The Shins + Viva Voce

Botanique, Brussel, 6 april 2007

Abrupt stopte de muziek. Gelijktijdig ging het licht uit en
bereikte de Orangerie zijn zenith. De resten van een pint
dwarrelden boven ons hoofd en voor ons namen The Shins hun positie
in voor hun laatste Europese show van deze tournee. Een laatste
keer maakte het vijftal uit New Mexico zijn reputatie waar.

Opgewarmd was de uitverkochte Orangerie door het koppel Kevin en
Anita Robinson dat als Viva Voce – volgens eigen
richtlijn uit te spreken als ‘Vee-vah-VOH-chay’ – intussen
al aan vier platen zit. Louter op het uiterlijk afgaand, zagen we
een niet-alledaagse combinatie: hij zag er uit als een stevige Axl
Rose, zij hield het midden tussen Ayco Duyster en Ally McBeal.
Muzikaal was de combinatie van zijn drums en haar elektrische
gitaar (beiden zongen ze ook) al een stuk logischer en wanneer de
twee instrumenten op volle snelheid elkaars degens kruisten,
speelde Viva Voce zijn troefkaarten uit. Zelden zagen we een dame
die zo lekker met een gitaar kan omgaan want haar schijnbaar
moeiteloos soleerwerk bracht het geluid naar de regionen van Velvet
Revolver. Het was dan ook in het hardere, snellere werk dat Viva
Voce zijn waarde bewees. Hun tragere nummers, waarin Kevin zijn
drums wel eens inruilde voor een akoestische gitaar, mochten ze wat
ons betreft in Portland laten.

Wie vreesde dat The Shins hun nieuwe plaat
Wincing the Night
Away
in albumvolgorde van voren naar achteren zouden spelen,
haalde opgelucht adem toen met ‘Kissing the Lipless’ na vier songs
dan toch een ouder nummer begon. Het zou niet daarbij blijven, want
van de negentien songs kwamen er vijf uit ‘Oh, Inverted World’
(2001), zes uit Chutes Too Narrow
(2003) en was er plaats voor één cover. Inderdaad, de drie platen
zaten behoorlijk evenwichtig in de set verweven. Vriendelijk van
deze Amerikanen, om het grootste deel van hun leukere werk te
selecteren.
Dat werk brachten ze in alle opzichten behoorlijk dicht tegen de
albumversie, gezien de hoge kwaliteit een reden genoeg om te
juichen. Uitzonderingen waren onder meer opener ‘Sleeping Lessons’,
dat een elektronisch lijntje toegevoegd kreeg, en eerste (van vier)
bisnummer ‘The Past and Pending’, waar zanger James Mercer zijn
mondharmonica bovenhaalde.

Het is niet eenvoudig om het over hoogtepunten te hebben in een
kwalitatief hoogstaande set. Dan is het makkelijker om enkele
nummers zoals ‘Mine’s Not a High Horse’ en ‘Girl Sailor’ als
‘gewoontjes’ te bestempelen. Een belangrijke vaststelling is
alleszins dat de feel good vibes die The Shins op plaat
perfect kunnen overbrengen live veel moeilijker te bereiken zijn.
Dit is dan ook bijna onmogelijk als je met door elektriciteit
aangedreven rockinstrumenten speelt. The Shins hebben ons ook nooit
weggeblazen, want daarvoor is hun muziek niet gemaakt. Bovendien
bezorgden tragere nummers als ‘New Slang’ en ‘A Comet Appears’ ons
geen krop in de keel omdat ze daar dan weer niet intimistisch
genoeg voor klonken.

Af en toe stonden zes muzikanten op het podium. Viva Voce zangeres
Anita Robinson maakte het The Shins wat goedkoper door hen een
drietal keer als backing vocal en tamboerijnspeelster bij te staan.
Tijdens het voorlaatste bisnummer kwam er zelfs iemand de koebel
bespelen. Jammer genoeg ging het geluid van de arme man, hoe
bedreven hij zijn bel ook besloeg, verloren in ‘Someone I Care
About’, een cover van de seventies protopunkband The Modern Lovers,
qua structuur uiteraard de vreemde eend in de bijt. Ook ‘So Says
I’, het slotnummer van de avond, droeg bij tot het stevige einde en
bewees zich een laatste topmoment in een serie waarvoor ‘kwaliteit’
een primaire beschrijving is.

Mocht het u nog verwonderen, ook bij deze tussenstop bewezen The
Shins hun torenhoge waarde in de huidige indiepop en -rock van de
Verenigde Staten. Superlatieven laten we in de kast maar met
comparatieven zijn we doorgaans ook al heel tevreden.

Wincing the
Night Away
is uit bij Transgressive.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 4 =