Conversations With Other Women




82 min. / USA /
2005

In 1968 maakte regisseur Richard Fleischer de film ‘The Boston
Strangler’, met Tony Curtis als een seriemoordenaar die enkele
jaren eerder een aantal vrouwen had gewurgd. Die prent werd
destijds als revolutionair beschouwd, omdat hij vrijwel continu
gebruik maakte van splitscreen: opgedeeld in verschillende vakken
toonde het scherm ofwel uiteenlopende acties tegelijk, ofwel
verschillende gezichtspunten van dezelfde handeling. De reacties
waren veelal eensluidend: een interessant experiment, maar de
techniek ging op den duur de aandacht afleiden van het drama. Je
zat steeds naar die splitscreen te kijken, méér dan naar de
personages of wat ze deden. Nu, bijna veertig jaar later, doet Hans
Canosa dezelfde truc nog eens over in ‘Conversations With Other
Women’. En hoewel hij met zijn splitscreenfilm een heel ander
verhaal wil vertellen dan ‘The Boston Strangler’ (inhoudelijk
konden de beide prenten niet verder van elkaar af liggen), is het
effect eigenlijk hetzelfde: interessant, maar ook vermoeiend en
uiteindelijk een afleiding van waar het écht over gaat.

Aaron Eckhart en Helena Bonham Carter spelen een man en een
vrouw (hun namen worden nooit onthuld) die elkaar ontmoeten op het
huwelijk van de zus van de man. Aanvankelijk lijkt het op een
doodordinaire flirt op een feestje: hij heeft een 23-jarige
vriendin (terwijl hij er zelf 38 is), zij heeft thuis, in Londen,
een nogal saaie piet van een echtgenoot die op haar zit te wachten,
maar ze voelen zich duidelijk tot elkaar aangetrokken. Ze praten,
ze drinken wat, ze dansen, en gaandeweg krijgen we de indruk dat ze
elkaar al eens eerder hebben ontmoet. Kort voor het onvermijdelijke
gebeurt en ze samen naar de kamer van de vrouw gaan, ontdekken we
dat ze jaren geleden al een relatie hadden, maar dat ze daarna elk
hun eigen weg zijn gegaan. Wat betekent hun reünie nu dan?

Dat is alles. De hele prent speelt zich af in de danszaal van
het huwelijksfeest en, later, in de hotelkamer van de vrouw, en
buiten de twee protagonisten zijn er nauwelijks personages van enig
belang terug te vinden. ‘Conversations With Other Women’ is een
minimalistische acteursfilm, gedraaid onder het motto: “een man,
een vrouw, een kamer, veel tekst en een camera, meer heb je niet
nodig om een boeiende film te draaien”. Behalve dan misschien een
tweede camera. Voor het grootste deel van de film wordt de
splitscreen immers gebruikt om zowel de man als de vrouw tijdens
hun gesprekken in beeld te houden, zodat we zowel de persoon die
spreekt kunnen zien, als de persoon die luistert. We zien
figuranten op de achtergrond van het éne beeldvak voorbij lopen, en
tegelijkertijd op de voorgrond van het andere vak langskomen. Dàt
soort van effecten. In scènes waarin de man en de vrouw naast
elkaar staan (zoals die in de lift), wordt er nog steeds gebruik
gemaakt van een splitscreen, maar is de naad tussen de beide
beeldvakken nauwelijks waarneembaar – een fractie van het beeld
overlapt, nét genoeg om niet van een enkel shot te kunnen
spreken.

Op andere momenten gaat Canosa interessanter te werk, en
gebruikt hij zijn splitscreen om te illustreren waar de personages
over praten: ze halen herinneringen op aan vroeger, en gelijktijdig
zie je dat dan gebeuren in het andere vak. Of hij gebruikt het om
meer context te geven aan wat er gezegd wordt: op een bepaald
moment zegt Helena Bonham Carter heel eenvoudig: “I’m
happy”.
Vlak daarna zegt ze het opnieuw in het andere vak,
maar dan huilend. De regisseur gebruikt z’n visuele techniek hier
om enerzijds de oppervlakte van menselijk gedrag te tonen – wat we
zeggen – en anderzijds wat er onder schuilgaat, wat we voelen. De
vrouw zégt dat ze gelukkig is, maar binnenin huilt ze tranen met
tuiten.

Klinkt pretentieus? Een beetje wel, ja, maar Cabosa en
scenariste Gabrielle Zevin hebben wel degelijk boeiende dingen te
zeggen. De titel geeft het al aan: mensen zijn niet wie of wat ze
lijken te zijn. Als je met één persoon praat, praat je eigenlijk
met tien verschillende mensen: wie ze nu zijn, wie ze vroeger
waren, wie ze zijn op het moment dat ze met je babbelen, wie ze
thuis zijn, wie ze zijn als ze alleen zijn en ga zo maar door.
Iedereen zet dagelijks wel tien verschillende maskers op, zonder
dat je dat ooit ervaart als een facade of “doen alsof”.
Aanvankelijk denken we als publiek dat de man en de vrouw elkaar
voor de eerste keer zien, maar dat blijkt dus al een eerste
misvatting te zijn. En naarmate de film voortgaat, blijven er
nieuwe feiten naar boven komen. Hun relatie wordt een aantal keer
in een ander daglicht geplaatst, tot duidelijk wordt dat het nooit
mogelijk is om elkaar écht te kennen. De man en de vrouw blijven
opbotsen tegen aspecten van elkaars persoonlijkheid die ze niet
eerder vermoed hadden of waar ze niet van houden, de kijker kan op
geen enkel moment zeggen dat hij één van de twee heeft doorgrond,
en de personages lijken zichzelf niet eens zo goed te kennen.

In die zin heeft de splitscreen dus wel degelijk een
inhoudelijke functie: de gespletenheid van elke mens wordt er
tastbaar mee gemaakt. We zien de man en de vrouw nu vlak naast de
man en de vrouw van vroeger staan, we zien wat ze denken pal naast
wat ze zeggen. Yup, er is echt wel over nagedacht, maar het
probleem is dat die techniek over een hele film bekeken behoorlijk
geforceerd gaat aanvoelen. Trop is nu eenmaal teveel. Door
de splitscreen ben je je immers continu bewust dàt je naar een film
aan het kijken bent, je kunt niet opgaan in de ervaring van die
twee personages omdat je daar altijd met die twee beeldvakken naast
elkaar zit die je toeschreeuwen dat je naar een constructie aan het
kijken bent. Die splitscreen is gewoon, zoals dat weer zo mooi
klinkt in het Engels, more trouble than it’s worth.

Moet je dan gaan kijken of niet? Ja hoor, als je tenminste
ergens een eenzaam zaaltje vindt waar ze ‘m draaien. Want
uiteindelijk kan de overdreven vormgeving niet verbergen dat dit
wel degelijk een mooi verhaal is over twee levensechte mensen. En
ook krijg je de goddelijke Helena Bonham Carter en de zelden minder
dan schitterende Aaron Eckhart in twee uitstekende rollen. Eén van
de voordelen van het werken met twee camera’s is dat de acteurs hun
scènes in één ruk uit kunnen spelen, en dat merk je. De timing
tussen Carter en Eckhart zit ongelooflijk goed, en hoewel ze geen
van beiden traditionele romantic leads zijn (in de zin van
“twintigjarige fotomodellen met tandpastaglimlach”), knéttert het
wel.

‘Conversations With Other Women’ is in feite een zoveelste
bewijs dat je met een sterk script geen verdere tierlantijntjes
nodig hebt. De splitscreen weet hier en daar een extra dimensie toe
te voegen, maar in dat geval had de regisseur hem dan ook beter
slechts hier en daar gebruikt, in plaats van heel de tijd. Maar
niettemin: zwaar de moeite voor iedereen die geen nood heeft aan
piraten of maalstromen om geboeid te blijven in een cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 3 =