Fridge :: The Sun

Elk jaar heeft zo zijn comebacks. Willen of niet, maar 2007 is het
jaar waarin Dinosaur Jr, Smashing
Pumpkins, The Spice Girls, wie weet nog Guns ‘n Roses en nu ook
Fridge beslist hebben opnieuw samen te hokken. Fridge, zegt u,
moeten wij die dan van ergens kennen? Wel, als de namen Adem en
Four Tet een
bel doen rinkelen, dan zitten we al in de juiste buurt. Fridge is
namelijk die band waarmee het allemaal begon voor Kieran Hebden,
Adem Ilhan en Sam Jeffers. Deze drie schoolvrienden waren nog geen
twintig toen ze Fridge vormden, dat even later zou uitgroeien tot
een van de belangrijkste Britse post-rockformaties in de
geschiedenis van het genre. Laat hun langspeeldebuut ‘Ceefax’
(1997) nog een onvolwassen product zijn, een jaar later was het er
met ‘Semaphore’ wel knal op. Terwijl Hebden eerst voornamelijk
gitaar speelde, Ilhan bas en Jeffers drums, werd het belang van
elektronica een stuk groter op hun derde full album ‘EPH’ (1999).
Het was de periode waarin Kieran Hebden als Four Tet solo
experimenteerde, een project waarmee hij zijn genialiteit bevestigd
zag door een veel groter publiek dan Fridge ooit kon bereiken.
Intussen heeft ook Adem Ilhan onder de naam Adem twee knappe
soloplaten uitgebracht, niet geheel zonder succes. Waarom de drie
maten na het wisselvallige ‘Happiness’ (2001) opnieuw zijn
samengekomen om ‘The Sun’ op te nemen, is ook ons een raadsel en
zal deels met nostalgie te maken hebben. Uiteraard is de vraag
waarom ze het niét zouden doen nog moeilijker te
beantwoorden.

Laten we onmiddellijk formeel zijn: deze Fridge is niet de som van
de kwaliteiten die Hebden en Ilhan solo hebben ontwikkeld. Veeleer
lijkt het ons dat de drie zich goed hebben geamuseerd, er een
aantal erg interessante jamsessies zijn geweest en deze aanleiding
gaven tot de tien verkregen nummers. Neem nu openener en titeltrack
‘The Sun’. De rammelende elektronica, de slaginstrumenten en de
fluitketel werken wel samen, vormen een boeiend geheel, maar of het
ooit tot een echt nummer komt? Nauwelijks. Het rustige ‘Our Place
In This’ combineert een warme, akoestische gitaar met
minimalistisch gewriemel maar groeit nergens uit tot iets groots.
Net zoals het dromerige ‘Years And Years And Years…’ blijft het
een sferisch aftasten dat de essentie niet weet te bereiken. De
laatstgenoemde track is dan nog eens de helft te lang.

Een aantal songs combineert fantastische gedeeltes met verkeerde
keuzes. ‘Comets’ heeft met zijn heerlijk dissonant Boards Of
Canada-achtig geluid alles om een perfect nummer te worden, maar
verliest aan bezieling in de laatste anderhalve minuut. ‘Insects’
groeit van het verkennend getrippel van individuele insecten naar
een broeierige beestenstroom, maar verzandt tijdens de tweede helft
in een warboel die als mierenhoop misschien zijn thematisch nut
heeft, maar muzikaal wat teleurstelt.

Gelukkig presenteert Fridge hier ook nummers die onze volledige
goedkeuring meekrijgen. ‘Oram’ begint en eindigt met een kakofonie
van slagwerk en bellen maar tussen de twee periodes van spervuur
door weergalmt een stukje schoonheid zoals we die van Four Tet
kennen. ‘Clocks’ speelt met het getik van klokken en schudt die
wakker met welgemikte mokerslagen. Geleidelijk ontwikkelt zich een
aantrekkelijke post-rockstroom die aanleunt bij het vlottere werk
van Tortoise.
Onze favoriete track is toch wel het tegen Mogwai leunende ‘Lost
Time’. Het mag wat structuur betreft dan nog aan de typische
post-rockwetten voldoen, de combinatie van het druilerige
gitaarspel met het niet ophoudende geneurie van de bandleden
werkt.

De reünieplaat van Fridge is toch wel een gemiste kans. Met een
handvol aanvaardbare tot sterke songs kunnen we, gezien de weelde
aan talent en muzikaal inzicht, niet helemaal tevreden zijn. Een
aardige luisterbeurt voor fans van rustige post-rock en sferische
elektronica. Een weinig noodzakelijke plaat voor de rest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + vijf =