Wilco :: Sky Blue Sky

Laatst reed ik over de E17 bij valavond naar huis. Het was een
vervelende en lastige dag geweest en ik verlangde om languit in de
zetel te gaan liggen. Het regende en de wereld zag er asgrauw uit.
Op automatische piloot stak ik de nieuwe plaat van Wilco in de
cd-lader en de hemel klaarde op. Ik kon er niets aan doen, maar er
verscheen een brede grijns op mijn gezicht. Alles werd bijkomstig
en ik genoot van de anders droefgeestige rit. De kracht van muziek,
inderdaad. Het was alsof ik in de openingsscène van een film
speelde. De hoofdrol, dat spreekt.

Wilco heeft met ‘Sky Blue Sky’ zijn zesde plaat gebaard en de door
het leven getormenteerde Jeff Tweedy en zijn groep lijken er deze
keer warempel plezier aan te beleven. Na de hoekige alt.country
rock op Yankee
Hotel Foxtrot
en A Ghost Is Born, gaan
ze deze maal voor de directe aanpak. De spanningen in de groep
lijken weggeëbd en dat is te horen. Het album is gladder. Er wordt
minder geëxperimenteerd, alles is toegankelijker geworden, de
nummers kregen een popinjectie, en dit waarschijnlijk tot de grote
spijt van enkele fans van het eerste uur. Tweedy beweert dat dit
tot nog toe het makkelijkste Wilco-album was om op te nemen. Het is
hem gegund.

De plaat opent met ‘Either Way’, een nummer met kringelende gitaren
en een sfeer waar men warm van wordt. Een perfecte opener, waarmee
de toon gezet is. ‘You Are My Face’ start in ware Simon and
Garfunkel-stijl, met fijne vondsten als “I trust no emotion, I
believe in locomotion, But I’ve turned to rust as we’ve discussed,
Though I must have let you down, too many times, In the dirt and
the dust”
. Na de eerste strofe begint Wilco te klinken als The
Band: verrassend, soulvol en to-the-point. Daarna nemen ze ons
verder op hun wolkje met ‘Impossible Germany’ en de titeltrack. Een
uiterst breekbare Tweedy zingt ons recht vanuit zijn ziel
toe.
‘Side with the Seeds’ begint met een korte roffel en rauwe zang.
ontspoort halverwege en valt daarna terug in zijn plooi, waarna er
een spetterend finale volgt met gitaren die alle kanten op gaan en
waarvan het einde doet denken aan dat van ‘A Day in the Life’ van,
jawel, The Beatles. Een gedurfde uitspraak, maar kom, waarom ook
niet. Naadloos gaat het album over in ‘Shake it Off’, één van de
mindere songs op deze plaat. Daarna wordt de draad gelukkig weer
opgepikt en gaat het in rechte lijn richting
onsterfelijkheid.

‘Hate it Here’ geeft een bedrieglijk eenvoudige tekst (het saaie
huishouden, wanneer uw lief u heeft laten zitten) en wordt op een
bijzonder soulvolle manier gespeeld. ‘Walken’ begint als prettig
deuntje en eindigt als een ware rocker. De band heeft er duidelijk
plezier in. ‘What Light’ is een meezinger van het zuiverste water.
Een nummer voor aan het kampvuur dat reeds bij de eerste
luisterbeurt mee geneuried kan worden. De plaat eindigt met ‘On and
On and On’. Dit is een noodkreet van een stervende geliefde, te
gebruiken als openingsdans op een begrafenis of als afscheidslied
op een macaber trouwfeest. “Please don’t cry, We’re designed to
die, You can’t deny, Even the gentlest tide, On and on and on we’ll
be together yeah”
.

Dit album doet denken aan The Beatles, Neil Young, Bob Dylan,
Fleetwood Mac, Simon and Garfunkel, en recenter Badly Drawn Boy,
voorwaar geen slechte referenties. Het gaat terug naar de wortels
van de americana-rock. Het is warm en uitnodigend met de juiste
ruwe kantjes en de juiste zalvende strijkers. Op het eerste zicht
lijkt het eenvoudige mellow poprock. Maar de nummers
blijven aan uw ziel plakken. De tijd zal uitmaken of dit een
tijdloos album is en post mag vatten naast de hierboven vernoemde
groten van het muziekpantheon. Zeker is dat op dit moment Wilco een
puike plaat heeft gemaakt die hoog zal scoren in de
eindejaarslijstjes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 18 =