Milburn :: Well Well Well

Wie voor het eerst naar deze full-cd van Milburn luistert, zou
kunnen denken dat hij/zij heeft te maken met weer een bandje dat in
de slipstream van Arctic Monkeys een gooi doet naar het succes.
Niks is minder waar. Akkoord, er zijn wel wat gelijkenissen, ze
komen bijvoorbeeld uit dezelfde stad én beide groepen kennen
elkaar. Maar ondanks hun – nog steeds – erg jeugdige leeftijd
spelen de vier van Milburn al een jaar of zes samen, veel langer
dus dan hun illustere stadsgenoten.
En er zijn meer verschillen: de weg die Milburn aflegde naar de top
was een stuk langer dan voor Arctic Monkeys. De vier – broers Joe
(zang, bas) en Louis Carnall (gitaar), Tom Rowley (gitaar) en Joe
Green (drums) – waren nauwelijks veertien wanneer ze begonnen te
musiceren. Aanvankelijk haalden ze de mosterd nog bij de groepen
van dat moment (Supergrass, Ash en The Coral) en leerden ze de
stiel door liedjes van Red Hot Chili Peppers, Weezer en Green Day
na te spelen. Later slopen er ook invloeden van bands van vóór hun
tijd zoals The Jam en The Specials) in hun sound.

Tijdens die beginjaren trad Milburn vooral op tijdens vrije podia
op school en in kleine zaaltjes in Sheffield. Fans van het eerste
uur waren o.a. Alex Turner en zijn maats, die, aangestoken door het
enthousiasme van Milburn, besloten zelf een bandje op te richten.
De gelijkenissen zijn dus geen toeval, al willen we daar zeker niet
mee gezegd hebben dat de Monkeys alles gepikt hebben van Milburn
(of omgekeerd). Wie aandachtig naar beide platen luistert, hoort
dat er zeker zoveel verschillen zijn.

Op eigen kosten werden twee demo’s opgenomen (‘Along Comes Mary’ en
‘Lipstick Licking’), die werden uitgedeeld en/of verkocht tijdens
optredens en via een gunstige wind terechtkwamen bij het Free
Construction label. Die gunstige bries werd een stevige rugwind
wanneer dat kleine label ging samenwerken met major Mercury, en de
singles die aan de lopende band werden afgeleverd meteen op grote
schaal werden verdeeld en verkocht. Het kwartet had nu voldoende
krediet verworven én ervaring opgedaan voor de volgende stap
voorwaarts, en mocht afgelopen zomer van 2006 – tussen de festivals
door – met producer Dave Eringa (zie o.a. Manic
Street Preachers
) de studio in voor een heuse langspeler.

Wanneer we het tekstvel van ‘Well Well Well’ erbij nemen, valt
meteen een tweede verschil op met Arctic Monkeys: bij Milburn mag
er blijkbaar al eens gelachen worden. Niet dat we Arctic Monkeys
willen afschilderen als droogkloten, maar door de ernst en de
afstandelijkheid waarmee ze soms op een podium staan, zou je haast
denken dat ze het allemaal niet echt zo leuk vinden. In de teksten
van Milburn vinden we ongeveer dezelfde thema’s terug, maar ze zijn
wel een stuk grappiger. Het maakt van ‘Well Well Well’ een leuke,
pretentieloze plaat, die niet alleen in de smaak zou kunnen vallen
bij fans van Arctic Monkeys, maar ook van pakweg The Rifles
en Ordinary Boys.

Aanvankelijk vielen inderdaad vooral de gelijkenissen op met Arctic
Monkeys (we herkenden hier en daar een flardje ‘When the Sun Goes
Down’ en een zuchtje ‘Fake Tales of San Fransisco’), maar de band
daarom omschrijven als lousy copycats zou echt
onrechtvaardig zijn. Wanneer ze bijvoorbeeld de ska-toer opgaan (en
dat gebeurt meer dan eens), gaat de vergelijking met de poolaapjes
helemaal niet meer op.
Toeval of niet, de singles en de songs die al langer in roulatie
zijn (op de setlist van concerten, op oudere demo’s, MySpace of
whatever) vinden wij ook de sterkere momenten van de plaat. Was er
enige tijdsdruk in het spel of zat er voorlopig niet meer in? Feit
is alleszins dat wanneer de groep in de toekomst meer lekkere
dingen maakt als ‘Send in the Boys’, ‘Showroom’, ‘Lipstick Licking’
of ‘Cheshire Cat Smile’ én op zoek gaat naar een persoonlijkere
stijl en geluid, we nog erg leuke tijden kunnen beleven met
Milburn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − zes =