Confuse the Cat :: “Als we terugkeren uit Italië, zullen we echt in bloedvorm verkeren”

Wat Geert Plessers momenteel overkomt, doet onwillekeurig toch
een béétje aan het verhaal van Lance Armstrong denken. Ook de
zanger van Confuse the Cat vocht een bittere strijd uit met kanker,
reed enige tijd terug gezwind de Tourmalet op en is aan een heuse
opmars bezig. Al zien we de Texaan niet meteen een plaat maken als
We Can Do It, een fikse portie postpunk van eigen bodem. Plessers
nam plaats tegenover onze Steven en vertelde over zijn ziekte, maar
vooral over zijn passie voor muziek en buitenlandse ambitie.

During the recording process of this intense record, my life
changed in a very different way
: met deze zin opent Geert
Plessers, frontman van Confuse The Cat, zijn dankwoord in het
hoesje van We Can Do It, de derde worp van deze fijne
band. Plessers overwon een ernstige ziekte en kanaliseerde zijn
onstuitbare levensdrang in een Belgische toprelease. ‘We Can Do It’
serveert onversneden postpunk van internationale klasse op een
bedje van contrasterende lyrics. Bij het luisteren naar de plaat
schudt de aarde, slaan seismografen op hol en besef je dat het
epicentrum van de contemporaine postpunk van Groot-Britannië naar
België is opgeschoven. Tijdens het gesprek met enola vertelt
Plessers met evenveel gedrevenheid en passie over de fase waarin
CTC nu verkeert. Uw dienaar had een gesprek met iemand die de dood
in de ogen heeft gekeken, maar de man met de zeis muzikaal op zijn
donder heeft gegeven.

confusethecat1.jpgCarpe
diem

enola: Wie naar de plaat luistert, kan niet anders dan
vaststellen dat het goed gaat met Confuse The Cat.

Geert: Dat denk ik ook. We hebben er dan ook heel hard
voor gewerkt. Er heeft zich een serieuze accentverschuiving
voorgedaan in het geluid van de band. We hebben een stijlbreuk
gepleegd op onze vorige platen en het resultaat zijn intensere,
hardere songs met een flinke portie agressie. Tegelijkertijd hebben
we ook ons best gedaan om de subtiliteit niet te verliezen.
Sommigen maakten bijvoorbeeld de vergelijking met Reiziger, de
vorige band waar ik in speelde. Je merkt aan verschillende zaken
dat het Confuse The Cat voor de wind gaat op dit moment. We
vertrekken bijvoorbeeld binnenkort op tournee door Italië. Daar
kijken we enorm naar uit. Het is al onze derde keer dat we daar
toeren en je merkt dat de rijen fans dikker en dikker worden. Dat
is een verschil met België. Hier zie je geen rijen wachtende mensen
die staan aanschuiven als CTC speelt en dat is daar wel anders. Een
andere vaststelling is dat er steeds meer mensen op onze deur komen
kloppen. We gaan bijvoorbeeld in zee met Live Nation. Al die
elementen wijzen erop dat er iets broeit binnen de band.
enola: Dat is fantastisch want een tijdje geleden heb je nochtans
een zware schok te verwerken gekregen. Kan je daar iets meer over
vertellen?

Geert: Tuurlijk. Het werkt zelfs helend om over m’n ziekte
te praten. Ik heb inderdaad een heel woelig jaar achter de rug want
in februari werd bij mij darmkanker vastgesteld. Dat nieuws kwam
aan als een kopstoot, het was een zeer vreemde en verwarrende
gewaarwording. Een dergelijke ernstige ziekte was namelijk het
laatste waar ik rekening mee hield, omdat ik er een heel gezonde
levensstijl op nahoudt. Ik drink af en toe wel een glas wijn, maar
that’s it. Het was een zware periode, maar ik onthoud
vooral de positieve zaken die aan m’n ziekte gerelateerd zijn. Mijn
strijd tegen kanker heeft bijvoorbeeld een enorme impact gehad op
de plaat. Dat hoor je onmiddellijk. Het klinkt misschien bizar,
maar ik heb uit m’n ziekte ook heel veel voordelen geput en daar
trek ik me aan op. Het is wel zo dat ik nog niet volledig genezen
ben. Ik moet officieel nog vijf jaar wachten om zekerheid te
verkrijgen over een volledig herstel. Ik heb echter wel een goede
prognose want op een groot scanonderzoek van vorige week was niks
terug te vinden. Ik zit op een heel vreemd punt in m’n leven, omdat
ik alles wat gebeurd is moeilijk kan plaatsen. De ziekte heb ik
kunnen plaatsen, maar alles wat erbij kwam kijken was andere koek.
De chemokuren bijvoorbeeld. Die kon mijn lichaam gelukkig nog
behoorlijk goed verdragen.
enola: Het therapeutische effect van je band moet in die periode
cruciaal geweest zijn.

Geert: Absoluut! Muziek is altijd al een therapie voor me
geweest, maar toen en nu meer dan ooit. Weet je wat raar was? Net
toen ik onder het mes moest en geconfronteerd werd met pijnpompen
en dergelijke, kwam ‘Akela’ met een goede rotatie op Stubru binnen.
Ik zat toen echt op een paradoxaal kruispunt van lijden en vreugde.
Toen had ik namelijk nog geen echte verwachtingen voor de plaat,
maar dat is nu wel anders. Het is één van de sterkste platen die ik
ooit gemaakt heb en de dood die om de hoek kwam kijken, heeft daar
een erg belangrijke rol in gespeeld. De verbetenheid die ‘We Can Do
It’ op de luisteraar afvuurt had anders nooit zo groot kunnen zijn.
De eruptie van intensiteit is er des te groter door geworden.
enola: Heeft de band op een bepaald moment stil gelegen door wat
je overkwam?

Geert: Neen. Een goeie maand na m’n operatie stond ik al
op het podium in Leuven met Killing
Joke
. Ik voelde toen de littekens bijna openscheuren, maar ik
moest gewoon.
enola: Waren de artsen daar enthousiast over?
Geert: Tja, ik kon me niet inhouden. Als je 15 jaar lang
opgetreden hebt en die trein valt plots stil terwijl je snakt naar
dat podium, is de drang te groot.
enola: Ik kan me anders wel voorstellen dat de mentale
repercussies door de confrontatie met kanker voor velen te groot
zouden zijn om onmiddellijk de draad weer op te
nemen.

Geert: Ik weet het. Op mij had die ziekte een averechts
effect. Ik begon onmiddellijk plannen te maken en songs te
schrijven. Ze vloeiden gewoon uit m’n pen. De drang om mezelf te
bewijzen tegen mijn lichamelijke duivel was immens en die
bezetenheid was het logische gevolg. In de zomer ben ik
bijvoorbeeld keihard gaan trainen met de fiets en ben ik zelfs de
Mont Ventoux een paar keer opgereden. Ik wou de onrechtvaardigheid
die me werd aangedaan bevechten met alles wat ik in me had.
enola: Door die persoonlijke strijd is spelen bij Confuse The Cat
nu waarschijnlijk een compleet andere ervaring dan
voordien.

Geert: Zeker weten. Ik kon me vroeger al volledig laten
gaan op een podium, maar nu zijn zelfs m’n laatste remmingen
verdwenen. Het kan me geen bal schelen wat mensen van me denken.
Als ik zin heb om het drumstel tot schroot te herleiden, doe ik dat
gewoon. Hoewel ik toch een beetje rekening moet houden met Dirk
Neyens, onze drummer (lacht). Het hoeft echter niet om destructie
te gaan. Het feit dat ik me minder schaam voor bepaalde zaken heeft
ook een constructief effect. Het carpe diem-principe is
een cliché, maar die weg volg ik nu. Muziek is uiteraard een
fantastisch medium om het gaspedaal van m’n leven keihard in te
drukken.

New Order van de Lage Landen

enola: Zou CTC ook de weg van de snedige postpunk gekozen
hebben als je niet ziek was geworden?

Geert: Dat denk ik wel. Iedereen van de groep is fan van
het genre, we zijn er allemaal mee opgegroeid. Het gaat niet om een
trend of een hype. Alles is heel impulsief en instinctmatig tot
stand gekomen in het repetitiekot. Het kan me niks schelen dat onze
muziek op die van Interpol of Editors lijkt. Ik vind dat onze plaat door die
natuurlijke evolutie trouwens toch een eigen gezicht heeft.
enola: Je vernoemt Interpol, maar vanwege je bijna manische
vocalen doet de plaat me nog meer aan Maxïmo Park
denken.

Geert: Dat vind ik een leuk compliment, want ik vind
Maxïmo Park een geniale band. Het is immers een kunst om de goede
balans te vinden tussen catchy en artistiek verantwoord. Zij vatten
die kunst perfect. Hun songs zijn aanstekelijk, maar het worden
nooit halfzachte, hapklare deuntjes. Er zit agressiviteit,
subtiliteit en nostalgie in en dat proberen wij ook te
bereiken.
enola: Net zoals Maxïmo Park spelen jullie met muzikale paradoxen.
De teksten handelen bijvoorbeeld over de onvoorspelbaarheid en
breekbaarheid van het bestaan terwijl de muziek een ongelofelijke
levensvreugde uitstraalt.

Geert: Ik vind het altijd interessant om contradicties toe
te passen. Mensen op het verkeerde been zetten is erg leuk als
muzikant. Wat je zegt, klopt dus wel. In de teksten zit veel
fragiliteit vervat en ik slaak een hulpkreet, maar die steunt wel
op een bijzonder stevige muzikale fundering.
enola: Is dit nu het pad dat Confuse The Cat zal blijven
bewandelen?

Geert: Dat valt niet te voorspellen. We kunnen evengoed
evolueren naar een meer dance-georiënteerde act, de New
Order
van de Lage Landen. Dat weet je niet.
enola: Op deze plaat vallen de synths ook al erg
op.

Geert: Zeker. Sinds vier maanden speelt Dirk Tielemans ook
op synthesizer en dat verleent de plaat een completer en meer
volwassen geluid. Live treden de synths zelfs nog meer op de
voorgrond. De constante bij CTC zal wel altijd de intensiteit zijn,
dat is onze kracht. Die drang om te overtuigen met strakke beats en
sterk aanwezige gitaren, is gewoon essentieel voor de band.
enola: In jullie bio wordt CTC omschreven als ‘zonnige indiepop’.
Die omschrijving gaat nu wel niet meer op.

Geert: Dat is waar. We hebben ondertussen ook een nieuwe
biografie laten maken want die ballon gaat inderdaad niet meer op.
Toch kunnen we die sfeer wel oproepen. In een set proberen we vaak
om uitersten te combineren. Zonnige indiepop moet kunnen volgen op
tragedie en drama.
enola: De oudere songs worden dus live niet in een steviger
postpunk-jasje gestopt.

Geert: Pas op, sommige accenten worden wel degelijk
verlegd. Hoe je zingt, hoe je op het podium staat, dat is allemaal
wel wat veranderd. We spelen nog twee songs van de vorige plaat en
die passen perfect in de set. Als je ‘We Can Do It’ goed
beluistert, hoor je op het eind ook een accentverschuiving richting
psychedelica. ‘The Deepest Blue’ en vooral de afsluiter ‘We Can
Break It’ zijn vervuld van pathos en psychedelisch van
aard.

Gebalde vuisten

enola: confusethecat3.jpgDe
Styrofoam-remix van ‘Akela’ springt ook in het oog en oor. Hoe is
die samenwerking tot stand gekomen?

Geert: Arne Van Peteghem en ik hebben nog samengespeeld in
Kosjer D, een post-hardcore-project. We hebben in het begin van de
jaren negentig nog opgetreden met onder andere Fugazi. We zijn
altijd goede vrienden gebleven en ik ben fan van al zijn projecten.
We wilden echt samen nog iets doen en een remix lag voor de hand,
want daar is Arne heel sterk in.
enola: Ben je tevreden met het resultaat?
Geert:
Het is altijd raar om je eigen song in een ander jasje
te horen. Ik ben zeer tevreden als ik het tijdsschema bekijk waarin
Arne die remix heeft klaargespeeld. Hij zit namelijk tot over z’n
oren in het werk. Persoonlijk had ik sommige zaken wel anders
aangepakt. Voor de zang heeft hij bijvoorbeeld maar één spoor
gebruikt terwijl er verschillende sporen voorhanden waren. Ik
begrijp wel waarom hij het zo gedaan heeft, want je krijgt dan die
typische Styrofoam-sound. Als ik in de toekomst nog met Arne zal
samenwerken, zou ik iets met gitaren willen doen. Hij is zo’n
getalenteerde gitarist. Waarom zou hij die gitaar dan niet mogen
omgespen?
enola: Zelf ben je dus niet zo’n
indietronics-fanaat?

Geert: Niet bepaald, nee. The Notwist vindt uiteraard
iedereen goed, maar voor de rest heb ik het wel even gehad met die
indie-elektronica. Het spijtige aan indietronics is dat het live
vaak zo saai is. Maar goed, dat is hun stijl. Ik speel in een band
waarin vuisten gebald worden en met gitaren wordt gesmeten. Ik zie
niet graag zoutpilaren op een podium, er moet iets te zien zijn.
Actie is voor mij onontbeerlijk als het op gigs aankomt.
enola: Ik heb gelezen dat je eindejaarslijstjes ophangt in je
huis. Welke bands zouden daar dit jaar op prijken?

Geert: (lacht) Het zijn nu eerder maandlijstjes aan het
worden. Ik ben op dit moment volledig kapot van Snowden en The Long
Cut. Het ligt in de lijn van de shoegaze van My Bloody Valentine,
maar dan met een 21ste-eeuwse inslag. Het is ook erg dansbaar en
opzwepend.

La Bella Italia

enola: Terug naar Confuse The Cat dan. Ik kan me voorstellen
dat optreden met deze plaat onder de arm heel plezant
is.

Geert: Dat is zeker zo. We hebben nu ook twintig shows
staan op twee maanden tijd. De honger is erg groot: elke keer als
ik op een podium sta, voel ik me als een kind in Plopsaland. De
band is ook goed aan het roderen. Live is het allemaal veel
strakker. Als we terugkeren uit Italië, zullen we echt in bloedvorm
verkeren.
enola: Waarom Italië?
Geert: Ik heb sowieso een erg goed gevoel bij dat land. We
hebben daar een uitstekende booker die ons schitterende shows
bezorgt in leuke clubs. De respons in Italië is ook veel
uitbundiger dan hier. Belgen zijn gereserveerder, maar dat mag. De
Italianen zijn gewoon passioneler. Dat is nu eenmaal zo. Voor de
rest zijn de landschappen en het eten natuurlijk ook een stimulans
om door Italië te trekken.
enola: De plaat klinkt erg zelfzeker. Trekt dat zelfvertrouwen
zich door in de ambitie om potten te breken in het
buitenland?

Geert: Toch wel. We zijn nu een netwerk aan het uitbouwen
vanuit Italië, want de mensen die daar voor ons werken hebben al
het meeste bereikt. De cd-verkoop loopt daar ook heel goed. Vanuit
Italië kunnen dan links worden gelegd naar andere landen als
Frankrijk en Spanje.
enola: Het doet deugd om nog eens een Belgische band te horen die
zonder schroom zijn buitenlandse ambitie uitspreekt.

Geert: Wat het buitenland betreft, kan het vaak raar
lopen. Met Reiziger betekenden we veel meer in het buitenland dan
in België. Op zich vond ik dat best plezant. In je eigen land God
zijn, is natuurlijk een prestatie. In het buitenland doorbreken,
vind ik echter nog straffer. Veel Belgische bands doen het trouwens
goed in Italië, hoor. Mensen spreken me daar constant aan over
Mauro, dEUS,
Soulwax en Styrofoam.
enola: Nu we het toch over Italië hebben: waarom hebben jullie één
van de songs ‘Principessa’ gedoopt? Een verwijzing naar ‘La Vita E
Bella’?

Geert: Onbewust misschien wel omdat ik een Italo-fan ben.
Voor een stuk gaat die song ook over m’n dochter. Ik zat op een
bepaald moment vast in een bepaalde routine en dat keurslijf werd
thuis gesloopt door m’n dochter. Zij kan me zaken laten
relativeren. Ook een huizenhoog cliché, maar het is gewoon zo. Het
is ook voor haar dat ik me in die routine begeef, want ik moet aan
haar toekomst denken.
enola: Valt de combinatie werk en CTC mee?
Geert: Nu is het druk met de promo van de plaat en de vele
optredens. We staan met vier van de vijf in het onderwijs, dus alle
vakanties gaan vrijwel integraal naar de band. Het regelen van de
tour komt ook voor een groot deel op mijn schouders terecht. Via
Zeal, onze platenmaatschappij, zijn we ook bij Live Nation
terechtgekomen. Zoiets zou ik vroeger niet gedaan hebben, maar dat
is nu voorbij. Via Live Nation krijgen we optredens voorgeschoteld
als de Lokerse Feesten. Dat zijn de shows waar je wat aan kan
verdienen. We moeten alle kansen grijpen die we aangeboden krijgen.
Zeker als je ziet wat mij overkomen is. Daar is dus het
onvermijdelijke carpe diem-principe weer!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − zes =