Xavier Rudd :: Food In The Belly

Elke keer wanneer u een didgeridoo hoort, wilt u de bespeler met behulp van zijn instrument naar de andere wereld helpen (en vice versa)? Tijd om kennis te maken met Xavier Rudd, Australisch singer-songwriter, auteur van de prachtigste luisterliedjes van de laatste jaren en de man die een didgeridoo als een mooi instrument laat klinken.

Als Kings Of Convenience erin slagen op indrukwekkende manier de geest van Simon and Garfunkel nieuw leven in te blazen, dan was het te verwachten dat vroeg of laat iemand zou opduiken die muzikaal verwantschap vertoont met de solocarrière van Paul Simon. De uit het Australische Torquay afkomstige singer-songwriter Xavier Rudd maakt al ettelijke jaren prachtige luisterliedjes waarmee het prima de avond doorbrengen is. Onlangs resulteerde dat in een zesde album, het indrukwekkende, maar hier tevens met zeer veel vertraging binnengevallen Food In The Belly, een plaat die de moderne opvolger van Graceland genoemd kan worden.

Xavier Rudd is een artiest van de romantische soort, om de man in twee woorden te omschrijven. Rudd toog afgelopen lente naar Vancouver waar hij zich in een tot opnamestudio omgebouwd appartement installeerde en zich daar, in de geborgenheid van een computerloze omgeving, uitleefde op de instrumentenverzameling waarvan de oude eigenaar van de studio zich de trotse bezitter mocht noemen. De Australiër die, getuige zijn debuutplaat Live In Canada, in Noord Amerika een tweede thuis vond, gunt de luisteraar op de daar ontstane worp een blik in zijn binnenste.

De nummers op Food In The Belly getuigen van een grote ingetogenheid, tonen de angsten van de artiest in Energy Song of zijn bezorgdheid om milieuproblematiek in The Mother, om dadelijk twee zware thema’s aan te snijden. Hoe ernstig het ook moge klinken, Food In The Belly is geen plaat waar een loodzware schaduw over hangt of waarop — wat met een onderwerp als het milieu al eens mogelijk is — een schoolmeesterachtig vingertje opgestoken wordt. In de plaats daarvan hangt er een verdacht lichtvoetig sfeertje over het album, alsof Rudd wel beseft dat alles naar de haaien gaat, maar dat hij daar ook niet meer aan kan doen dan er een liedje over maken. Daarmee doet de Australiër denken aan Ferre Grignard, een andere vrije vogel die heel lichtvoetig, maar toch beklijvend kon zingen over al dan niet serieuze zaken.

Het meest intrigerende aan Xavier Rudd zijn niet zijn raakpunten met Paul Simon of Ferre Grignard, maar wel dat Rudd erin slaagt didgeridoos (door hemzelf yidakis genoemd) in zijn muziek te smokkelen zonder dat de holle houten gedrochten je de stuipen op het lijf jagen of je zin geven op extreem gewelddadige manier een einde te maken aan het, in de andere gevallen van didgeridoogebruik, uitermate zinloze geblaas. Dat de man didgeridoos weet te introduceren bij hartsgrondige haters van dit instrument is sowieso een prestatie, maar dat hij daarbovenop een goed dozijn prachtige liedjes (luister naar aflsuiter September 24, 1999 en voel de rillingen tot in je vingertoppen) uit zijn mouw schudt, dit al zes platen lang, maakt dat Rudd dringend met de nodige erkenning beloond mag worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 − een =