Blonde Redhead :: 23

Met 23 is Blonde Redhead, het Amerikaanse trio rond de Italiaanse tweeling Amadeo en Simone Pace en de Japanse Kazu Makino, ondertussen aan zijn zevende album toe. De groep slaat nog verder het pad in dat met het magistrale Misery Is A Butterfly betreden was. Het vroegere werk klinkt steeds meer als een vage echo uit een ander leven; niets voor niets staat het getal 23 in de I-Tjing voor versplintering.

Het titelnummer “23” zet meteen de krijtlijnen uit voor wat volgen zal: de melodische ondertoon die op het vorige album al zo prominent aanwezig was, wordt nog verder uitgediept. Geen Lost In Translation hier maar wel een aan de jaren tachtig-wave gelieerde klank die dromerige rock brengt. Makino klinkt heser en onaardser dan voorheen, de gitaren waaieren uit en staren naar de eigen schoenpunten alsof alle heil daar te vinden is.

Op “Dr Strangeluv” gaat het er iets rustiger aan toe, de stem is nog prominenter naar de voorgrond gebracht met gitaren die niet kamervullend willen klinken. Het is een korte adempauze voor het dromerige “The Dress”, dat klinkt alsof Air opeens de rock verkiest boven de lounge en Charlotte Gainsbourg inruilt voor een andere deerne. Blonde Redhead heeft duidelijk een nieuwe stijl gevonden die mijlenver verwijderd lijkt van hun vroegere artrock en no wave.

Op “SW” is zowaar een blazersectie te horen en kan met zekerheid gesteld worden dat de groep voluit voor een andere klank gekozen heeft. Toch is dit de track die nog het meeste aansluiting zoekt bij het vorige album en aldus een brug vormt tussen beide. Op “Spring And By Summer Fall” mag de ritmesectie nog eens rocken, maar de vele electroklanken die subtiel doorheen de song geweven worden, vormen samen met de dromerige gitaarlijnen een grens die niet overschreden wordt. De “droompop” wordt nergens verlaten of ingeruild.

Op “Silently” lijkt het even fout te lopen wanneer de jaren tachtig akelig dichtbij komen en de “New Romantics”-beweging een paardansje uitvoert met een van de vele ondertussen vergeten sterretjes van het moment. De groep speelt met vuur maar blijft netjes binnen de grenzen van het album. Het nummer floreert wonderwel in dit nieuwe universum maar mag er niet uitgeplukt worden want dan sterft het ongetwijfeld een voortijdige dood. Kortaangebonden en esoterisch zet “Publisher” iedereen op het verkeerde been. De electrowinkel heeft het in dit nummer zozeer overgenomen dat de luisteraar mogelijk even twijfelt of er nog wel gitaren en drums te horen zijn.

Met “Heroine” wordt weer naar vertrouwder terrein gewandeld. Dromerige popmelodieën en een zwevende Makino die zichzelf terugvindt volgen in het naïeve “Top Ranking”, dat met een mooie melodie aan de haal gaat en haast kinderlijk klinkt. De vreemde percussie laat wel even de wenkbrauwen fronsen, net zoals de zanglijnen die wel heel erg aan de foute jaren tachtig doen denken. Met “My Impure Hair” zet de groep er een punt achter, maar de breed uitgerekte melodielijn en slepende drums maken het geen gemakkelijk afscheid. Blonde Redhead geeft geen cadeaus weg.

23 zal nog veel meer dan Misery Is A Butterfly op wenkbrauwgefrons en ongeloof onthaald worden door hen die de groep de voorbije jaren van nabij gevolgd hebben. Zelfs wie Misery Is A Butterfly nog kon plaatsen binnen de catalogus van de groep zal nu even slikken. De droompop met een electro-injectie die op 23 het mooie weer maakt, staat mijlenver af van datgene waar Blonde Redhead ooit voor stond, maar behoudt wel het kwaliteitslabel van voorheen.

Of Blonde Redhead doelbewust voor het mythische getal 23 koos, is niet aan de orde. De breuk met het verleden — hier lijkt wel een andere groep te staan — mag dan groot zijn, toch weet Blonde Redhead zijn eigenheid te bewaren. Ook voor de fans van het eerste uur, die aanvankelijk mogelijk vertwijfeld zullen reageren op dit nieuwe geluid, is het raadzaam het album toch een kans te geven, want onderhuids schittert hier nog steeds dezelfde groep.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × drie =