The Long Blondes + De Nieuwe Vrolijkheid


Botanique, Brussel, 5 december 2006

Als er van de miljoenen bandjes die dit jaar hun neus aan het
venster kwamen steken, één het predicaat ‘ultieme popgroep’
verdient, dan zijn het wel The Long Blondes. We zegden het al in
onze bespreking van hun debuutplaat: alles klopt aan dit vijftal uit
Sheffield. Ze hebben een herkenbare en kleurrijke look (door de
band omschreven als glamorous punk), en pennen energieke,
vlot in het gehoor liggende (maar niettemin doordachte) songs om op
te dansen én om naar te luisteren. Net als The Young Knives en The
Rifles twee weken geleden stonden ook zij in de Botanique voor het
eerst voor een Belgisch publiek. Dat op hetzelfde moment landgenoot
Badly Drawn Boy in de Orangerie optrad, belette evenwel niet dat
ook de Rotonde aardig volliep voor dit concert.

Vóór het zover was mocht eerst het Nederlandse De Nieuwe
Vrolijkheid
aantreden. Deze grillige band uit Den Haag
werd in 2002 opgericht door Natasha van Waardenburg en Vincent van
Gerven Oei, en evolueerde sindsdien van ‘performance art band’ naar
muziekgroep. Ze treden meestal op in wisselende bezettingen, en
behalve Van Waardenburg en Van Gerven Oei maakt ondertussen ook
drummer Pim Verlaek deel uit van de vaste kern. Behalve enkele
singles en een in eigen beheer opgenomen ep (‘We Are John Wayne’)
nam de groep inmiddels ook een (nog te verschijnen) langspeler op,
en dat materiaal werd dinsdag uitgetest’ op een levend
publiek.
Voor sommige aanwezigen zullen de nummers van De Nieuwe Vrolijkheid
waarschijnlijk geklonken hebben als ketelmuziek, terwijl anderen
hooguit iets als “Mmm, interessant” mompelden. Erg toegankelijk is
de sound van de band dan ook niet. Bovendien werden de drie (af en
toe versterkt door een vierde muzikant) niet echt geholpen door de
bij momenten nogal slechte klank. Of het dan ook echt zo
noisy bedoeld was blijft een open vraag, maar met behulp
van allerhande instrumenten en voorwerpen (gitaar, drums, keys,
sax, percussie, zelfs een computerklavier) slaagden ze erin bij
vlagen bezwerende noisepop neer te zetten. Wij kijken er alvast
naar uit deze groep in andere en betere omstandigheden aan het werk
te zien, en zijn ook erg benieuwd naar hun plaat.

The Long Blondes verschenen rond tien over negen
op het podium. Kate Jackson, die er op groepsfoto’s een sport van
lijkt te maken eerder afstandelijk en ongenaakbaar in de lens te
blikken, trad het publiek tegemoet alsof het een boel vrienden
betrof die ze in eeuwen niet had gezien. Er werd meteen stevig van
start gegaan met ‘Lust in the Movies’. Jackson leek zich van bij
het begin thuis te voelen op de Brusselse planken (na een paar
nummers wist ze zelfs – met succes – een bekertje wijn los te
peuteren bij iemand in het publiek), maar na de eerder slordige
uitvoeringen van ‘Lust in the Movies’ en ‘Weekend Without Makeup’
en de apathische houding van de andere bandleden, dachten we even
dat de groep het avondje van Sinterklaas liever elders had
doorgebracht.
Gelukkig veranderde dit gauw, en vanaf song drie (‘In the Company
of Women’) kwamen The Long Blondes op kruissnelheid. Na een nijdig
‘Madame Ray’ en het aanstekelijke ‘Fulwood Babylon’ (een b-kantje,
met de veelzeggende openingszin “People think I’m being
perverse on purpose”
), volgde met ‘Giddy Stratospheres’ snel
een eerste echte hoogtepunt.
En het werd nog beter, met de Siouxsie light van ‘Only
Lovers Left Alive’, ‘You Could Have Both’ (zowat de sleuteltrack
van het album) en een erg sterke, felle versie van
publiekslieveling ‘Once and Never Again’. Grappig (en charmant ook
wel) was hoe Jackson deze song wilde opdragen aan alle 19-jarigen,
plots twijfelde of dat nu in het Frans ‘dixnif’ of
‘deuxneuf’ was en dan maar gauw weer overschakelde op haar
moedertaal.

De slotfase van het concert werd ingezet met het uitgesponnen,
donkere ‘Five Ways to End It’, net als ‘Fulwood Babylon’ een track
die het album niet haalde. Niet omdat het maar een afleggertje zou
zijn, integendeel, maar omdat hij niet echt past bij de sfeer van
het geheel. Het hitparadefähige ‘Seperated By Motorways’
kreeg het laatste woord, en daarna verdween de band in de coulissen
om niet meer terug te keren voor een bisronde.
Natuurlijk leidde dat tot nogal wat boegeroep hier en daar (koeien,
ze zijn van alle tijden), maar wij waren toen al tevreden met wat
we hadden gezien en gehoord. Daarbij, wanneer de band na tien songs
gewoon even was afgegaan en weer teruggekomen had er waarschijnlijk
geen haan naar gekraaid.

Ach, wij vonden het best goed zo, want nu konden we een trein
vroeger nemen en thuis, bij het knetterend haardvuur, nog een paar
keer naar de plaat luisteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =