Blades of Glory




Eerlijk, als er iemand is die een sportkomedie over
kunstschaatsen met een onnavolgbaar onnozele verve kan verkopen,
dan is het toch wel grote muil Will Ferrell. Voor zulke puberale
toestanden ga je nu eenmaal niet aankloppen bij Woody Allen. Na
zijn wonderbaarlijk geslaagde semi-serieuze sprong met het pareltje
Stranger Than
Fiction’
, is de populairste frat packer van het moment
terug in zijn sillier than silly oude doen. In navolging
van ‘Anchorman’ en ‘Talladega Nights’,
films die je beter consumeert in licht tot zwaar benevelde
toestand, kruipt hij nog maar eens in de pafferige huid van een
arrogante schlemiel die denkt dat het universum rond zijn gat
draait. In deze schaatspersiflage krijgt hij niemand minder dan Jon
‘Napoleon Dynamite’ Heder naast zich om zijn steeds absurder
wordende oneliners op te vangen. Niemand zal dit
hoogstaande comedy noemen, maar als Ferrell zijn bek
opentrekt voor een zoveelste hilarische levenswijsheid zal je te
hard aan het lachen zijn om je daar nog druk over te maken.

Chazz Michael Michaels (een personage met zo’n naam kan alleen
door Will Ferrell vertolkt worden) en Jimmy MacElroy (Jon Heder)
zijn twee rivaliserende topschaatsers die op de Olympische Spelen
van 2002 dik tegen hun zin een gouden medaille moeten delen. Na een
gênante schermutseling worden ze allebei levenslang geschorst van
het professioneel ijsschaatsen. Drie jaar later zijn de ooit zo
populaire sterren van de bevroren arena vergeten has beens
die ofwel een ijsshow voor kinderen onderkotsen (Chaz dus) of in
een schaatswinkeltje werken. Maar dan krijgen de heren met de
belachelijk hilarische kapsels de kans om terug in de
spotlight te komen: ze plannen een comeback als
schaatsduo. Met de hulp van hun coach (Craig T. Nelson geniet van
de nonsens) moeten de twee bekvechtende flippo’s hun ego vergeten,
als ze ook maar een kans willen maken op een nieuwe gouden
medaille. Zeker waneer ook de concurrentie (Will Arnett en Amy
Poehler als bizar schaatskoppel) er alles aan zal doen om de twee
te dwarsbomen. Kunnen de seksverslaafde Chaz en de gevoelige (lees
verwijfde) Jimmy de strijdbijl begraven en hun talenten bundelen om
de best gay show ever te geven? Die kans zit er dik in,
ja.

Als Ben Stiller jew frat, Vince Vaughn swinger
frat
, Owen Wilson surfer frat en Luke Wilson
bland frat is, dan zouden we Will Ferrell stilaan
sporty frat kunnen noemen. Nadat hij de oer-Amerikaanse
NASCAR-autosport fameus te kakken zette met zijn ‘Talladega Nights’, mag
nu de edele sport der kunstschaatsen trillen op de atletische
benen. Eigenlijk is het verrassend dat het zolang heeft geduurd
vooraleer iemand zijn pijlen richtte op een onderwerp dat, laten we
eerlijk zijn, een veel te gemakkelijk doelwit vormt om de draak mee
te steken. In spandex geklede mannen die op kitscherige Enya-muziek
de meest fruitige bewegingen maken op het ijs, daar moet je al niet
te veel bij overdrijven om aan een spoof te geraken. Het
is weinig subtiel (gay jokes tot je er duizelig van
wordt), niet al te origineel (dit is gewoon Ricky Bobby met
Napoleon Dynamite op schaatsen) en uiteindelijk niks meer dan een
uitgelopen sketch van twintig minuten, maar toch spelen de
onnozelaars het klaar. Met hun aanstekelijk enthousiasme,
onuitputtelijke improvisatie en een handvol schitterende grappen
(die schaatsroutines!) maken Ferrell en Heder van ‘Blades of Glory’
een one joke-film die net amusant genoeg blijft om een
klein anderhalf uur bij te gniffelen.

In vergelijking met ‘Anchorman’ en ‘Talladega Nights’ zijn
er trouwens een paar opvallende verbeteringen te bespeuren, die dan
weliswaar ook wat mindere aspecten met zich meebrengen. ‘Blades of
Glory’ bevat meer vaart dan zijn voorgangers omdat er strakker
wordt vastgehouden aan een conventionele narratieve structuur. Het
verhaal van ‘Blades of Glory’ is pokkevoorspelbaar (from heroes
to zeroes to heroes
), nauwelijks uitgewerkt, maar werkt wél
als kapstok voor de komieken van dienst. Zowel ‘Anchorman’ en
‘Talladega
Nights’
werden geplaagd door teveel lange en dode momenten die
eigenlijk niks ter zake deden. De schwung verdween en de
films begonnen te slepen. Soms leverde dat een geniaal moment op
(de ‘Gangs of New York’-vechtpartij uit ‘Anchorman’ is een frat
classic
), maar al te vaak bleven die zijwegen overbodige
ballast die beter thuishoorden bij de verwijderde scènes op de dvd.
‘Blades of Glory’ zit structureel frisser, ook al is het verhaaltje
dat niet, en de dode momenten krijgen minder kans om de film, zelfs
met z’n flinterdunne concept, lam te leggen.

Als keerzijde krijg je natuurlijk een bravere en meer
conventionele komedie (well duh). Ferrell improviseert
graag (‘ze lachten Louis Armstrong ook uit, maar kijk, die zit nu
op de maan, ons uit te lachen’, waar blijft hij het halen) en durft
ook wel eens te spelen met het absurde. In ‘Blades of Glory’ krijgt
die typische anarchistische humor veel minder plaats dan in zijn
voorgangers. Ferrell is minder uitzinnig, minder subversief (de
satire is deze keer zo goed als onbestaande) en moet zijn
schtick beperken zodat het brave verhaaltje vooruit kan.
De vraag blijft echter of de fans niet liever hun idool vollen
bak
zien gaan, dan dat ze met een film opgescheept zitten die
net iets vlotter vooruit gaat.

Maar de liefhebbers van Will Ferrell moeten zeker niet treuren,
er valt nog meer dan genoeg silly fun te beleven. Zo vormt
Ferrell een leuk duo met Jon Heder en spelen ze perfect in op
elkaars komische talenten. Ferrell is de boerse vetzak met het Kurt
Russell-kapsel die zijn haar wast met paardenshampoo, Heder het
verwijfde ventje met de blonde krulletjes die verkleed als een pauw
over het ijs dartelt. Hun personages zijn tegenpolen en dat gegeven
wordt ten volle benut (uitgemolken) om elk grapje eruit te halen.
Iets dat vooral scoort wanneer de twee zich op het ijs bevinden.
Waneer ze hun ding doen op ‘I Don’t Want To Miss A Thing’ van
Aerosmith of ‘Flash’s theme’ van Queen piekt ‘Blades of Glory’ tot
aan het plafond op de funnymeter. En dan komen ze met de
Ijzeren Lotus, een levensgevaarlijke schaatsbeweging, op de
proppen. Lachen geblazen.

Er wordt wel eens een valse noot geslagen (de creepy
stalker is dodelijk ongrappig) en de bijrolletjes zijn nogal
zwakjes ingevuld (waar is Sacha Baron Cohen of Steve Carell als je
ze nodig hebt), maar ‘Blades of Glory’ is toch maar weer een fijn
cadeautje voor de frat pack-aanhangers. Kruip gezellig bij
je dudes, laat het bier rijkelijk vloeien en laat Will, de
ijsvretende sekstornado, zijn gang maar gaan. Ice, Ice,
Baby!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + negentien =