Les Enfants de l’Yser :: Tatave

Kleinkunst, folk, populaire volksmuziek ‘uit de jaren
stillekens’… Noem het zoals u wil, maar we kunnen ons niet
ontdoen van de indruk dat deze termen (en de lading die zij dekken)
een beetje te eng worden bekeken. Voor veel mensen gaat het om een
muziekvorm die nog uitsluitend wordt gebruikt als begeleiding van
vendelzwaaien, rondedansen en ander oubollig volks vertier. Vaak
gaat men er dan ook van uit dat deze muziek wordt gespeeld door
mannen met baarden en sandalen, die hun kinderen Soetkin, Nele en
Marieke noemen en dus ook qua politieke overtuigingen wel totaal
fout moeten zijn.
Een misvatting, want niks is minder waar. Wanneer we vandaag te
maken hebben met een ware folkrevival, dan heeft dat voor een groot
stuk te maken met het feit dat veel van deze muzikanten net wél
durven te experimenteren en te mengen met moderne(re) stijlen en/of
volksmuziek uit andere culturen.

Iemand die dit heeft begrepen en nooit ter plaatse is blijven
trappelen is Wiet Van de Leest. Zijn naam is voor eeuwig verbonden
aan Rum, de legendarische folkgroep met wie hij (vooral) in de
jaren ’70 het mooie weer maakte, en aan Madou, de groep die hij
samen met ex-Rumzangeres Vera Cooman oprichtte (u herinnert zich
misschien de hit ‘Witte nachten’ nog). Ook vandaag nog is Van de
Leest actief. Samen met Dirk Van Esbroeck en Pol Rans blies hij de
oerbezetting van Rum nieuw leven in, en met contrabassist Dajo De
Cauter (Koen De Cauter Trio, De Cauter Quartet, Roland en Steven De
Bruyn), Thomas Devos (Rumplestitchkin) en Tom Theuns (Ambrozijn)
vormt hij nu ook Les Enfants de l’Yser. Voor ‘Tatave’, hun
recentste project, kregen ze de hulp van gitarist Jokke
Schreurs.

Met ‘Tatave’ willen Van de Leest en co een eerbetoon brengen aan
Gustave ‘Tatave’ Viseur, de legendarische swing- en
musetteaccordeonist die in 1915 werd geboren in het Waalse
Lessines, en na de verhuis van de familie naar Parijs al op
achtjarige leeftijd zijn eerste stappen in de muziekwereld zette.
Eerst nog in het orkest van zijn vader, daarna samen met zijn
vriend-accordeonist Charles Bazin. Het was de tijd van de bals
musette, volks vertier dat vooral wordt opgeluisterd met polka’s,
marsen, bourrées en walsen. Omdat de stijl die Viseur gaandeweg
ontwikkelde te wild, te swingend en te modern was, zocht hij zijn
heil in de jazzclubs. Het palmares dat Tatave van dan af bij elkaar
speelde is indrukwekkend: vlak vóór en tijdens de Tweede
Wereldoorlog was hij een gevestigde naam en had hij in de grootste
clubs het podium gedeeld met grote namen als Django Reinhardt,
André Ekyan, Bill Coleman en Edith Piaff. De komst van de rock ‘n’
roll betekende evenwel ook het einde van het tijdperk van de
accordeon. De golden sixties bracht Viseur met zijn accordeon door
in Canada, maar in ’69 keerde hij terug naar de Franse hoofdstad
waar hij vijf jaar later zou overlijden.

Op de cd is evenwel geen noot accordeon te horen, want Van de Leest
speelde de ‘trekzakpartijen’ in op zijn tenorgitaar. De plaat telt
vijftien tracks. Niet alleen composities van Viseur, maar ook eigen
nummers en composities van andere artiesten die passen in de geest
van de swingende zigeunermuziek uit de gloriedagen van de Grapelli
van de accordeon. Instrumentale en gezongen nummers wisselen elkaar
af, om beurten nemen Thomas Devos en Tom Teuns plaats achter de
microfoon. Het eindresultaat is een luchtig, zwierig plaatje dat
met nummers als ‘Groenendaal’ en ‘In het donkerst van de nacht’
toch ook enkele welgekomen rustpunten kent.

En zo komen we weer uit waar we begonnen zijn: Wiet Van de Leest en
Les Enfants de l’Yser hebben met dit project een muziekstijl die
vooral bezuiden de taalgrens erg populair was vertaald naar een
instrumentarium en een vorm waarmee men in onze contreien beter
vertrouwd is. Het eindproduct mag er dus best wezen, maar van
vaklui als Van de Leest, De Cauter, Devos, Theins en Schreurs
hadden we niks anders verwacht!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 14 =