Patti Smith :: 11 juni 2007, AB

“Children of Brussels, I’m proud to be back”: vanaf de eerste minuten in de AB is duidelijk dat Patti Smith er zin in heeft. Dat mocht ook wel, want er was de bittere nasmaak weg te spoelen van Twelve, haar recente en erg flauwe coverplaat. Missie geslaagd: de punkdichteres zat vol vuur en speelde alsof haar leven er van af hing.

Het is tijd voor de rockroyalty om het geld te komen binnenrijven. De jeugd zit over de boeken gebogen, het oude volk heeft tijd om harde duiten neer te tellen voor de oude gloriën uit hun jeugd. We kregen al de Stones en The Who, Brian Wilson volgt straks vooraleer Elton John TW Classic aandoet. En vanavond mag Patti Smith alles uit de kast halen voor een uitverkochte zaal die al bij voorbaat aan haar voeten ligt.

En toch ligt hier voor Smith een groot risico op de loer. Nu ze voor het eerst sinds lang een compleet irrelevante plaat uit heeft, dreigt ook haar concert een groot ‘golden oldies’-gehalte te krijgen. Smith serveert haar bekendste nummers en mengt er voorzichtig wat van de betere covers uit Twelve onder. Wat haar redt van het dinosaurusgevoel is de overgave waarmee ze nog altijd te werk gaat en haar jukebox laat spuien.

Het openingstrio met “Kimberly”, “Frederick” en “Free Money” is dan ook meteen een schot in de roos. Smith danst als vanouds haar sjamanendans, transformeert ter plekke tot de hogepriesteres van de rock. Goed op weg naar de zestig rochelt de dichteres nog altijd als een echte punkster op het podium. Waar “Are You Experienced” van Jimi Hendrix op Twelve nog wat doelloos bleef meanderen, wordt het nummer op het podium alsnog naar Smiths hand gezet. Haar klassieke “Set Me Free” volgt. Smith is vanavond op dreef en kronkelt en danst, net zo goed op het garage-intermezzo waarin gitarist Lenny Kaye even als frontman mag schitteren.

Ze lijkt maar moeilijk met dat open doekje, de adoratie en de vele “I love you’s” halverwege een uitleg te kunnen omgaan en verbergt dat dan maar achter desinteresse. “Whatever”, zegt ze na een afgebroken verhaal over de Grote Markt, maar maakt het dan toch maar af op aandringen van een ander deel van het publiek. Alweer gaat het over hoe Verlaine en Rimbaud ooit ruzie maakten op de Brusselse Grote Markt. Deze keer breit ze er meteen ook een vervolg aan over Charlotte Brönte en haar onmogelijke verliefdheid op een getrouwde professor. Ze laat het verhaal ontsporen zodat het naadloos kan overgaan in “White Rabbit” van Jefferson Airplane. Opvallend eigenlijk hoeveel sixtiesiconen op Twelve de Smith-behandeling krijgen: van The Doors over Dylan tot The Beatles.

En dan volgt ook één nummer van die groep die het gezicht van de nineties ooit bepaalde. Smiths akoestische porchversie van “Smells Like Teen Spirit” is bezwerend zoals bluegrass hoort te zijn. Ze voorziet het nummer van een trieste ondertoon, maar behoudt het opzwepende karakter dat het nummer al vijftien jaar lang zo’n anthem maakt. Ze vult aan met een flard eigen poëzie en stuwt het nummer tot een hoogtepunt in de set. Groots.

Geen “People Have The Power” vandaag. Begrijpelijk: een volk dat populisten het parlement in stemt is duidelijk niet klaar om goed met die macht om te gaan. Wel een trits andere klassiekers om af te sluiten. “Because The Night” is na al die jaren nog steeds de perfecte ode aan het verliefd zijn. En dan is er traditiegetrouw “Gloria”, stiekem ook een cover, maar al zo lang bekend in Smiths versie en gewijzigd in haar handen, dat het ook van haar is.

Nog een ziedend “Rock ’n Roll Nigger” en dat was het: wervelstorm Patti, de felle grootmoeder die nog steeds van zich kan afbijten als geen ander. Het ‘golden oldies’-circuit is weer voor even afgewend, met zoveel energie kan Smith op om het even welk festival een hoop jong volk het nakijken geven. De affiche van Pukkelpop was nog niet vol, dachten we. We willen maar iets suggereren…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − vijf =