Stray Dog




Een jonge politieagent met een geïrriteerde blik op z’n gezicht
loopt door de vuile, vieze straten van de achterbuurten in een
anonieme grootstad. Het is drukkend warm, iedereen loopt te zweten
als een rund en in de lucht hangt een onweer klaar dat maar niet
wil losbarsten. Het klinkt als een scène uit een Amerikaanse
misdaadfilm van de jaren veertig of vijftig, en zo voelt het ook
als je ernaar kijkt. ‘Stray Dog’, Akira Kurosawa’s tweede project
uit zijn onafhankelijke periode (na ‘Drunken Angel’) is één
van zijn meest openlijk westerse films. De sfeer en stilistiek van
de film noir domineren alles wat er gebeurt, en de
Amerikaanse bezetting van Japan in die tijd (‘Stray Dog’ werd
gemaakt in 1949), dient als een constant aanwezige achtergrond voor
de gebeurtenissen. Kurosawa had het in zijn vroege periode wel
vaker over die Amerikaanse invloeden op de Japanse samenleving: in
‘Drunken Angel’
waren ze subtiel aanwezig, in zijn latere film ‘Scandal’ zouden ze het
hoofdthema van het verhaal worden. Hier neemt de regisseur de
conventies van een ultiem Amerikaans genre over, en hij gebruikt
dat genre vervolgens om een kritiek te leveren op de manier waarop
Japan steeds meer verwesterde. Ja hoor, je vindt overal ironie, als
je maar lang genoeg zoekt.

Toshiro Mifune speelt Murakami, een ex-soldaat die na de oorlog
bij de politie is gegaan en nu net bevorderd is tot inspecteur bij
Moordzaken. Op een dag wordt op een drukke tram zijn pistool
gestolen, en Murakami weet met zichzelf geen blijf: zijn eergevoel
heeft een fikse deuk gekregen, en eens blijkt dat zijn oversten
niet van plan zijn om hem voor zo’n stommiteit te ontslaan, raakt
hij bezeten door het idee de dief te vinden. Murakami waagt zich in
het milieu van zakkenrollers, wapenhandelaars en moordenaars, en
wordt daarbij geholpen door inspecteur Sato (Takashi Shimura), een
oude rot die het wereldje maar al te goed kent. Gaandeweg wordt
duidelijk dat iemand het pistool van Murakami heeft gebruikt om een
moord te plegen, en zijn schuldgevoel neemt dan ook navenant toe:
zeven kogels in het pistool, mogelijk zeven doden waarvoor Murakami
onrechtstreeks verantwoordelijk is.

Dat idee van verantwoordelijkheid staat centraal in ‘Stray Dog’:
als Murakami niet zo dom was geweest om zijn pistool te laten
stelen, dan zou de moordenaar misschien helemaal niet aan een wapen
zijn geraakt om mee te moorden. De mensen uit Murakami’s omgeving –
Sato, zijn chef, zijn andere collega’s – vertellen hem keer op keer
dat hij zo niet moet denken. Als de moordenaar Murakami’s wapen
niet had gehad, dan had hij wel een ander gevonden. Maar Murakami
kan dat schuldbesef niet van zich afzetten. Aan het begin van de
film zien we hoe hij op het politiebureau verslag komt uitbrengen
van het verlies van zijn pistool: “Nederig vraag ik een straf,”
zegt hij. Zijn overste kijkt hem cynisch aan en zegt: “Doe niet zo
pompeus, je bent hier niet meer in het leger.” Maar Murakami zit
nog altijd met die plechtstatige mentaliteit opgescheept, waarin
concepten als verantwoordelijkheid, plichtsbewustheid, beloning en
straf niet alleen nog waarde hebben, maar zelfs het hele dagelijkse
leven bepalen. Naarmate de film vordert, leert hij van Sato dat dat
een denkwijze is die uiteindelijk bitter weinig oplevert buiten
frustratie. Iedereen is verantwoordelijk voor wat hij zelf doet, zo
simpel is het.

Op een ander niveau is ‘Stray Dog’ één van de films die critici
van Kurosawa vaak gebruiken om aan te tonen dat de regisseur een
vrouwenhater was. Het spoor naar de moordenaar gaat inderdaad
vrijwel uitsluitend via vrouwen: een zakkenroller, een heler van
gestolen wapens, een cabaretmeisje enzovoort. Op elke halte van het
onderzoek komen Murakami en Sato wel een vrouw met een
twijfelachtige job tegen. Murakami kan niet met vrouwen om en vangt
keer op keer bot, Sato – ouder en wijzer als hij is – praat de
dames naar de mond en komt veel van hen te weten. Is dat een
seksistisch vrouwbeeld? Niet meer dan wat je terugvindt in élke
film noir met een femme fatale. De seksuele
onzekerheid van Murakami speelt zeker een rol op de achtergrond,
maar je moet al een héél fanatieke sufragette zijn om hier kwaad
opzet achter te vermoeden.

En dan is er natuurlijk nog de Amerikaanse aanwezigheid:
Engelstalige liedjes, shownummers, nachtclubs, gangsters in witte
pakken en ga zo maar door, ‘Stray Dog’ heeft het allemaal.
Criminelen vormen over het algemeen een bevolkingsgroep die heel
snel mee is met nieuwe trends (kijk maar eens hoe snel ze een
tiental jaar geleden manieren hadden gevonden om het internet uit
te buiten) en destijds was dat niet anders. Het was cool
om een Amerikaanse Japanner te zijn, Al Capone in ‘t klein, en
iedereen die zichzelf wel eens ophield aan de schaduwzijde van de
wet, was daar razendsnel mee weg. Kurosawa maakt er geen groot punt
van, maar hij situeert z’n verhaal wel in een misdaadwereld die
zichzelf sterk modelleert naar een Amerikaans voorbeeld. En
uiteraard doet hij dat in een film die de conventies van een
Amerikaans genre perfect opvolgt.

We krijgen een sfeervolle zwart-wit fotografie die vooral erg
geslaagd is door de manier waarop de omgeving tot leven wordt
gewekt. Kurosawa ging naar verluidt écht filmen in de mean
streets
van Tokio, wat een mooi gevoel van authenticiteit
geeft, en de mise-en-scène, waarbij soms regelrecht tegen de zon in
wordt gefilmd, maakt de warmte écht voelbaar. Let op een scène
waarin Murakami en Sato op het dak van een gebouw staan en een
dialoog voeren. Aan het einde daarvan kadreert Kurosawa zijn shot
zodanig dat we de beide personages enkel onderaan het scherm zien –
boven hen uit torent een met donkere onweerswolken samengepakte
lucht. Maar het onweer wil maar niet komen en de warmte blijft
duren – tot aan het einde van de film de storm eindelijk
losbarst.

Dat zit allemaal dus prima, maar verhaaltechnisch kun je je niet
van de indruk ontdoen dat Kurosawa nog steeds leergeld aan het
betalen is. De personages zijn niet zo grondig uitgewerkt als die
in zijn latere films (Mifune is de rechtschapen jonge hond die niet
beter weet, Shimura de wijze oudere man) en Kurosawa heeft ook
moeite om een goed tempo te vinden. Het eerste half uur, voordat
Shimura ten tonele verschijnt, lijkt een beetje stuurloos. Let op
een eindeloze, ruim vijf minuten durende montage waarin Murakami de
achterbuurten afstruint op zoek naar zijn pistool. Vijf minuten,
enkel gevuld met shots van een wandelende Mifune en mensen die op
of over het randje van de criminaliteit zitten. In de latere
tragedies van Kurosawa kun je dat gezapig tempo aanvaarden omdat
het deel uitmaakt van de constructie van een film, maar als je een
film noir gaat maken, dan is het wel belangrijk om de boel
een beetje strak te houden. Bovendien komen de gelijkenissen tussen
Murakami en de moordenaar (“we zaten allebei in het leger en ze
hebben van ons allebei onze ransel gestolen!”) nogal geforceerd
over – een duidelijke constructie van de makers om toch maar
parallellen tussen de goeie en de slechte te kunnen trekken.

Dat is iets dat regelmatig terugkeert bij de vroege Kurosawa: de
man heeft z’n thematiek, hij heeft z’n talent, hij heeft zeker en
vast visuele flair… Maar het verhaal, aangewend als middel om van
thematiek naar afgewerkte film te raken, dat ontbreekt er nog een
beetje aan. Vanaf ‘Rashomon’ zou dat
helemaal goed zitten. ‘Stray Dog’ is een interessante,
veelgelaagde, goed gemaakte film, maar mist nog de rijpheid die er
later bij zou komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 2 =