Bherman :: Two Boys

Vandereycken die de goedgelovige voetbalfanaat probeert te
overtuigen dat we nog een kans maken op kwalificatie voor het EK,
de ongewilde standup-comedy van André Flahaut, inteelt in Vlaamse
soaps,…: in tijden waarin alles op losse schroeven komt te staan,
zijn er gelukkig nog zekerheden in het leven. Reken bij dit lijstje
gerust ook uitstekende platen van Bherman, een Belgische
singsonger/soundscraper met Britse roots. Net als Nick Cave heeft deze
productieve grombeer lak aan sabbatjaren en aan de wijnranken van
zijn inspiratie groeien de druiven alsof er biologische manipulatie
in het spel is. Ook op ‘Two Boys’, zijn vijfde langspeler, is de
pluk geslaagd want na de sonische distillatie van Jürgen De Blonde
serveert deze plaat een donkere, krachtige popwijn met een bittere
afdronk. In tegenstelling tot het gevarieerde smakenpalet van zijn
vorige werk laat ‘Two Boys’ een homogeen, consistent geluid horen
dat de sommeliers van het recensentengild vooral zullen aanraden na
zonsondergang en wanneer de ziel zich na een jachtige dag opent
voor hypnotiserende liefdesverhalen met een twist. Le nouveau
Bherman est arrivé
en zijn songs klinken hechter en
overtuigender dan ooit.

Het eclectische feestje van The Other/63 moet op
‘Two Boys’ plaats ruimen voor een dichte geluidsnevel vol slepers
van songs die je lichtjes verbouwereerd achterlaten. Opener ‘Bag (I
Don’t Wanna Hold Yer)’ doet denken aan het openingsnummer van
Bowie’s ‘Heathen’. Bherman lijkt af te stevenen op een lang
orgasme, maar de man zet ons op het verkeerde been door het na een
lange, sluimerende onrust met een korte uitbarsting voor bekeken te
houden. Op de rest van de plaat blijven echte erupties achterwege,
maar de twijfel van de vulkaan tussen gedommel en gerommel houdt
ons steeds bij de les.

Net als op ‘Attitudes’, Bhermans vorige plaat, wordt een beroep
gedaan op Jürgen De Blonde (De Portables, Köhn) om het album
van een overtuigende en tegelijkertijd subtiele sound te voorzien.
De Blonde kwijt zich uitstekend van zijn taak door aan het donkere
stemgeluid van Bherman en het trage tempo van de songs pure,
heldere kleuren toe te voegen in de vorm van wegebbende
gitaarlijntjes of zachte elektronische toetsen. ‘Two Boys’ mikt
vooral op de roes, maar door zijn inbreng wordt de zin voor detail
niet uit het oog verloren. Luisteren naar deze plaat voelt dan ook
aan als kijken naar ‘Het Bourgondisch Complot’, maar dan met
Bherman en zijn kompanen achter het roer in plaats van Michiel
Hendryckx. De landschappen trekken traag aan het oog voorbij en je
wordt één met het ingehouden tempo, maar de prachtige aurale
panorama’s laten de aandacht niet verslappen. Mooie voorbeelden
zijn de vloeiende gitaarlijnen in ‘Can I Call Ye’ of de
trance-opwekkende drone waarmee ‘I Wanna Talk To You’ aan zijn raid
op onze hersenmassa begint.

‘Two Boys’ lost zijn greep bijna nergens, maar de luisteraar wordt
af en toe wel ademruimte gegund. In het gezapige ‘Tinseltown’ geeft
Bherman zijn visie op het ongebreidelde kapitalisme van Hollywood
en in de aanstekelijke instrumental ‘Road’ wordt aan wal gegaan om
de zeebenen los te schudden met dartele gitaarpartijen. De ode van
‘My Little Brother’ keert daarna terug naar Bhermans vroegere werk
met vertederende folkblues waarin de viool een hoofdrol opeist. Het
zijn dergelijke momenten die de zware trip van ‘Two Boys’
verteerbaar maken en zeeziekte op een afstand houden.

‘Two Boys’ balanceert perfect op de strakke koord die wordt
vastgehouden door het meest slepende werk van Mark Lanegan en
Bob Dylans
‘Time Out Of Mind’. Bherman laat de speelsheid grotendeels varen om
strakke, dwingende songs met elektronische barstjes te laten
ronddwalen in de huiskamer. Hij slaat daarmee een nieuwe zijweg in
en voegt tegelijkertijd een knap hoofdstuk toe aan zijn gestadig
uitbreidende oeuvre.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 13 =