Duke Special :: Songs From The Deep Forest

Een vogelverschrikker met zwart omlijnde ogen en slierten rastahaar staart ons dreigend aan. Is dit werkelijk Duke Special? Zitten wij wel op de juiste site? Omdat een kneepje in de arm geen verandering brengt, leggen we er ons maar bij neer. We hadden een blonde god in gedachten, maar Duke Special is een monster.

Consternatie alom dus: Duke Special — nickname van de jonge Ier Peter Wilson — was ons in zijn muziek tegemoet gekomen als een jonge, levenslustige singer-songwriter, maar wij krijgen, qua smoelenbakkes, dus ongeveer een antipode daarvan op ons bord. Want wij zeggen u, dit heerschap is zó lelijk dat we zijn plaat zelfs geen kans hadden gegeven, mochten we eerst met zijn hoofd kennisgemaakt hebben. Maar nu zijn muziek ons dus als eerste bereikt heeft, hebben we het gevoel niet meer terug te kunnen, niet meer terug te wíllen, eigenlijk. Laten we die smoel dus snel vergeten en het over de, bijwijlen, prachtige muziek hebben.

Want, we zullen het niet onder stoelen of banken steken, wij waren meteen verkocht aan de sound van deze debutant. Het was Duke Special die ons de voorbije weken de mooiste sleper schonk. En het waren zijn liedjes die ons overweldigd op de grond lieten neerzijgen, bang om de lucht in te vliegen als een heliumballon, en nooit meer weer te keren. Hij en niemand anders liet ons de voorbije weken zwijmelen als een verliefde bakvis. Hij, met zijn majestueuze ballads.

We hebben het in het bijzonder over "Freewheel" en "Last Night I Nearly Died", twee absolute meesterwerken van weidse romantiek en niet toevallig de twee singles. Traag en intens als mooie vrouwen, verslavend als coke, met refreinen die u, eens u ze gehoord hebt, met geen moker meer uit uw hoofd zal krijgen. Geen enkele andere song komt zelfs maar tot aan de knieën van deze twee favorieten, maar dat betekent zeker niet dat de rest per definitie slecht is. Wilsons stem houdt zich ergens op tussen die van Tom McRae ("Brixton Leaves") en die van Rufus Wainwright (dat dramagehalte), maar bovenal klinkt hij toch als zichzelf: stijlvol, karaktervol en romantisch als een troubadour die voor de deur van zijn geliefde de nacht in de sneeuw doorbrengt. De hobo die in vele gevallen zijn songs ondersteunt, versterkt die troubadours-feel.

Tijdens nummers als "Wake Up Scarlett" of, wiegeliedje, "Ballad Of A Broken Man" vragen we ons terloops wel eens af waar Duke Special zowel tekstueel als muzikaal precies heen wil — ambieert hij een carrière als pathetische drama-queen of zijn dit gewoon exploten van zuivere melancholie? — en of het eigenlijk allemaal geen naast-de-pot-gepis van jewelste is. Maar in minstens evenveel songs weerlegt Duke Special die gedachte met verve en wijst hij ons met een magistrale ballad terecht. Zo gaan wij ook onvoorwaardelijk, zij het iets minder abrupt dan bij onze favorieten, plat voor het statische "No Cover Up" en het heupwiegende "Everybody Wants A Little Something".

Helemaal tevreden over deze plaat zijn we echter niet, daarvoor zijn de laatste nummers te zwak, en dan spreken we toch wel over één derde van de plaat. "Salvation Tambourine" slaat de bal helemaal mis en eindigt in drammerige hoempapa, en ook de ballads – ja, nóg meer ballads — "Something Might Happen" en het van The Amazing Pilots ontleende "Slip Of A Girl" vallen in dit geheel veel te licht uit, omdat ze gewoon te middelmatig zijn.

Wij herinneren ons een uitspraak van scheefpet Fred Durst, ten tijde van de grote Coldplay-hype in navolging van het succesalbum A Rush Of Blood To The Head: "Het lijkt wel of die kerels van Coldplay de sleutel hebben tot een speciale kamer vol geweldige melodieën." Nu, wij zeggen u, Chris Martin heeft die sleutel gratis en voor niks aan Duke Special gegeven, en die is er enkele van die prachtige melodieën gaan wegplukken. Maar nog niet genoeg om er een hele plaat mee te vullen, jammer genoeg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =