Welcome :: Sirs

Onder de Space Needle in Seattle probeerden vele bandjes
geschiedenis te schrijven na de zelfmoord van ene Kurt Cobain. Zijn
daad bracht een commerciële carrousel en een golf van pedanterie op
gang waarvan het tieneridool tegen wil en dank het bestaan
waarschijnlijk al vermoedde nog voor hij zich een kogel door het
hoofd joeg. Het monster van de neo-grunge werd vervolgens gebaard
en schaamteloos geldbejag pleegde een staatsgreep op rauwe,
eerlijke rock. ‘Wonder was replaced by reason’, klinkt het
in de openingssequens van het fantastische Carnivàle, en die
uitspraak is ook van toepassing op een tijdperk waarin bands als 3
Doors Down en Nickelback zich als zielepoten laten manipuleren door
hun managers en daardoor het laatste spoortje weerbarstigheid uit
hun ziel laten wegzuigen. Bands als Welcome zijn dan ook broodnodig
om in navolging van bijvoorbeeld Pavement en Yo La Tengo een
barricade van spontaniteit en opwinding op te trekken tegen de
uitgekiende bureaucratie die de muziekbusiness is geworden. ‘Sirs’
is geen wereldplaat, maar wel een portie heerlijk tegendraadse rock
en gesaboteerde pop die meer welgekomen is dan een hedonistische
braspartij na een dagje vol familiale verplichtingen.

Tien songs in nog geen halfuur: Welcome serveert zijn rock graag
grof, kort en direct. Het album werd grotendeels in één take
opgenomen en dat hoor je. Studiotechnisch gefoefel heeft de kans
niet gehad om de elektrisch geladen spanning tussen de bandleden de
nek om te wringen en waar andere groepen de smeerolie zouden
bovenhalen laat Welcome de roestige radertjes van hun songs lekker
wringen.

Een en ander zal u misschien aan Pixies doen denken en die
vergelijking houdt steek. De manier waarop bassiste Jo Claxton als
een vocale therapeute de overstuurde stem van gitarist Pete Brand
tot bedaren probeert te brengen, zal nostalgische rockers
ongetwijfeld het vocale vuurwerk tussen de ranzige elfjes Kim Deal
en Frank Black voor de geest doen halen. Net als Pixies herbergt
Welcome een smeuïge, poppy vrucht in hun stekelige, lofi omhulsel.
Zo spuwt afsluiter ‘The Coffee Girls’ een dissonante fluim
gitaarnoise in uw gelaat, maar Claxton vraagt onmiddellijk om
vergiffenis. ‘Please, you wait for me now, some more’,
zingt ze zachtjes en wie niet toegeeft, heeft minder emotionele
oprechtheid in zich dan prins Laurent op de getuigenbank.

Dat niet alle songs een hoog niveau halen hoeft bij Welcome geen
ramp te zijn. De mindere tussendoortjes zijn voorbij voor u het
weet en de klasse van de uitschieters wordt er enkel door in de
verf gezet. In opener ‘All Set’ gaan Green Day en Pavement flink op
de vuist, maar de teeth count is gelukkig in het voordeel
van de laatstgenoemde. De reden voor de vechtpartij wordt duidelijk
in ‘Bunky’, waarin Claxton als een frêle popprinses de hormonen van
de gitaren tot een joelende chaos herschept. Denk aan de manier
waarop Kim Deal ‘In Heaven’ brengt en u zit dicht in de
buurt.

De frisse rafeligheid van ‘Sirs’ is verslavender dan u bij een
eerste luisterbeurt zal vermoeden. Welcome koppelt het
gitaargemartel van Sonic Youth aan de
drive van Pixies in de jaren ’80 en het resultaat is rock zoals we
ze te weinig horen: oprecht, snedig, contrastrijk en wars van
dikdoenerij. Welcome bestaat al tien jaar, maar deze plaat klinkt
als het debuut van een veelbelovende band. Knap!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =