Frida Hyvönen :: Until Death Comes

Bij de eerste ‘Les Femmes S’en Mêlent’-nacht op de voorbije Nuits
Botanique was Frida Hyvönen de revelatie van de avond. Thuisland
Zweden veroverde ze met haar debuutplaat ‘Until Death Comes’ al in
2005. Nadat ze ginds de muziek verzorgde voor de dansperformance
met poedels – u leest het goed – die choreografe Dorte Olsen in
elkaar stak (vastgelegd op ‘Frida Hyvönen Gives You: Music From The
Dance Performance ‘Pudel’), zet ze nu haar plan voort om zichzelf
ook aan de rest van Europa voor te stellen. Live kon vooral het
totaalpakket bekoren: de kolderieke musicaltunes, de flamboyante
houding achter de piano en de gestoorde praat die tussen de nummers
door verkocht werd. Het is natuurlijk de vraag of het materiaal ook
zonder een Zweedse diva in het gezichtsveld en buiten de
live-context de charme blijft behouden.

Voor het album is de bulk van het materiaal niet bijgewerkt, wat
songs oplevert die enkel op het ritme van de pianotoetsen
meebewegen. Deze inkadering varieert van wat als een geluidsband
uit een oude Buster Keaton-film klinkt (‘Djuna’) tot een gedempte
‘Proud Mary’-variant (‘You Never Got Me Right’, dat spijtig genoeg
met een te scherpe toonzetting in de hoge noten even de
trommelvliezen bruskeert). ‘I Drive My Friend’ schopte het zo in
alle eenvoud ver in de Zweedse charts. Dergelijke pottenbrekerij
staat dit materiaal in onze regionen niet te wachten, maar de
catchiness van de tracks kan onmogelijk ontkend worden. De
begeleidende lyrics duwen de tong bovendien fors in het kaakvlees
en bezitten de nodige spitsvondige wendingen om de naakte inkleding
verder op te leuken (getuige ‘Once I Was A Serene Teenage Child’,
een titelzin die meteen gevolgd wordt door “Once I felt your
cock against my thigh”
).

De sequentie van dit sobere materiaal houdt spijtig genoeg net iets
te lang ongewijzigd aan en passeert ook dalletjes als ‘Valerie’,
een theatraal tussendoortje dat enkel over een namiddagfilm
gemonteerd zou mogen worden. Door dit gebrek aan variatie voelt
zelfs een prachtnummer als ‘Today, Tuesday’ op den duur ook wat
leeg aan. Het is dan ook pas tegen het zevende nummer dat we meer
te horen krijgen dan enkel de piano. ‘Come Another Night’ zorgt
meteen voor een serieus contrast: een sixties-stomper die doet
vermoeden dat The Ronettes of The Chiffons weer tot leven zijn
gekomen. Ook deze amoureuze heupzwaaier krijgt een venijnige twist
wanneer uit het niets en op lieflijke wijze “I have no
intentions but the bullets from my gun, I might just shoot you and
then ask you to stand up and run”
geuit wordt. Ondanks de
suikerlaag worden we er dus aan herinnerd dat achter de onschuldige
deerne een lichtjes krankzinnige femme fatale schuilgaat.

Na deze stijlswitch kunnen we ook weer tegen de erop volgende
pianomelodieën en krijgen we zelfs de beste exemplaren van het hele
album voorgeschoteld. ‘N.Y.’, de tijdloze ode aan een winterse Big
Apple, is een pareltje waarbij je tijdens het trompetintermezzo
zowaar bijna enkele sneeuwvlokken op je neus voelt vallen. Als
afsluiter schittert ook ‘Straight Thin Line’, een imaginaire
dialoog met de abstracte kunstenares Agnes Martin waarin het
menselijke vlees gereduceerd wordt tot een lijn uit één van diens
schilderijen.

Voor een plaat die net onder het halfuur afklokt, staan een paar
vullertjes in de weg om van ‘Until Death Comes’ een echt
indrukwekkend debuut te maken. Hadden deze kleine foutjes
gecorrigeerd kunnen worden door enkele tracks die lange reeks
pianotracks doorbraken, dan had deze plaat heel wat monden kunnen
doen openvallen. Nu is het soms even doorbijten, maar toch slaagt
Hyvönen er in de luisteraar te charmeren met haar eigenzinnige
interpretatie van de popsong.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 17 =