The Hidden Fortress




139

Akira Kurosawa een vrolijke meneer noemen zou waarschijnlijk
overdreven zijn, maar nadat hij in 1957 twee tamelijk zware
noodlotsdrama’s had gedraaid (‘The Lower Depths’ en
‘Throne of
Blood’
), was zelfs hij schijnbaar toe aan wat comic
relief.
Gedeeltelijk omdat hij nu eenmaal een oprechte liefde
voelde voor de komische avonturenfilms die hij uit het westen zag
komen, en gedeeltelijk omdat hij zijn vaste studio Toho een
wederdienst wilde bewijzen voor hun steun bij minder commerciële
projecten zoals ‘Rashomon’, besloot hij
‘The Hidden Fortress’ te maken. Een toegankelijke, humoristische
actiefilm, die zeer bewust herinneringen opriep aan zijn grootste
kassuccessen, zoals ‘Seven Samurai’. De zware
thema’s werden deze keer thuisgelaten om plaats te maken voor een
crowd pleasing mentaliteit: geef ze een stoere held, een
meisje dat gered moet worden en een paar komische nevenpersonages,
en we zijn vertrokken. Geen wonder dat ze in de VS collectief gék
zijn van ‘The Hidden Fortress’: de plot van de film volgt immers
het stramien van zowat de hele Amerikaanse grote publiekscinema.
George Lucas geeft zelfs toe dat hij zich op de film baseerde voor
de personages R2D2 en C3PO uit ‘Star Wars’, kun je nagaan.

Het is de zestiende eeuw en het feodale Japan heeft net een
burgeroorlog te verduren gekregen, waarin de Akizuki clan werd
verslagen door de Yamana’s. Tahei en Matakichi, twee hebzuchtige
boeren, hebben geprobeerd om een slag te slaan uit de oorlog, maar
keren nu berooid terug naar huis. Onderweg ontmoeten ze echter
Rokurota Makabe (de onvermijdelijke Toshiro Mifune), een trouwe
generaal van de Akizuki clan, die samen met prinses Yuki en enkele
honderden kilo’s goud naar een veilig gebied probeert te raken,
waar de prinses haar clan opnieuw kan opbouwen. Aangetrokken door
het gefonkel van het goud besluiten Tahei en Matakichi om als gids
te dienen door het vijandige land. Prinses Yuki doet zich
ondertussen voor als een doofstomme, om te vermijden dat ze
zichzelf zou verraden met haar vorstelijke taal.

Er bestaat een neiging om het werk (àlle werk) van een groot
filmmaker zonder uitzondering bloedserieus op te vatten, ook al
betreft het dan een avonturenfilm of een komedie. En wie maar lang
genoeg zoekt, vindt ongetwijfeld ellenlange analyses van ‘The
Hidden Fortress’ waarin aan elke scène tien verschillende
betekenislagen wordt gegeven. Blijft er de vraag of dat in dit
geval wel echt nodig is. Enerzijds is er natuurlijk de
tegenstelling tussen de verschillende sociale klassen die een rol
speelt. De personages vertegenwoordigen allemaal een bepaalde
rangorde in de maatschappij, in die mate zelfs dat ze bijna
archetypes worden. Yuki staat natuurlijk helemaal bovenaan als
prinses, die volgens de logica van het verhaal (en van de
hiërarchische cultuur waar ze uit komt) geen woord kan zeggen
zonder haar royale status te verraden. Zij is de ultieme prinses,
die àltijd herkenbaar een prinses blijft, ook al is ze dan gekleed
in vodden. Generaal Rokurota wordt evenzeer beperkt tot zijn
eenvoudige heldhaftige mentaliteit. Hij twijfelt nooit aan zichzelf
of zijn missie, is àltijd moedig en sterk en kent àltijd zijn
plaats (ergens vlak onder prinses Yuki). De boeren, lager in stand
en intellect, zijn dan weer geboren bedriegers van wie je er altijd
op aankunt dat ze eender wat doen waar ze het snelst profijt uit
kunnen halen. Ze kibbelen als een oud koppel, stelen zelfs van
elkaar en kennen voor niets of niemand respect (tenzij hen dat goed
uitkomt).

Die duidelijke, binaire tegenstelling tussen de personages komt
uit alles naar voren: hun taalgebruik (hoewel ondertiteling daar
natuurlijk enkel een indicatie van kan geven), hun alweer fel
overdreven lichaamstaal enzovoort. En dat alles leidt natuurlijk
tot de niet bijster verrassende conclusie dat je je standing in het
leven pas kunt verbeteren wanneer je leert om je eigen natuur te
overwinnen. Pas wanneer de boeren voor het eerst in hun leven erin
slagen om iets met elkaar te delen, zijn ze klaar om een stapje
hoger op de sociale en metafysische ladder te klimmen. En dan is de
film dus gedaan.

Die thema’s zitten er dus wel in, maar laten we wel wezen: érg
diepzinnig is dat allemaal niet, en dat was ook de bedoeling niet.
Kurosawa wilde een avonturenfilm maken, dat was alles. En dat deed
hij met de nodige flair. Voor het eerst werkte hij met 2.35
breedbeeldfotografie, en Kurosawa gebruikte elke millimeter van dat
immense scherm. Zijn composities waren altijd al opmerkelijk, zelfs
toen hij nog gewoon op 1.33 filmde, maar hier krijgt hij de kans om
meer ruimte te creëren tussen de personages en die te gebruiken om
de spanning op te voeren. Neem nu een duel tussen Rokurota en een
vijandelijke generaal, laat in de film. De twee soldaten bevechten
elkaar met lange speren en lopen op een bepaald moment zelfs aan
weerszijden van een windscherm, zodat ze elkaar niet kunnen zien.
Kurosawa creëert de suspense van die scène door de tegenstanders
fysiek uit elkaar te houden: door de lengte van de speren kunnen ze
niet te dichtbij komen en ook het windscherm staat letterlijk
tussen hen in. De regisseur krijgt hier voor het eerst dat brede
formaat om mee te werken, en hij gaat er meteen ongelooflijk
creatief mee aan de slag om de inhoud van zijn film te
versterken.

Het is vooral omwille van die visuele kwaliteiten en het
entertainmentgehalte dat hij nog steeds heeft, dat ‘The Hidden
Fortress’ herinnerd wordt. Los van de kritiek op de sociale klassen
en al die andere dingen waar een hedendaags westers publiek allicht
maar weinig boodschap aan heeft, is dit een plezierige
avonturenfilm die zich qua sfeer kan meten met zowat alles dat de
Amerikanen rond die tijd produceerden. Blijft er wel het feit dat
Kurosawa zich soms enigszins laat gaan: ‘The Hidden Fortress’ duurt
139 minuten, wat er pakweg twintig teveel zijn. Een kortere
introductie had wellicht geen kwaad gekund – het duurt ook twintig
minuten voordat we Rokurota en de prinses te zien krijgen, nochtans
het punt waarop de plot vorm krijgt en de film zijn doel.

In die zin is dit geen essentiële Kurosawa (laat de fans dan
maar boos zijn als ze willen, maar de regisseur heeft heel wat
belangrijker projecten gehad). Wat het wel is, is een superieure
amusementsfilm die in de volgende jaren de directe aanleiding zou
geven naar het tweeluik ‘Yojimbo’ en ‘Sanjuro’. Er zijn
regisseurs die in hun hele carrière dat niveau zelfs niet
halen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =