Jesus Camp





84 min. /
USA / 2006

Ik meen mij te herinneren, uit nevelachtige tijden ergens in een
grijs verleden, dat er een periode was waarin ik heel erg m’n best
deed om te geloven. Ik moet een jaar of tien geweest zijn en de
hele mythologie van het katholicisme had m’n verbeelding gegrepen:
bloed drinken, vlees eten, kruisigingen en herrijzenissen –
cool. De fascinatie is steeds gebleven, het geloof wilde
daarentegen niet echt lukken. Het feit dat God geen steen kan maken
die zo zwaar is dat hij hem zelf niet meer kan opheffen, is dan
toch een onoverkomelijk struikelblok gebleken. Sindsdien is het me
vooral opgevallen hoe weinig de mensen van hun eigen geloof lijken
te kennen, en waartoe ze allemaal in staat zijn ondanks dat gebrek
aan kennis. Feiten mogen een comfortabel dogma nooit in de weg
staan, zo is het altijd geweest. Wie dacht dat het in de
21ste eeuw, vrijgevochten en grondig ontzuild als we
zijn, allemaal beter was, is eraan voor de moeite. ‘Jesus Camp’,
een documentaire van Heidi Ewing en Rachel Grady, biedt een ronduit
angstaanjagende blik op de evangelistische predikers in de
Amerikaanse bible belt, en dan vooral hun rekrutering van
kinderzieltjes.

Hoofdpersoon is Becky Fischer, een kinderpredikante die dag en
nacht in de weer is om de waarheid te verspreiden zoals zij die
ziet. Wie deugdzaam leeft gaat naar de hemel, wie zondig is, gaat
regelrecht naar een hel die ze in haar powerpointpresentatie van
bloederige rode letters voorziet. Becky is duidelijk in haar
intenties en ze zoekt nergens excuses voor wat ze doet: “Moslims
zijn slim omdat ze hun kinderen vanaf jonge leeftijd indoctrineren.
Geen wonder dat ze later in staat zijn tot zelfmoordaanslagen, daar
zijn ze voor opgevoed. Christenen moeten hetzelfde doen – focussen
op de kinderen.” Het is niet haar bedoeling om liefde te prediken
of kinderen het één of ander moreel kompas mee te geven – zij wil
een leger voor God samenstellen, in de agressiefste zin van het
woord. Haar kinderen moeten soldaten voor Jezus worden, die
strijden voor een wereld waarin geen plaats is voor andere
standpunten of andere wereldvisies dan de hare.

Om dat te bereiken, organiseert Becky jaarlijks een zomerkamp,
waarop kinderen van evangelistische ouders een week lang van ‘s
morgens tot ‘s avonds worden overspoeld met dogmatische nonsens,
levendig aan de man gebracht met eender welke hulpmiddelen ze dan
ook maar voorhanden heeft, inclusief pluche dieren en rubberen
sikkels. De evolutieleer is een leugen en dus zondig, popmuziek is
zondig, Harry Potter verdient het op de brandstapel te staan en
waar ze al helemààl niet tegenkan, is abortus. Becky en haar
entourage krijgen de kinderen zover dat ze tranen met tuiten huilen
over alle dingen die ze menen verkeerd gedaan te hebben, dat ze in
tongen beginnen te spreken en tenslotte verzanden in absolute
hysterie. Het is een angstaanjagend zicht, bijna een realistische
versie van ‘Children of the Corn’.

Zoals alle goeie films, laat ‘Jesus Camp’ zich interpreteren als
een prent over verschillende thema’s. Enerzijds gaat hij simpelweg
over mentale kindermishandeling. Becky breekt de normale psyche van
quasi-weerloze kinderen helemaal af, om dan een andere
persoonlijkheid in de plaats te steken. Een persoonlijkheid die
denkt, zegt en doet wat zij wil. Op dat moment zijn ze dan born
again,
veronderstel ik. Eén van de voornaamste principes van
het katholicisme is dat van de vrije wil. Het is immers niets waard
om voor God te kiezen als je niet anders kunt. Maar ga dat eens
tegen Becky vertellen. Het eerste dat de kinderen leren, is dat
alles dat ze zijn en alle natuurlijke instincten die ze hebben,
zondig zijn en dat ze die moeten afleren. Dan daarna, eens je een
leegte hebt gecreëerd in die jonge persoonlijkheden, vul je dat op
met je eigen dogma’s. Niet zo’n moeilijke truc, als je het een
beetje kunt uitleggen.

Anderzijds gaat de prent ook voor een groot deel over obsessie –
de evangelisten kunnen nooit, in niets dat ze doen, heel even uit
hun rol stappen, want Jezus is per definitie de motivatie achter
alles wat ze ondernemen. Werk, relaties, boeken, tv, film, muziek –
àlles staat in het teken van dat geloof, àlles is afgestemd op de
verering van een God die ze persoonlijk lijken te kennen. Het idee
dat andere religies, normen en waarden dan die van hun ook
bestaansrecht hebben, komt niet bij hen op.

En ten derde zit er ook een scherp politiek element in de film,
dat zeer goed wordt aangepakt. Want niet alleen worden de kinderen
psychologisch helemaal dolgedraaid, maar ze worden ook nog eens
zeer nadrukkelijk in een politieke strijd geworpen. Tijdens één van
de preken haalt Becky een kartonnen cut-out van George W. Bush
boven en bidden ze om hem kracht te geven in zijn strijd tegen
alles waar ze zelf ook een hekel aan hebben: moslims, homo’s,
mensen die seks niét als iets smerigs beschouwen en ga zo maar
door. Op een bepaald moment zegt Becky het simpelweg zelf: ongeveer
25% van alle Amerikanen zijn evangelisten. Als die allemaal gaan
stemmen, beslissen ze de uitkomst van de verkiezingen, zo eenvoudig
is het. De kinderen zijn de toekomst – zij zijn degenen die de
abortuswet ongedaan dienen te maken en van Amerika weer een plek
dienen te maken waar je vooral niet lastiggevallen wordt met de
levensstijl van anderen.

‘Jesus Camp’ volgt drie kinderen in het bijzonder: Levi is zo’n
twaalf jaar oud en een prediker in wording (zij het dan één met een
heel fout nekdekentje). In principe herkauwt hij wat hij te horen
krijgt van anderen, maar uit een kindermond klinkt het allemaal nog
veel beter. Tory is tien en demonstreert haar danskunsten op
Christian Rock – een typisch wicht dat niet beter weet. Het
griezeligst is Rachael, een negenjarige fireball die
non-stop woorden spuit en niets anders in haar jonge leven lijkt te
hebben dan haar geloof. Op een bowlingbaan stapt ze op een
twintigjarig blondje af en zegt ze: “Ik geloof dat Jezus
geïnteresseerd is in jou.” Het blondje bekijkt haar met zo’n blik
van “ow… kay…”, maar wat ga je zeggen tegen een kind?
En dat is dan ook een onderdeel van het misbruik: hun jonge
leeftijd wordt gebruikt als sociaal en politiek drukmiddel om de
zienswijzen van Becky en consoorten legale kracht bij te
zetten.

De regisseurs gebruiken hier geen voice-over, wat een goeie
keuze was: de kracht van een documentaire is natuurlijk de kracht
van de montage, die alles en niets kan suggereren, maar hier krijg
je een sterk gevoel dat de feiten voor zich mogen spreken, en dat
de manipulatie van de makers tot een minimum beperkt blijft. De
technische kant van zaken laat soms dan wel weer te wensen over,
met vaak een catch-as-catch-can fotografie en soms te
lange tussenpozen vooraleer een bepaald kind van de drie weer aan
bod komt – niet dat je ze zo snel vergeet, daarvoor zijn ze te
spooky.

Maar goed, eigen aan de documentaire is natuurlijk dat de inhoud
altijd primeert, en die is angstaanjagend in zijn beeld van een
religieus rechts dat steeds meer alle bruggen met andere
geloofssystemen opblaast. Dialoog met andersgezinden wordt
onmogelijk, de polarisering wordt steeds extremer en wat nog het
ergste is – dat fenomeen heeft niet alleen gevolgen in kerkjes
ergens in een Amerikaanse vergeethoek, maar zelfs in het Witte
Huis. De enige vraag die ons dan nog rest is: kàn God nu eigenlijk
een steen maken die zo zwaar is dat hij hem zelf niet meer kan
opheffen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =