The Decemberists :: The Crane Wife

Major labels durven nog risico’s te nemen. Dat kunnen we concluderen uit de keuze van Capitol Records om the Decemberists in huis te halen. Verhalen over verboden liefdes, de slag bij Leningrad en een Noord-Ierse moordenaarsbende lijken ons immers niet meteen top 40-voer.

Bovendien is de ietwat bizarre tongval van zanger Colin Meloy misschien voor velen een onoverkomelijke turn-off. Voeg daarbij nog de literaire teksten en je krijgt een groep die, ondanks de lovende kritieken na hun voorganger Picaresque (2005) en hun kunde om een goeie popsong te schrijven, niet echt bovenaan ons lijstje nieuwe hypes van 2007 stond. Capitol en the Decemberists denken daar ongetwijfeld anders over. Hoe dan ook, “I was meant for the stage”, zong frontman Colin Meloy op Her Majesty (2003) en geen mens kan dat ontkennen. Live staat de groep al sinds zijn beginjaren garant voor een goeie mix van strakke songs, publieksparticipatie en vooral heel veel fun. Het werkt perfect in een intieme zaal maar of ook de massa voor de bijl gaat, is een groot vraagteken.

The Crane Wife is geïnspireerd door een oud Japans folkloreverhaal met dezelfde titel en werd mee geproducet door Chris Walla (Death Cab For Cutie) en Tucker Martine (o.a. The Long Winters). Het is geen volledige conceptplaat geworden want het verhaal komt maar in twee nummers terug. Gelukkig maar, want the Decemberists hebben te veel te bieden om zich vast te spitsen op één onderwerp. “The Island” bijvoorbeeld, is als twaalf minuten durende trilogie een knipoog naar “The Tempest” van William Shakespeare. Meteen het ultieme bewijs dat de band wel degelijk carte blanche gekregen heeft van het label.

“When The War Came” is met zijn dreigende gitaren zonder twijfel het hardste Decemberists-nummer tot dusver. Het gaat over een botanisch instituut in Leningrad tijdens het beleg van die stad gedurende de Tweede Wereldoorlog. De plantkundigen zwoeren de zeldzame planten te beschermen, ook al stierven zij en de hele bevolking van de honger. Een fascinerend verhaal, en Meloy weet er zoals alleen hij dat kan ook een fascinerende song over te schrijven. Op The Crane Wife staat met de single “Oh Valencia” ook de gebruikelijke Decemberists-variant op Romeo & Juliet. Onze favoriet is echter “Yankee Bayonet (I Will Be Home Then)”, een prachtig duet met Laura Veirs.

Nog zo’n pareltje is “Shankill Butchers”, over de gelijknamige protestantse psychopatenbende die in de jaren zeventig katholiek Belfast teisterde met een reeks bloederige lynchpartijen. The Decemberists maken van de Shankill Butchers een schrikverhaal dat moeders ‘s avonds laat aan hun kinderen vertellen. “If you don’t mind your mother's words/ a wicked wind will blow your ribbons from your curls/ everybody moan, everybody shake/ the skankill butchers wanna catch you…awake” Kippenvel.

The Decemberists zijn ook na hun overstap naar een major label the Decemberists gebleven en daar zijn wij allesbehalve rouwig om. The Crane Wife haalt misschien te weinig het niveau van Picaresque maar etaleert nog steeds een uitzonderlijke klasse.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + drie =