Sincabeza :: Edit sur passage avant fin ou montée d’un instrument

De muzikale erfenis van de Fransen laat zich gemakkelijk (en onterecht) reduceren tot zijn bekendste exportproduct: het chanson. Het Franse levenslied wemelt in zijn beste momenten van dubbelzinnig taalgebruik, doordachte constructies en bon-mots. De kleinmenselijke tragedie en het vrolijke terugblikken op een avond van passie of vreugde vormen mee de toetsstenen van het genre.

Nu — mede dankzij Air — het chanson aan een bescheiden opmars begonnen is, voelt het nog vreemder aan dan anders om een uitstekende post- meets mathrockplaat van het Franse Sincabeza onder de neus geschoven te krijgen. Edit sur passage avant fin ou montée d’un instrument heeft niet alleen een groteske titel, maar ook een aan Franquin verwante hoes, waardoor meteen het ergste rond Franse belegen rock gevreesd kon worden. Het trio weet echter het beste van Tortoise te koppelen aan een daadkracht die veeleer geassocieerd wordt met het beter doordachte hardcore- en mathrock-geweld.

Met "Sucre ma b&ecircte" is het dan ook meteen raak. Een afgemeten ritme wordt zowel door gitaar, bas als drum gevolgd en staat zich na anderhalve minuut enige frivoliteiten toe, waardoor de tempo- en structuurwisselingen haast ongemerkt voorbijgaan. Na de voorzichtige aanloop, wisselt de song dan ook continu van tempo en invulling zonder dat de eenheid ook maar een seconde in het gedrang komt.

Niet alleen het eerste nummer klinkt alsof het een heel album wil comprimeren in één song, ook "Dimanchemartin" heeft zijn grillen. Het lome zondagochtendgevoel wordt al snel ruw verstoord door een veelheid aan ideeën die zichzelf allemaal graag verwezenlijkt zien en wel zo snel mogelijk. Het korte "03 04" vormt een eerste uitzondering door de melodie en het tempo zowaar een hele song lang aan te houden.

In "…ni les équatuins" wordt het drukke ritme een tijdlang volgehouden en slechts zijdelings aangevuld met extra gitaren. Het mokerende tempo vloeit over in een tranceachtige staat die zichzelf in de song weerspiegeld ziet en eens te meer bewijst hoezeer dit trio zijn instrumenten beheerst. De variaties op het thema worden deze maal minder uitgediept dan in de eerste songs, maar weten toch nog genoeg spanningsbogen te creëren om netjes aan te sluiten in de rij.

Met "Sirosport" treedt echter een eerste déjà vugevoel op, de volledig dichtgespeelde songs krijgen te weinig ademruimte. De drums laten geen tel onbenut terwijl de bassist zich over de snaren slingert en de gitaren geen uitgesponnen melodieën kunnen verdragen. In elke song volgt dan ook de ene mokerslag na de andere. "Bandit Manchot" mag bijvoorbeeld wel versnellen, de formule van slag na slag na slag is al gekend en toegegeven, zeer doeltreffend.

Dat de groep nochtans niet gespeend is van een gevoel voor humor, bewijzen "Non, Rien", met accordeon, en "Waar het om gaat" (luister naar het einde), dat opnieuw een vlot ritme heeft, maar zich toch per se bewijzen wil. De gitaar neemt ditmaal echter veel meer de tijd om wars van alles een melodie op te bouwen. Het maakt het geheel opnieuw verteerbaarder, al blijft het nog een zware maaltijd.

De meest succesvolle Franse artiesten, of het nu om chansonniers, hiphoppers of elektroartiesten met de French Touch gaat, hebben één ding gemeen: ze weten hun songs een luchtigheid mee te geven die gelaagdheid en vakmanschap niet uitsluiten. Sincabeza heeft de gelaagdheid en het vakmanschap in overvloed, maar verstikt zijn nummers nog te veel. Jammer genoeg lijkt het beluisteren van Edit sur passage avant fin ou montée d’un instrument daardoor te veel op een uitputtingsslag. Onterecht, want het is wel degelijk een fijne plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − 4 =