Ignatz :: II

Herinnert u zich Ghost World nog, de
verfilming van Daniel Clowes’ grafische roman? Daarin speelt een
oude, zwarte bluesmuzikant het voorprogramma van een infantiele
bluesrockband en wordt bezielde authenticiteit naar de backstage
verbannen voor een hormonale plagiaatvorm van het genre. De
melancholische gitaarverhalen die bruut doorbroken worden door
puberale riffclichés hadden evengoed van Bram Devens kunnen zijn,
maar dan op een bevreemdende wijze. Live tast deze Brusselaar
namelijk ook erg diep in de buidel van zijn ziel met elektronische
manipulaties als laatste reddingsboei tegen de verdrinkingsdood in
het moeras van de eigen emoties. Net als bij Madensuyu is het erg
fascinerend om Devens’ ziel door middel van zijn instrument door
het publiek te voelen waaien om dan uiteindelijk weer bezit te
nemen van zijn gevangenis van vlees en bloed.

Het debuut
van Ignatz voelde aan als een tocht door een oud huis met krakende
vloeren en schurende scharnieren, waarvan de geheimen zich pas na
lang zoeken openbaarden. De groezelige gitaarimprovisatie ging
verscholen onder een laag elektronisch stof die per luisterbeurt
meer werd weggeblazen. Op Ignatz’ tweede plaat bij (K-RAA-K)³,
toepasselijk ‘II’ genaamd, treden de intense zielenroerselen en
bezeten gitaarmantra’s meer op de voorgrond, maar spuiten de
rookmachines nog af en toe een dikke geluidsmist in de woonkamer,
waarin vocale echo’s en hypnotisch gitaargetokkel het mysterieuze
evacuatieplan van dienst zijn.

Opener ‘He Deals With Love & Her Eyes Glaze’ laat ons
onmiddellijk de evolutie van Ignatz aanvoelen. Wegkaatsende en
echoënde effecten belagen Devens als duistere demonen, maar met
zijn prominente gitaarspel en zijn geprevelde bezweringsspreuken is
hij meer dan vroeger in staat het gevaar te trotseren. In ‘I Was
Not There’ zijn de mistslierten helemaal verdwenen en openbaart de
song zich naakt aan de luisteraar na lang weken in een inspirerend
folkbad. Afsluiter ‘All Your Love’ gaat nog een stap verder met
uitbundige, voortdenderende gitaarklanken die niet op de vlucht
zijn, maar een kettingreactie van levensdrang op gang
brengen.

Dat de opgewonden folk op het einde schittert, mag een klein
mirakel genoemd worden. In wat voorafging verborgen de blues en de
folk zich namelijk vaak in een mist van ruis en noise, bang dat ze
de grauwe realiteit niet zouden aankunnen. Zo brengt ‘The Dreams’
ons eerst onder hypnose met breekbare folk om dan een nachtmerrie
van angstaanjagende sferen te creëren die zelfs Tim Burton-freaks
ongemakkelijk op hun stoel zou doen schuiven. Alles wordt wazig en
net voor je tegen de grond gaat, komen donkere schaduwen je
richting uit. ‘Silver Moon… Shine Sun! Sun! Sun!’ stelt ons met
rusteloze improvisatie niet op het gemak en ‘She Will Freeze’
klinkt als het sonische masterplan van een seriemoordenaar
met Alzheimer. In de bizarre geluidswereld van Ignatz valt immers
nooit twee keer hetzelfde te horen en een duivels opzet kan plaats
maken voor breekbare empathie.

Op ‘II’ breidt Ignatz zijn muzikale spectrum verder uit zonder
afbreuk te doen aan zijn eigenzinnige muzikale opvattingen. De ruwe
folk treedt iets meer uit de schaduw van de elektronische effecten,
maar is nog te schuchter om de krakende donkerte achter zich te
laten. De trance die Ignatz opwekt, is echter weer even intens als
op zijn debuut en de obscure sferen fascineren meer dan ooit.
Devens laat de hand van de luisteraar los in zijn muzikale
doolhoven, met een interessante zoektocht tot gevolg: het is een
aanpak die we veel te weinig aantreffen in het hedendaagse
muzieklandschap.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − twaalf =