Flags of Our Fathers




132 min. /
USA / 2006

Over het algemeen kan ik niet zeggen dat ik echt een fan ben van
ouwe knarren die oorlogsverhalen opdissen. Telkens wanneer mijn
eigen opa weer eens compulsief herinneringen begon op te halen aan
die keer dat hij bananen onder z’n jas uit de haven had
meegesmokkeld zonder dat den Duits er achter was gekomen, wist ik
dat het tijd was om m’n walkman op te zetten (dat waren de tijden
vóór de iPod). De oudere generatie wordt vaak niet goed begrepen
door de jeugd, maar let’s face it, de oudere generatie kan
vaak ook een ferm stukje zeuren. Maar je hebt nu eenmaal mensen die
goed verhalen kunnen vertellen, ook al zijn ze dan 76. Clint
Eastwood bijvoorbeeld, lijkt er de laatste jaren alleen maar beter
in te zijn geworden. ‘Mystic River’ werd
overal de hemel ingeprezen en hoewel ik de film ietwat overschat
vond, blijft het wel een stukje cinema dat sowieso aandacht
verdient. ‘Million
Dollar Baby’
was zonder meer een meesterwerk en nu is er dan
‘Flags of Our Fathers’. De titel heeft dezelfde pro-militarische,
rabiaat patriottische cadens als ‘Band of Brothers’, diezelfde
uitstraling van “wij vechten allemaal samen voor vrijheid en
gelijkheid”, maar maak u vooral geen zorgen. Je kunt ‘Flags’
misschien veel verwijten, maar zeker niet dat het vendelzwaaiende
oorlogspropaganda zou zijn.

In februari en maart 1945 vond de slag om Iwo Jima plaats, een
piepklein Japans eilandje dat van strategisch belang was voor de
eindoverwinning van de Amerikanen. Op de vijfde dag van die 35
dagen durende slag werd één van de meest iconische beelden uit de
Tweede Wereldoorlog vastgelegd: enkele soldaten zetten de
Amerikaanse vlag omhoog op de Suribachi heuvel, het hoogste punt
van Iwo Jima.

Dat beeld werd achteraf gebruikt als symbool voor de mensen
thuis: de dramatische dynamiek van de foto en gewoon ook de
aanwezigheid van een Amerikaanse vlag suggereerden dat de oorlog
wel degelijk gewonnen zou worden en dat Onze Jongens in het Groen
echte helden waren. In ‘Flags of Our Fathers’ vertelt Eastwood het
verhaal van de mannen die die vlag omhoog hesen en onderzoekt hij
hun heldenstatus, om tot de conclusie te komen dat er eigenlijk
maar bitter weinig heroïsch bij te kijken kwam.

De voornaamste focus van het verhaal ligt zelfs niet bij de slag
om Iwo Jima zelf; wie daar echt het fijne van te weten wil komen,
zal naar de bibliotheek moeten trekken. Eastwood is meer
geïnteresseerd in wat er gebeurde eens de militaire top de foto te
zien kreeg: ogenblikkelijk werd beslist om de drie overlevende
vlaggenhijsers naar huis te halen (de drie anderen waren
ondertussen gesneuveld) en hen te gebruiken voor commerciële
doeleinden. John “Doc” Bradley (Ryan Philippe), Rene Gagnon (Jesse
Bradford) en Ira Hayes (Adam Beach) worden stante pede op tournee
gestuurd door de VS, waar ze vriendelijk naar de fotografen mogen
glimlachen, continu over zichzelf mogen herhalen wat voor helden ze
wel zijn, en vooral de mensen moeten aansporen om oorlogsobligaties
te kopen. Plotseling worden deze soldaten verplicht om voor een
volgepakt football-stadion hun beklimming van de berg nog eens
dunnetjes over te doen op een replica van papier maché. Ze krijgen
hun eigen beeltenis opgediend als een ijsje. De soldaten zijn plots
in de handen gevallen van gladde PR-types, die een product van hen
willen maken – noem het product patriottisme of heldendom, zo lang
het maar opbrengt.

In flash-backs krijgen we dan de werkelijkheid te zien: het
slachtveld wordt slechts zeer spaarzaam getoond, maar het is
voldoende om te weten dat niemand op Iwo Jima meer een held was dan
een ander. De invasiescène aan het begin van de film is met z’n
tien minuten het langste, en werd indrukwekkend in beeld gebracht,
met een opvallend rustig montagetempo dat ons toelaat om een
overzicht te bewaren van de actie. Eastwood is hier visueel
trouwens erg sterk op dreef, met grauwe en grijze kleuren en
regelmatig gebruik van iconische beelden: De Soldaat, Het
Slachtveld, De Vlag enzovoort. Al die beelden die in
oorlogspropaganda ook wel worden gebruikt, maar die hier worden
onthuld voor wat ze echt waard zijn. De regisseur gaat achter de
schermen van de propagandafabriek kijken en toont de realiteit
achter hun stokpaardjes. Overigens krijgen we enkel korte indrukken
van de verschrikking die die slag was, voor zover die indrukken
relevant zijn voor de personages tijdens hun promotietournee door
de VS. Meer niet.

Die spaarzaamheid siert Eastwood: het was hem duidelijk om het
persoonlijke drama van die mannen te doen, niet om het geweervuur.
En hij heeft gelijk – wie ‘Saving Private Ryan’ en ‘Band of
Brothers’ heeft gezien, weet dat je die projecten toch niet kunt
overtreffen qua actie. Nee, hier mikt de regisseur vooral op dat
concept van de held – hij wil die zeepbel van heroiek doorprikken,
en doet dat vrij efficiënt. Tijdens het vechten verloopt alles
grotendeels catch as catch can: iedereen probeert ervoor
te zorgen dat hij zelf niet wordt neergeschoten, en als dat lukt,
ben je alweer een heel eind verder. Het opzetten van de vlag zelf
is al helemaal een maat voor niets: een routineus klusje dat door
enkele willekeurige soldaten even op een minuutje wordt geklaard.
Er wordt niet op hen geschoten, er is op dat moment geen gevecht
bezig. Heroiek is een karweitje, meer niet. En achteraf wordt dat
karweitje verpakt en verkocht aan de mensen als iets helemaal
anders – iets met een immense betekenis die het eigenlijk niet
heeft.

Thematisch is dat allemaal bijzonder interessant, maar helaas
loopt ‘Flags of Our Fathers’ op het niveau van het scenario
regelmatig mank. Zo zijn de flash-backs nogal onhandig in het
verhaal geweven – tijdens de scène waarin de drie vlaggenzetters op
hun papier maché berg moeten klimmen krijgen we maar liefst vier of
vijf (!) exemplaren na elkaar voor de kiezen. En ook wordt er nog
een extra tijdlaag toegevoegd, in het heden, waarin de oude John
Bradley het hele verhaal vertelt. Die derde tijdlijn was niet echt
noodzakelijk en leidt af van de kern van de zaak. Bovendien zorgt
ze er ook voor dat we aan het einde nog een epiloog van tien
minuten krijgen, waarin de film wegzakt in een haast ondraaglijke
meligheid.

De acteurs zijn ook van wisselend niveau. Ryan Philippe lijkt
nooit écht zijn personage te vatten en staat overweldigend
middelmatig te wezen, Adam Beach overacteert dan weer dat het een
aard heeft. Dan liever Jesse Bradford als Rene Gagnon, of John
Benjamin Hickey als Keyes Beech, een nogal slijmerige
overheidsfiguur. Die twee brengen tenminste nog een beetje
overtuiging naar hun rollen.

‘Flags of Our Fathers’ barst van de goede bedoelingen en is
inhoudelijk best boeiend, maar de foute vertelstructuur en de
ongeïnspireerde acteerprestaties zorgen er toch voor dat Eastwood
een gedeeltelijke misser scoort. Maar geen zorgen: volgend jaar
verschijnt ‘Letters From Iwo Jima’, zijn gelijktijdig opgenomen
zusterproject, waarin hij hetzelfde verhaal van de Japanse zijde
belicht. De herkansing is dus al in de maak.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − 1 =