Bob Dylan :: 6 april 2007, Vorst Nationaal

De vader aller singer-songwriters die naar Brussel afzakt, het kan klinken of het kan botsen, maar ditmaal maakt de bijna 66-jarige bard een diepe indruk. Met het sterke Modern Times onder de arm heeft Bob Dylan geen moeite om op het podium vitaal uit de hoek te komen.

Flashback naar de eerste novemberdag van 2005. Bob Dylan staat in Vorst. In ons enthousiasme — Bob! Dylan! Staat! In! Vorst! — zijn we overweldigd door wat we te zien krijgen, maar meegesleept door datzelfde enthousiasme zijn we te vergevingsgezind. Niemand zingt Dylan zoals Dylan, maar als de man zelf veeleer declameert dan zingt en zich daarbovenop achteraan op het podium verschuilt achter een elektrisch orgel, dan is er — achteraf nuchter beschouwd — niet zo veel dat het enthousiasme rechtvaardigt.

Terug naar het hier en nu. Met Modern Times heeft Bob Dylan vorig jaar een prima nieuwe plaat uitgebracht, een plaat die de nodige verwachtingen schepte voor Dylans liveprestatie. Wanneer de man, samen met zijn vijfkoppige band, op het podium verschijnt, een elektrische gitaar vastneemt en zowaar vooraan postvat, gaat er een zucht van verlichting door Vorst. Nog vóór een ijzersterk “Tweedle Dee And Tweedle Dum” de spits afbijt, heeft Dylan meer bewogen dan tijdens het hele vorige concert, en dat houdt de belofte in van een grootse concertervaring.

Tijdens die opener valt dadelijk op dat ’s mans stem er het afgelopen anderhalf jaar sterk op vooruit is gegaan. Het blijft geneuzel, maar ditmaal is het herkenbaar geneuzel en klinkt het bij momenten — zoals in een verbeten “Highway 61 Revisited” — als de wervelwind van weleer. Vooral in de nummers uit Modern Times toont Dylan zich vocaal van zijn sterkste kant. “When The Deal Goes Down” en, in de bissen, “Thunder On The Mountain” maken diepe indruk, maar het is het wondermooi gebrachte “Nettie Moore” dat zich helemaal met de klassiekers kan meten. Tijdens dat nummer kan je een speld horen vallen en lijkt Dylan zich te nestelen in de rol van oude bluesman, een rol die hem op het lijf geschreven is.

Door de kwaliteit van de vertolkte songs en de sterke setlist — met een uit The Basement Tapes gelicht “This Wheel’s On Fire” als verrassend hoogtepunt — lijkt Dylan te kennen te geven dat zijn tijd nog niet gekomen is. Zijn motoriek mag dan zo houterig zijn als de robots van Kraftwerk, wanneer de man na enkele nummers achter de — eveneens vooraan opgestelde — piano plaatsneemt, waagt hij zich meermaals aan enkele danspasjes en vang je als toeschouwer tijdens een doorleefd “Like A Rolling Stone” een glimp op van de jonge kerel die ooit besloot alle regels aan zijn laars te lappen en te spelen wat hij voelde dat hij moest spelen.

Of het nodig is keer op keer met “All Along The Watchtower” af te sluiten, is discussiestof voor de diehards, maar dat het nummer een immense gekte teweegbrengt bij het publiek valt niet te ontkennen. Minzaam ondergaat His Bobness de loftuitingen en na een klein knikje verdwijnt de oude bard in de coulissen. Ook op gevorderde leeftijd kan Bob Dylan sterk uit de hoek komen, en wanneer hij de schim van het verleden achter zich weet te laten, zorgt dat voor vuurwerk. Er zijn nog zekerheden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vier =