Max Richter

De concertzaal in het Brugse concertgebouw heeft de voorbije
twee weken onder de noemer van Music In Mind verschillende
klankwerelden over zich heen gekregen. De Low-melancholie kroop over
de stoeltjes naar het hart, epische postrockcomposities waaiden
door de balkons en ijle elektronica schuifelde met zachte, grillige
tred door de gangen. Gisteren was het moment aangebroken om de
akoestiek van de concertzaal aan een afsluitend examen te
onderwerpen. Max Richter mocht namelijk het publiek onderdompelen
in hun zelfgeschapen visuele associaties die werden opgeroepen door
donkere ambient en filmische piano- en strijkerscomposities. Net
als bij Jóhann
Jóhannsson
fungeert subtiele elektronica bij Richter als de
gedroomde sparringpartner van meeslepende symfonische
arrangementen. De postmoderne liefdesbaby kreeg onder de noemer
‘postklassiek’ een plaatsje in het geboorteregister van muzikale
versmeltingen en het genre is de perfecte introductie tot het werk
van meesters als Chopin, Bach, Fennesz en Aphex Twin. In een
muzikaal toneelstuk in twee bedrijven mocht Max Richter hiervan
tijdens Music In Mind het bewijs leveren.

Wie vreesde voor een saaie laptop-performance werd onmiddellijk
gerustgesteld bij het binnenwandelen van de concertzaal. Naast een
vleugelpiano stonden vijf stoeltjes opgesteld die plaats boden aan
twee cellisten en drie violisten. Om zijn muzikanten niet te zeer
op de proef te stellen, besloot Richter zijn optreden in twee delen
op te splitsen. In het eerste deel werd ‘s mans laatste
klankgedicht, Songs From Before,
bijna integraal gespeeld en het resultaat was bij momenten
hartverscheurend mooi. Richter zat verscholen achter zijn
muzikanten aan de piano, synth en laptop en regisseerde zijn musici
als een poppenspeler. Tijdens de nachtelijke soundscapes van ruis
en gekraak zaten de muzikanten als versteend voor zich uit te
staren tot Richter aan het juiste touwtje trok om desolate cello’s
en zwevende violen op te roepen. Uit de elektronische mist doemden
dan bloedmooie, weemoedige strijkerspartijen op om dan weer
zachtjes te verdwijnen als engelen die zich maar voor heel eventjes
aan enkele gelukzaligen openbaren. Zo moest een violist zijn best
doen om niet meegesleurd te worden in het zwarte gat van een
elektronische drone tijdens ‘Song’ en intensifieerde een cellist
met eenzame klanken de melancholie van een nachtelijke wandeling
door de metropool in ‘Flowers For Yulia’.

Richter bracht tijdens het eerste deel een droom waaruit het
moeilijk ontwaken was en tijdens de ambient-intermezzo’s heerste
dan ook vertwijfeling of er geapplaudisseerd moest worden.
Uiteindelijk koos het publiek er voor om in stilte verder te deinen
op de poëtische klankgolven en de tekstflarden uit romans van de
Japanse grootmeester Haruki Murakami. Het optreden kende weinig
saaie momenten, maar de composities waarbij piano en strijkers een
conversatie aangingen, beklijfden wel het meest. In ‘Fragment’
moest Richter het nog alleen redden, maar tijdens ‘Autumn Music 2’
en vooral het absolute hoogtepunt ‘Autumn Music 1’ was er geen
haartje op de voorarmen dat het vertikte om niet overeind te komen.
De pianomelodie mocht schitteren en cello’s voegden een aardse
ondertoon toe terwijl violen als meeuwen boven de sfeerschepping
zweefden. Beelden van ochtendlijke herfstwandelingen langs
Italiaanse meren werden op het netvlies geprojecteerd en weigerden
te verdwijnen.

In het tweede deel stond Richters vorige plaat, ‘The Blue
Notebooks’, centraal. Vreemd genoeg mocht alweer een quote van
Murakami het tweede luik op gang brengen, maar contradictorisch was
het stukje spoken word niet, aangezien de sfeer dezelfde
was als tijdens het eerste deel. De stem van Robert Wyatt fungeerde
enkel als de druk op de knop van een versleten videorecorder om
alweer een wazige, roesopwekkende film voor onze ogen af te spelen.
De muziek was bij momenten intenser en het geluid van een
typmachine mocht de verschillende stukken aan elkaar tikken. Het
enige minpuntje was de beperkte lengte van dit tweede luik. Waar
‘Songs From Before’ de aandacht toebedeeld kreeg die de plaat
verdient, werd ‘The Blue Notebooks’ wat veronachtzaamd door er
vroegtijdig de brui aan te geven.

Voor de closing party kon Music In Mind zich geen
dromeriger slotakkoord wensen dan het geslaagde optreden van Max
Richter. Voor de versplinterende beats kreeg de harmonieuze lijm
van Richters composities de kans om te schitteren in de
schitterende akoestiek van de Brugse concertzaal en het resultaat
was om van te snoepen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =