Britse gangsterfilms waren
minder gepolijst, ruiger en smeriger dan wat de Yanks doorgaans
afleverden. De criminelen waren lelijkaards met paardengebitten in
plaats van afgeborstelde killers met fotogenieke zonnebrilletjes,
maar ze straalden een soort van lower class
straattuig-dreiging uit waar je niet omheen kon. Kortom, de Britse
misdaadfilm had iets te betekenen. Tijdens de laatste tien jaar is
die reputatie echter serieus verwaterd – meer en meer liepen de
Engelsen de Amerikanen achterna, met pseudo-hippe, o zo postmoderne
werkstukjes, die realisme en suspense aan de kant legden voor
zelfreferentiële knipoogjes en al dan niet geslaagde humor. Guy
Ritchie is één van de grootste schuldigen, natuurlijk, maar er zijn
er nog anderen. Vandaar dat het goed doet om een film als ‘London
to Brighton’ te zien, die het misdaadgenre op een overtuigende
manier weet te combineren met een sociaal drama in de trant van Ken
Loach. Geen flauwe “het is allemaal maar een film”-grapjes, geen
geforceerde visuele trucjes, geen nodeloos verhakkelde structuur,
geen wannabe-Tarantino dialogen. Dit is back to
reality,
en hoé.

De openingsscène is één van de meest memorabele van de laatste
jaren: we zien twee meisjes een openbaar toilet binnenlopen, ergens
in een groezelige wijk van Londen. Kelly (een waanzinnig intense
Lorraine Stanley) is in de twintig, maar ziet eruit alsof ze al
drie levens heeft geleid. Joanne (Georgia Groome) is elf. Kelly’s
oog zit dicht, één mondhoek is met bloed omkorst, terwijl Joanne
hysterisch huilt. We weten niet wat hen overkomen is, maar uit hun
conversatie maken we op dat ze op de vlucht zijn voor een man die
Derek heet. Kelly zegt tegen Joanne dat ze zich in de wc moet
opsluiten terwijl zij snel geld gaat verdienen om de trein te
kunnen nemen naar een kennis in Brighton, waar ze veilig zullen
zijn.

Via flash-backs komen we vervolgens te weten wie Kelly en Joanne
precies zijn en waar ze voor wegrennen. Bepaalde dingen zijn vanaf
het begin duidelijk – Kelly is een hoertje, de mysterieuze Derek is
haar pooier – maar de details worden maar in spaarzame stukjes
vrijgegeven. Debuterend regisseur Paul Andrew Williams haalt een
groot deel van de aanzienlijke kracht van ‘London to Brighton’ uit
de nauwgezette manier waarop hij speelt met de verwachtingen van
het publiek. Al na de eerste tien minuten kunnen we ons ongeveer
een gedacht vormen van wat er is gebeurd, en naarmate de film
verdergaat worden al onze ergste vermoedens bevestigd, wat voor een
beklemmende noodlotssfeer zorgt: je ziet de personages regelrecht
naar de rand van een afgrond lopen, en er is niets dat je kunt doen
om hen tegen te houden.

Een flash-backstructuur wordt maar al te vaak gebruikt als
gimmick, zeker in misdaadfilms, maar Williams weet verdomd
goed waar hij mee bezig is – dit is geen gratuit gerommel met de
tijdlijn, maar een essentieel onderdeel van het verhaal. Door die
structuur te gebruiken, kan de regisseur immers de twee
verhaallijnen gelijktijdig tegenover elkaar plaatsen en ze samen
naar een climax voeren: enerzijds de gebeurtenissen van de avond
tevoren, die ertoe geleid hebben dat Kelly en Joanne bont en blauw
in die wc terechtkwamen, en anderzijds hun vlucht voor Derek (en de
machten die boven hém staan) daarna.

Het is die structuur die zorgt voor het thrilleraspect van
‘London to Brighton’ – en geloof me, het ís een spannende film.
Maar zo mogelijk nog indrukwekkender is de manier waarop Williams
zijn personages schetst. ‘London to Brighton’ is een intens
deprimerende prent, die zich afspeelt in een mistroostig Engeland
waar de hemels altijd overtrokken zijn, mensen in groezelige
flatjes rondscharrelen en criminaliteit en prostitutie de enige
manieren zijn om te overleven. De miserie staat in diepe groeven
afgetekend op de gezichten van de hoofdfiguren. Maar Williams staat
ze allemaal, ongeacht hun rol in het verhaal, tóch toe om een
zekere menselijkheid te bewaren. Er is geen enkel moment waarop de
personages wegzinken in een ééndimensionele rol van schurk of
slachtoffer. De overheersende indruk waar je mee naar huis gaat, is
dat al die personen zich gewoon in een leven bevinden waar ze zelf
niet om gevraagd hadden, maar waar ze zich naar moeten schikken.
Dit zijn personages met een pragmatische visie op moraliteit, omdat
ze zich niets anders kunnen veroorloven. Wat is het juiste om te
doen? Eender wat dat ervoor zorgt dat ze de dag erop nog een dak
boven hun hoofd hebben. De enige figuur in ‘London to Brighton’ die
zonder excuus als een door en door gemeen, rotslecht persoon wordt
opgevoerd, is niet toevallig een welgestelde man die in een riant
huis woont. Wat is het verschil? Keuze. Als je rijk bent, heb je
altijd de optie om een legitiem leven te leiden, omdat je sociale
omstandigheden je nergens toe dwingen. De andere personages,
inclusief pooier Derek, hebben die keuze niet.

Williams lijkt niet zozeer sympathie te vragen voor al deze
personages, als wel empathie. Ze doen soms gruwelijke dingen, maar
de vraag die Williams ons subtiel stelt, is: wie durft te zeggen
dat hij onder gelijkaardige omstandigheden misschien niet hetzelfde
zou doen? Welke vrouw kan met honderd procent zekerheid zeggen dat
ze zich nooit zou prostitueren, ook al groeit ze dan op in een
milieu van diepe armoede? En welke man durft te zweren dat hij
nooit geweld zou gebruiken, ook al ziet hij nooit iets anders in
zijn omgeving? De schrijver/regisseur toont een diepgeworteld
humanisme in ‘London to Brighton’, dat het anker van de film
vormt.

Hoewel een groot deel van de lof ook naar de acteurs moet gaan.
Lorraine Stanley speelt een moedige rol als Kelly, een harde tante
die schijnbaar aanvaard heeft wie en wat ze is, en zich navenant
gedraagt. Ze loopt quasi de hele film lang rond met een gezicht
alsof er net een trein overheen gereden is, en haar ogen staan dof
– te veel pijn, te veel miserie. En naast haar loopt Georgia
Groome, die zodanig indrukwekkend is als getraumatiseerd kind dat
het na een tijdje echt pijnlijk wordt om naar te kijken. Op een
bepaald moment zit je je oprecht af te vragen hoe ze dat allemaal
ooit gefilmd hebben en wat voor effect dat heeft gehad op de jonge
actrice. Als je dàt soort dingen begint te denken, mag je zeker
zijn dat je naar een straffe acteerprestatie zit te kijken.

‘London to Brighton’ is een doorleefde, steenharde, maar
diepmenselijke film, en een fantastisch visitekaartje van een nieuw
talent. Het enige dat er echt tegen valt in te brengen, is het
einde, dat net niet helemaal weet te overtuigen. Maar laat dat u
vooral niet tegenhouden om tussen de piraten, ogers en
tovenaarsleerlingen door tóch dit grimmige, duistere, aangrijpende
filmpje mee te pikken. U zult er héél stilletjes buitenkomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 8 =