The Long Blondes :: Someone to Drive You Home

De tijd dat met een ‘plaat uit Sheffield’ nog een stalen plaat werd
bedoeld (of erger nog, een door Joe Cocker vol gebrulde
geluidsdrager) ligt gelukkig al een poos achter ons. De punkgolf
van de jaren ’70 mag dan nog grotendeels aan de stad voorbijgegaan
zijn, sinds het einde van datzelfde decennium is Sheffield wel de
bakermat geweest van een pak bands voor wie experimenteerdrift
(Cabaret Voltaire, The Future), uiterlijk vertoon (ABC, Heaven 17)
of verhalen vertellen (Pulp) centraal stonden en elkaar zelfs niet
hoefden uit te sluiten.
Met de jaren is het buitenissige en het experimentele er een beetje
uit, maar dat de stad nog steeds bulkt van de muzikale
verhalenvertellers mag wel duidelijk zijn: niet alleen pikte Jarvis
Cocker dit jaar de draad weer op als soloartiest, ook jong grut als
Arctic Monkeys, Milburn en Bromheads Jacket kwamen ons
verblijden met in puntige songs verpakte vertelseltjes over het
leven zoals het is.

De meest spraakmakende band die op dit moment opereert vanuit de
staalstad is ongetwijfeld The Long Blondes: twee jongens en drie
meisjes die tot aan hun kin in de rijke Britpoptraditie staan,
teksten schrijven die zich laten lezen als mininovellen vol
tienerlief en -leed en in modebladen van veertig, vijftig jaar
geleden een imago bij elkaar zochten. Alles lijkt te kloppen aan
deze pure popgroep: de vijf spreken liefhebbers aan van
radiovriendelijke én van alternatieve pop, laten kitsch klinken als
kunst (en omgekeerd) en maken van de woorden ‘tijdloos’ en
‘eigentijds’ synoniemen. De band, voor wie inhoud en verpakking
duidelijk even belangrijk zijn, is dan wel relatief nieuw, ze
stralen de flair en de zelfverzekerdheid uit van een groep die al
jarenlang meedraait.
Sinds kort ligt ‘Someone to Drive You Home’, de langverwachte
debuutplaat van het vijftal, in de winkels. Langverwacht, want zo
snel als stadsgenoten Arctic Monkeys hun debuutplaat voor de dag
kwamen , zo lang duurde het om deze plaat klaar te stomen. Er waren
een aantal erg succesvolle singles, de (tegenwoordig
onvermijdelijke) ‘beroemde fans’ (zelfs ene Morrissey zou zijn zegen al hebben gegeven) en een
toer in het voorprogramma van Franz
Ferdinand
, maar daar bleef het tot voor kort bij. In de zomer
van dit jaar was het dan eindelijk zover en trok het vijftal naar
Londen, om daar met Pulp-bassist Steve Mackey als producer deze
eersteling in te blikken.

In tegenstelling tot veel andere debuten van bands die al een
stevige live- en singlereputatie opbouwden, is ‘Someone to Drive
You Home’ geen ‘best of’ geworden van de eerste levensjaren van The
Long Blondes. Sommige, oudere singles staan er gewoon niet op,
andere werden dan weer helemaal herwerkt en opnieuw opgenomen. De
opvallendste (en sterkste) punten van de groep en van de plaat zijn
de stem van Kate Jackson, het gitaarspel én de scherpe, ‘slimme’
lyrics van Dorian Cox. Jackson doet ons als zangeres geregeld
denken aan Siouxsie Sioux, Debbie Harry of zelfs Chrissie Hynde, en
trekt de aandacht van de luisteraar van meet af aan volledig naar
zich toe. Maar minstens even sterk vinden wij Cox, die zich tijdens
zijn meest bevlogen momenten ontpopt tot een snarenplukker in de
stijl van Johnny Marr of Bernard Butler.

Op de plaat staan catchy songs die de luisteraar van bij het begin
bij zijn nekvel grijpen, andere klinken dan weer bedrieglijk simpel
of komen pas na een tijdje volledig tot volle wasdom. Een
wereldplaat is ‘Someone to Drive You Home’ in haar geheel niet.
Zoals het een pure popplaat betaamt, is dit dan ook geen echt album
met een rode draad die van begin tot einde doorheen de songs loopt,
maar veeleer een heel erg leuke collectie aanstekelijke, tot in de
puntjes uitgewerkte popmuziek.
Favorieten aanduiden is onbegonnen werk. Eergisteren liepen we de
hele dag ‘Lust in the Movies’ en ‘Once and Never Again’ te fluiten,
gisteren kregen we ‘Giddy Stratospheres’ maar niet uit ons hoofd en
vandaag hebben we onze huisgenoten de gordijnen in gejaagd door
‘Seperated By Motorways’ en ‘You Could Have Both’ een tiental keren
door de speakers te jagen. Benieuwd wat het morgen wordt.

Dinsdag staat de groep in de Rotonde van de Botanique, op het
moment dat ene Badly Drawn Boy een paar meter verderop in de
Orangerie speelt. Tot voor enkele weken zou geen haar op ons hoofd
eraan gedacht hebben een passage van de goedgemutste Mancunian over
te slaan, maar zoals weer eens wordt bewezen: er zijn geen
zekerheden meer…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + twaalf =