Smokin’ Aces




De tijd van de Quentin Tarantino-wannabes is nog steeds
niet helemaal voorbij, zo blijkt. Sinds de jaren negentig, toen
quasi-coole misdaadfilms schering en inslag waren, zijn ze wel iets
zeldzamer geworden, maar zo’n twee of drie keer per jaar zie je ze
toch weer passeren: films die proberen de MTV-generatie te bereiken
door de stijl (en vooral het succes) van een Tarantino te evenaren.
Elementen als funky muziek, hypersnelle montage en coole
slechteriken leveren soms een goede film op, soms een flauw
afkooksel van het origineel. In welke categorie zou de nieuwste
telg in deze rij, ‘Smokin’ Aces’, thuishoren?

Het verhaal begint vreemd maar veelbelovend. De Amerikaanse
maffia zou op sterven na dood zijn (hiervan krijgen we helaas niets
te zien, dus we moeten dat maar aannemen) en de overblijfselen
ervan worden bedreigd door een potentiële kroongetuige, de gangster
“Aces” Israel, die het op een akkoordje heeft gegooid met de
overheid. De top van de cosa nostra neemt dan ook geen halve
maatregelen en looft een beloning van een miljoen dollar uit voor
degene die Israel weet te doden. Nu kan iedereen wel wat extra geld
gebruiken, zodat een bonte verzameling huurmoordenaars zich in de
richting van diens schuilplaats begeven. Israel zit echter op een
beveiligde suite op de bovenste etage van een hotel, dus hoe pak je
zoiets aan? Elke groep trekt zijn eigen plan om Israel om te
leggen: zo probeert een moordenares om verkleed als prostituée tot
diens vertrekken door te dringen en gaan een stel gestoorde nazi’s
rechttoe rechtaan tekeer met vlammenwerpers en kettingzagen.
Ondertussen proberen zowel de FBI als een stel ex-agenten
(waaronder Ben Affleck) te voorkomen dat Israel vermoord wordt. Dit
levert een race tegen de klok op; wie zal het eerste bij Israel
komen – en met welke bedoelingen?

De makers mikken hier – allicht niet onverstandig – op een jong
publiek met een concentratievermogen van pakweg twee minuten.
Vanuit hun doodsangst om hun publiek te vervelen hebben ze de film
dan ook volgepompt met actie, wat niet zozeer zorgt voor een
spannende, als wel een overspannen prent. Bijna twee uur lang wordt
het gaspedaal maximaal ingedrukt, met veel te weinig rustmomenten
tussendoor. Één van de drieduizendvierhonderdtweeëntwintig
bijfiguren is een agressief jochie dat zijn Ritaline niet ingenomen
heeft; met een beetje fantasie kan hij als metafoor dienen voor de
makers.

De enorme stroom aan personages loopt elkaar continu voor de
voeten, en het is een heksentoer voor regisseur Carnahan om de film
overzichtelijk te houden. Zo zijn er bijvoorbeeld alleen al vier
groepen moordenaars, die zich in dezelfde kleine oppervlakte
bewegen als Israel, plus zijn personeel, de FBI en de ex-agenten.
Hoe houd je een verhaal overzichtelijk met zoveel groepen, waarbij
de personages tegelijkertijd tot actie overgaan? Carnahan heeft er
geen antwoord op. Wat daarbij niet helpt is dat in het begin van de
film een hoop informatie in één keer over de kijker uitgestort
wordt, waarbij belangrijke personages slechts vluchtig worden
geïntroduceerd. Je ziet de naam en de functie van het personage een
paar seconden op het beeld verschijnen, om niet meer terug te
komen. Het gevolg is dat, toen op driekwart van de film de naam
Messner genoemd werd, ik geen idee had over wie het ging. Na een
paar minuten bleek dat een agent te zijn die al veelvuldig in beeld
was gekomen.

De camera brengt chronologisch groep na groep in beeld, maar dat
leidt ertoe dat sommige groepen als een soort duikboot onderduiken
en later weer tevoorschijn komen. Wie in welke lift op welke etage
zit is bijvoorbeeld onmogelijk te volgen. Ook speelt er op de
achtergrond een scène een rol waarbij een stel mannen wordt
vermoord op een boot; alleen een man met nog maar één vinger aan
zijn linkerhand overleeft het. Dit wordt alleen zo fragmentarisch
weergegeven dat ik nog steeds geen idee heb wie dit waren en waarom
ze überhaupt in de film zaten. Plotlijnen genoeg, zou je
zeggen.

Was alleen de coherentie een probleem geweest, dan hadden we
misschien nog wat waardering kunnen opbrengen voor ‘Smokin’ Aces’
(de films van David Lynch zijn ook niet direct makkelijk te volgen,
en daar slaken we dan weer kreten van bewondering, zo zie je maar
weer). Jammer genoeg zitten er een paar storend grote gaten in de
plot, waarvan sommige zo immens zijn dat je beter kunt spreken van
een zuigend zwart gat waar alle intelligentie in verdwijnt. De
groep ex-agenten heeft bijvoorbeeld het plan opgevat om verkleed
als schoonmakers tot bij Israel te raken. Een goed plan, maar
wanneer één van hen aan Affleck vraagt hoe dat nou moet met
passwords en toegangspasjes, antwoordt die: ‘Och, die krijgen we
binnen wel te pakken.’ Echte profs, dat zie je zo.

Een ander voorbeeld is het gebrek aan bewaking in het ziekenhuis
bij een stokoude leider van de maffia, die ook van belang blijkt te
zijn voor het verhaal. Wanneer je zo iemand hebt, zou je toch
denken dat je die man laat bewaken om moordaanslagen of een
ontsnapping te voorkomen? Als de maffia al met een heel peleton
moordenaars steeds dichterbij een zwaarbewaakte hotelsuite komt,
hoe moet dat dan met een onbewaakte en zieke man?

De kleuren in de film zijn overwegend diep en helder;
cinematografisch zit het bij ‘Smokin’ Aces’ wel goed. Alle
cameratrucs worden, met behoorlijk effect, uit de kast gehaald; van
de korrelige beelden van een handheld camera, een minutenlang
onafgebroken shot tot hypersnelle montage, het zit er allemaal in.
Een hoogtepunt is een vuurgevecht in een lift. Het bovenaanzicht
daarvan, met de vuurmonden oplichtend in het halfduister, ziet er
schitterend uit.

Anders dan bijvoorbeeld ‘Snatch’ bevat de film weinig humor.
Misschien wist Carnahan dat zijn kracht niet lag in het schrijven
van grappen en liet hij ze daarom weg; blijft er nog de vraag waar
zijn talent dan wél ligt. De enige grap in de film werkt trouwens
wel; Israel overlegt met de FBI over een deal en legt uit dat ze
niet hem moeten pakken, maar een ander moeten hebben: ‘Take
Hugo, he needs that fuckin’ prison regime!’

All in all zit er een veelbelovende actiefilm verborgen
tussen alle thrillerpretenties; de meeste plotlijnen waren op
zichzelf al genoeg om een heel seizoen ’24’ te vullen. ‘Smokin’
Aces’ mikt enorm hoog, maar weet veel te weinig te raken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 13 =