The Hitcher




83

Het openingsshot is er meteen één dat kan tellen: een konijn zit
op de berm van een snelweg en waagt zich op het asfalt, enkel om
ogenblikkelijk overreden te worden door een vanuit het niets
opgedoken wagen. Bloed en ingewanden spatten op. Lief klein
konijntje had een auto op z’n neus. Ineens een goede indicatie van
het niveau waarop ‘The Hitcher’ zich zal afspelen. Deze remake van
de late night video classic uit 1986, waarin Rutger Hauer
z’n meest maniakale grijns mocht bovenhalen en zijn
multifunctioneel Hollands bad guy-accent ten volle mocht
uitspelen, besluit al zeer vroeg om spanning in te ruilen voor
gore, suspense voor door de lucht tollende en exploderende
wagens. Sign of the times, en vooral ook sign of the
maker:
Michael Bay, bij mij thuis genoegzaam bekend onder de
noemer the movie antichrist, en regisseur van
meesterwerken als ‘Armageddon’ en ‘Pearl Harbor’, is
schijnbaar vastbesloten om elke horrorfilm van twintig jaar of
ouder een hedendaagse, ondraaglijk flashy herbewerking te
geven. Hij was als producer verantwoordelijk voor de nieuwe versies
van ‘The Texas
Chainsaw Massacre’
én ‘The Amityville Horror’,
en binnenkort is hij zelfs van plan om met z’n proletenpoten aan
Hitchcocks ‘The Birds’ te gaan zitten frunniken. Al die projecten
werden gekenmerkt door enorme hoeveelheden bloed, loeiharde
geluidseffecten, stroboscoopmontage en (je moet voor dat alles nu
eenmaal wel iets in de plaats geven) een absoluut gebrek aan
spanning. Met ‘The Hitcher’ is het niet anders.

Jim (Zachary Knighton) en Grace (Sophia Bush) zijn twee
typische, trippelende en leeghoofdige filmstudenten die aan het
begin van de vakantie in hun auto kruipen om de familie en vrienden
van Grace te bezoeken. Veel komen we over hen verder niet te weten,
maar zo erg is dat niet: erg interessant zien ze er namelijk niet
uit. Hij loopt rond met een uitgecalculeerde “pas-uit-bed”-look die
allicht het resultaat is van ettelijke uren voor een spiegel, zij
ziet eruit als een ondergoedmodel en dat is dan dat. Onderweg
ontmoeten ze John Ryder (Sean Bean), een lifter die kwaadaardig uit
z’n oogjes kijkt en zijn dialogen (Bean heeft toch zeker een
tiental replieken in de hele film) bromt op een toontje van “pas op
wat je zegt of ik ruk je kop eraf”. Ryder blijkt inderdaad redelijk
psychopatisch te zijn: om geen enkele aantoonbare reden gaat hij
aan de slag met messen, revolvers en pistolen (waarvan het nooit
helemaal duidelijk wordt van waar hij die allemaal haalt) om Jim en
Grace toch maar naar de andere wereld te helpen.

De originele ‘Hitcher’ was niet bepaald een meesterwerk, maar
het was wél een effectief thrillertje dat vooral opviel door de
bijna fanatieke eenvoud van de premisse. Je had één man die een
andere wilde vermoorden en die zich door niets of niemand zou laten
tegenhouden, enigszins in de stijl van ‘The Terminator’. Met dan
wel het verschil dat we ditmaal niet eens wisten wat de motivatie
van de moordenaar was. ‘The Hitcher’ was een film over
onverklaarbare woede, over een mens die gewoon door en door slecht
was, zonder dat daar een reden voor was. Die premisse overleeft
natuurlijk in deze nieuwe versie, maar wordt al meteen voor een
groot deel van z’n kracht ontdaan door van de eenzame held een
koppel te maken. Oké, in de eerste ‘Hitcher’ had je natuurlijk
Jennifer Jason Leigh in een vroege rol als love interest
van het hoofdpersonage, maar er was geen voluit ontwikkelde relatie
tussen de twee. In principe was dat een film over een mano a
mano
gevecht. Hier wordt dat verruild voor een koppel, en dat
kost het verhaal behoorlijk wat spankracht. De redenering van de
producers was eenvoudig: door er een koppel van te maken kan er
steeds dialoog tussen beide plaatsvinden, zodat we alle plotpunten
die we duidelijk willen maken, expliciet in de tekst kunnen leggen.
En bovendien gaan we het meisje van dat koppel uiteraard casten op
basis van haar lichaam, en dient ze benen tot aan haar tieten te
hebben, dat spreekt voor zich.

Maar de intensiteit van de film lijdt onder die beslissing: het
centrale koppel is geen moment geloofwaardig – ze zijn twee
Hollywoodclichés die elkaar of het publiek niets te melden hebben.
Hoe meer ze kibbelen en hoe dommer ze doen, hoe meer je zit te
hopen dat Bean hen gewoon meteen omver knalt. Hoe dom zijn Jim en
Grace precies? Wel, op een bepaald moment treffen ze een
slachtoffer van John Ryder aan, een mes nog in zijn buik, zichtbaar
doodbloedend. Panikerend rijden ze met die man naar het
dichtsbijzijnde gebouw, een wegcafé. Daar loopt Grace naar binnen
en terwijl haar vriend de pulserende, hoog in straaltjes
opspattende bloeding probeert tegen te houden, spreekt ze de
gevleugelde woorden: “Hebt u misschien wat handdoekjes voor
mij?”

Tijdens het eerste half uur gààt het nochtans nog wel met deze
tweede ‘Hitcher’. Oké, het is allemaal voorspelbaar en gruwelijk
afgelikt, maar het blijft een redelijk vlotte hervertelling van het
origineel. Maar dan komt er een moment waarop het scenario
escaleert naar het volgende niveau van geweld – we weten dat John
Ryder een psychopaat is, we weten dat Jim en Grace in gevaar zijn,
en dàn barst de film pas echt los. In de ’86-versie gaf dat moment
aanleiding tot een venijnig thrillertje, waarin lange stiltes en
een zorgvuldige opbouw aanleiding gaven tot korte uitbarstingen van
gruwelijk geweld. Hier daarentegen, kiest regisseur Dave Meyers
(tot voor kort een videoclipregisseur, wat een verrassing) volop
voor non-stop geweld, met ridicule situaties als gevolg. Wat dacht
u van Sean Bean die vanuit een auto (die hij ook weer érgens
gehaald heeft) met een pistool vier politiewagens van de baan knalt
én een helikopter uit de lucht haalt? Subtiel? Spanningsopbouw? Dat
staat niet in het woordenboek van Meyers, Bay en co.

Sean Bean is een acteur die stilaan de standaard-baddie
begint te worden van elke slechte Amerikaanse thriller die er wordt
uitgebracht. Typecasting, misschien, maar hij zal toch af en toe
wel eens een script in de bus krijgen waarin hij een ander aspect
van z’n persoonlijkheid kan belichten? Hij voert hier alweer
hetzelfde nummertje op dat we al in zoveel andere films hebben
gezien en lijkt zich er daarbij continu van bewust te zijn hoe
slecht de film wel is. Knighton en Bush zijn dan weer doodordinair
psycho-voer zoals dat in dit genre continu wordt
opgevoerd. Ze gillen, krijsen en meppen om zich heen en slagen erin
om er daarbij altijd even fotogeniek uit te blijven zien. Wie weet,
misschien hebben ze zelfs wel acteertalent, alleen zul je dat in
dit soort film nooit te weten komen, gewoon omdat het niet ter zake
doet.

Ik moest tijdens het kijken plots denken aan de laatste regels
van Flip Kowliers liedje ‘De Grotste Lul van ‘t Stad’: “Ik heb
nog nooit gemikt / bazooka’s mikken niet”.
Daar ging het
natuurlijk over iets heel anders, maar eigenlijk geldt hetzelfde
voor de cinema van Michael Bay: die kerel gooit er zóveel geld en
zóveel technische middelen tegenaan, dat hij met zijn bazookacinema
niet hoeft te mikken. Hij hoeft niet fijngevoelig te zijn, niet
intelligent, zelfs niet bekwaam om een verhaal te vertellen of een
personage op poten te zetten. Wie heeft dat nodig als je met veel
minder moeite een konijn kunt laten overrijden?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =