Confuse The Cat :: We Can Do It

De ironie wil dat lijden kunst voortbrengt en twijfel een
voedingsbodem kan vormen voor zelfzekere artistieke uitspattingen.
Grote ego’s hebben immers kleine pietjes en vaak ook nog zieligere,
meer verschrompelde garnaaltjes van songs. Wij denken dan aan de
late Sting, Fred
Durst
en Luke Pritchard (die laatste is uiteraard een grapje,
beste Kooks-fans, vult u de lijst vooral zelf aan). De
nieuwe plaat van Confuse The Cat is het beste bewijs dat
persoonlijke tegenslagen overwonnen kunnen worden en zelfs kunnen
resulteren in onbetwistbare magnum opi. Een ernstige
ziekte verlamde de vleugels van Geert Plessers, frontman van CTC,
voor een hele tijd, maar op ‘We Can Do It’ vliegt de band als een
zelfzekere Icarus richting zon, met een stel puike songs als
onsmeltbaar verenkleed. Plessers kwam, zag en overwon zijn
lichamelijke kwelduivel, reed de Mont Ventoux op en maakte met zijn
band een snedige molotovcocktail van scalpelscherpe postpunk die
vitaler klinkt dan Jean-Marie Dedecker in een wijwatervat van
politieke geloofwaardigheid.

Op hun twee vorige platen opteerde CTC nog voor bedachtzame
indierock die sporadisch klauwde, maar op ‘We Can Do It’ houdt de
groep zich met hun surfplank van onweerstaanbare hooks
zonder problemen staande op de golven van de knetterende postpunk
die ons de laatste jaren overspoelt. Met hun hete explosies van
songs schuurt de band het weifelende, Belgische underdog-imago van
zich af en meten ze zich vol geloof in eigen kunnen met de groten
in het genre (Franz Ferdinand, Maximö
Park
, Bloc Party en Interpol). Terecht,
want nergens wordt het een ongelijke David versus Goliath-strijd
aangezien het heilige gitaarvuur van CTC op geen enkel moment moet
onderdoen voor dat van de genoemde acts. De paradoxale opener
‘Shockwaves’ bezweert de wispelturigheid van het bestaan met een
glinsterende vocale hook, zure tranen van gitaren en
contrasterende, aandoenlijke backings. “She comes through waves
/ Shockwaves / and the end is near”
: we hebben het breekbare
van het leven nog maar weinig vertaald gehoord in zo’n onwrikbare
doch emotionele song. Ook het lieflijk getitelde ‘Principessa’
wringt op een zalige, verslavende wijze: weemoed en woede kruisen
de degens en het gekletter tussen een Goldfrapp-synth en orgastische gitaren laat de strijd
toch onbeslist eindigen. Reken daar nog eens de fijne single
‘Akela’ bij en u heeft een standvastig triumviraat van pure
emotionaliteit met een gevaarlijk randje.

Andere songs op ‘We Can Do It’ laten discrepanties van
gevoelswerelden voor wat ze zijn en gaan recht op hun doel af. Zo
schiet CTC met de zelfzekerheid van Willem Tell het titelnummer op
je af. Vette bassen en cuttermes-gitaren suizen langs je heen,
voortgestuwd door de bijna manische vocalen van Plessers. ‘Expert’
begint als ‘Untitled’ van Interpol, maar de new wave-mist trekt
langzaam op om plaats te maken voor een allesverterend vuur van
gitaareffecten, Vive La Fête-keys en lispelende hi-hats. Zoals
steeds trekt Plessers als een Jan Zonder Vrees aan de kar en de
band volgt hun leider zonder omkijken.

‘We Can Do It’ is geen plaat die levens zal veranderen. Daarvoor
zweeft ze iets te gretig in de slipstream van de contemporaine
postpunk. ‘Who gives a fuck’, horen we u denken en gelijk
heeft u, verdomme. De nieuwe CTC is namelijk één van de meest
verslavende energiebommen die onze cd-speler al heeft getrotseerd
dit jaar. Met een sound die staat als een huis en een pak knappe
songs is het schier onoverwinnelijke aura van de band meer dan
terecht. De elektronische weemoed van de ‘Akela’-remix door
Styrofoam krijgt u er gratis bij. Naar de platenwinkel
spurten om deze uitbarstende vulkaan van gitaargeweld in huis te
halen, is de boodschap. You can do it!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =