The Good Shepherd




167 min. / USA /
2006

Wanneer de groten vallen, vallen ze diep – één van de
pijnlijkste evoluties die we het voorbije decennium konden zien in
de filmwereld, was de manier waarop Robert De Niro, ooit beschouwd
als één van de beste acteurs ter wereld, steeds meer een parodie
werd van zichzelf. Hij dook op in de éne idiote komedie na de
andere (nog ‘Meet the
Fockers’
, iemand?), zonder er ooit in te slagen grappig te
zijn, en ook z’n dramatisch werk werd steeds meer euhm… nuja,
dramatisch. (Zie ’15 Minutes’ en huiver.) Vandaar dat het
verdomd goed doet om u te kunnen melden dat De Niro met ‘The Good
Shepherd’ een mooie revanche neemt. In z’n eerste regieproject
sinds ‘A Bronx Tale’ uit 1993, toont de man een indrukwekkende
maturiteit en een knap gevoel voor ritme en plot. Zo puberaal en
infantiel als zijn acteerprestaties de laatste jaren waren, zo rijp
en volwassen is deze film.

Matt Damon speelt Edward Wilson, een student poëzie aan de
universiteit van Yale, die toegelaten wordt tot de geheime
genootschap Skulls and Bones, een soort veredelde jongensclub van
rotverwende fils-à-papas die zichzelf beter vinden dan al
de rest (ook president Bush en zijn vader waren er lid van in het
echte leven). Wilson is een teruggetrokken, zwijgzaam persoon, die
aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog wordt aangesproken door
een FBI-agent om te spioneren op een professor met vermeende
nazi-sympathieën. Wilson levert zo’n goed werk als
gelegenheidsspion dat hij stante pede wordt gerekruteerd voor de
OSS (Office of Strategic Services), de Amerikaanse buitenlandse
spionagedienst. Hij laat zijn kersverse vrouw Margaret (Angelina
Jolie) en hun pasgeboren zoon zonder een moment van twijfel vijf
jaar lang achter om vanuit Londen te helpen de oorlog te winnen.
Daarna wordt de OSS getransformeerd in de CIA. Wilson wordt één van
de hoofdrolspelers in de koude oorlog; hij krijgt te maken met
Russische overlopers, speelt een kat-en-muisspelletje met zijn
Russische tegenhanger, gekend onder de codenaam Ulysses, en is mee
verantwoordelijk voor het Varkensbaai-fiasco. Ondertussen zit zijn
echtgenote thuis weg te kwijnen, weet zijn zoon nauwelijks wie hij
is en leidt Wilson zelf een bestaan waarin hij letterlijk niemand
kan vertrouwen.

‘The Good Shepherd’ biedt een blik op het ontstaan van een
spionagedienst die tijdens de jaren vijftig en zestig de machtigste
op aarde was. De CIA werd in die tijd gelinkt aan zowat alle
belangrijke globale gebeurtenissen, inclusief de moord op Lumumba
in Congo, de moord op Kennedy (vraag dat maar aan Oliver Stone), de
terroristische aanslagen in Indochina die leidden tot de
Viëtnamoorlog enzovoort. Op een bepaald moment in de film zegt een
CIA-agent: “We zeggen altijd gewoon ‘CIA’, nooit ‘de CIA’.
Weet je waarom? Je zet toch ook geen ‘de’ voor het woord ‘God’, of
wel soms?” En inderdaad, zo machtig waren ze. Maar De Niro buit dat
verhaal op geen enkel moment uit met de gebruikelijke
spionageclichés. Er vallen maar weinig actiescènes in terug te
vinden en zelfs openlijke emotie is zeldzaam. ‘The Good Shepherd’
duurt 167 minuten, en het merendeel daarvan is gewijd aan mannen
met regenjassen en hoeden die zachtjes en in omfloerste taal het
lot van de niet-bijster-vrije-wereld staan te bedisselen.
Spionagewerk, leren we hier, is geen kwestie van geweervuur of luid
geschreeuw. Het bestaat uit gefluister, uit subtiele woordjes die
meer betekenen dan je zou denken, en vooral uit eeuwige
paranoia.

Of dat alles een groot publiek zal aanspreken, is maar de vraag.
Edward Wilson is een man die nooit, maar dan ook nooit, een
openlijke emotie toont. Als hoofdpersonage krijgen we iemand die
zodanig een binnenvetter is dat we op den duur gaan twijfelen of er
wel een reële persoonlijkheid schuilgaat onder dat onbeweeglijke
exterieur. Wilson begint de film als een idealist, die echt gelooft
in een bepaalde visie op Amerika en die visie wil verdedigen. Over
de loop der tijd verdwijnen zijn illusies, maar terwijl zijn
gezinsleven en elke hoop op een normaal emotioneel bestaan in rook
opgaan, blijft hij vastbesloten verder ploegen in zijn miserie.
Wilson geeft àlles op voor zijn land – zijn vrouw vervreemdt van
hem, zijn zoon had net zo goed die van ‘n ander kunnen zijn – en
hij krijgt er bitter weinig voor terug. In die zin doet ‘The Good
Shepherd’ erg denken aan ‘The Godfather Part II’,
waarin Michael Corleone ongeveer hetzelfde meemaakte: ook daar
kregen we een man die voor een levensstijl koos, en achteraf inzag
dat het de verkeerde was. Maar toen was het al te laat. Het enige
dat zowel Corleone als Wilson overblijft, is gewoon verder te gaan
en hun emotioneel leven daarbij helemaal plat te leggen. Anders zou
de miserie ervan wel eens ondraaglijk kunnen blijken.

We krijgen hier dus een menselijke ijskast als hoofdpersonage,
iemand die àlles verdringt, en Matt Damon krijgt de moeilijke taak
om dat boeiend te houden. De rol is extreem introvert, maar met dat
afgesloten personage moeten we wel bijna drie uur lang leven. Damon
draagt de hele film – in de andere rollen duiken enkel Angelina
Jolie, John Turturro en William Hurt met enige regelmaat op. Voor
het overige is de cast bezaaid met grote namen die een cameootje
van één of twee scènes komen doen. Maar Damon stelt niet teleur.
Het is niet veel acteurs gegeven om niets te doen en toch boeiend
te zijn, maar hij flikt het. John Turturro is al even indrukwekkend
als Damons rechterhand, terwijl Angelina Jolie lichtjes teleurstelt
als Margaret, Wilsons vrouw. Ze is niet per sé slecht, maar ze
onderscheidt zich ook nergens, je ziet nergens een moment van haar
waarin ze echt uitblinkt – terwijl ze middenin een uitgebreide cast
staat waarin praktisch iedereen dat wél heeft.

De Niro toont zich vooral een goed verhalenverteller met ‘The
Good Shepherd’. De film behandelt pakweg 25 jaar aan politieke
geschiedenis, met heel wat intriges en verraderlijke personages,
maar persoonlijk had ik op geen enkel moment moeite om te volgen
wie wat deed en waarom. Alles klikt netjes samen, alles wordt mooi
uitgelegd. Dat gezegd zijnde, behandelt De Niro z’n publiek wél als
intelligente volwassenen, wat wil zeggen dat hij voor de hand
liggende dingen niet nog eens gaat uitleggen. Elk plotpunt wordt
één keer duidelijk gemaakt, geen drie, zoals gewoonlijk in
Hollywoodfilms. En een minimale historische achtergrond wordt ook
verondersteld. Wie niet weet wat de Varkensbaai was, kan dat best
eerst even gaan Googelen. Maar goed, gaan dat soort mensen dan ook
naar deze film zien?

Er zijn kleine aanmerkingen te maken, natuurlijk – de scènes
tussen Wilson en zijn vrouw zijn niet altijd even overtuigend en
bepaalde kleine bijrolletjes dienen niet echt een functie. Joe
Pesci komt heel even loeren om dingen te zeggen die wel belangrijk
zijn voor de thematiek van de film, maar die nog niet verantwoorden
waarom daar nu ineens nog een nieuw personage tevoorschijn
komt.

‘The Good Shepherd’ zal zeker niet voor iedereen zijn. Dit is
bijna drie uur gepraat, met een ijskoud hoofdpersonage, met een
politieke thematiek en een bewust traag tempo. De Niro heeft hier
een film gemaakt die past in de traditie van de kwaliteitsdrama’s
van de jaren zeventig. Maar wat een beheersing, wat een
intelligentie en wat een hoofdrolspeler. Voor wie zich ervoor in
wil spannen, is dit grote klasse.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + dertien =