The Lemonheads :: The Lemonheads

Zat er iemand op een comeback van The Lemonheads te wachten? –
Hoeft er iemand op een comeback van zijn band te zitten wachten om
een nieuwe plaat uit te brengen? – Evan Dando, de man achter The
Lemonheads, meent van niet en maakte gewoon een puike
poprockplaat.

Het laatste wapenfeit van The Lemonheads, ‘Car Button Cloth’,
dateert al van tien jaar geleden, toen u wellicht met een meewarig
hoofd naar die rij flanellen geruite hemden in uw kast stond te
kijken. De band werd min of meer groot in het kielzog van Nirvana
en bij de dood van ene K.C. uit S. gingen de media prompt op zoek
naar een nieuwe heiland van al wat puberend was in die dagen. Evan
Dando leek met zijn bandje een grote kanshebber. De muziek die de
limoenhoofden bracht was catchy, met hier en daar een scherp kantje
en bij tijd en wijlen werd er een van melancholie doorspekte ballad
tegenaan gegooid. Het succes steeg de jonge Dando gauw naar het
hoofd en vele line-upwissels en een spuit of twintig later gaf hij
er in 1996 de brui aan. Een aantal jaar geleden ging de man solo,
al waren The Lemonheads zelf ook nooit veel meer dan een merk
waaronder Dando zijn muziek aan de man bracht, met steeds
wisselende bandleden. De plaat die daaruit volgde, Baby I’m
Bored
, drukte voornamelijk muzikaal perfect uit wat de titel
vertelt. En nu is daar plots een nieuwe Lemonheads. Geheel en al
onverwachts, geen kat die erop zat te wachten, een enkeling slechts
die scheen te weten dat Dando nog niét overleden was aan een
overdosis, maar in elk geval was er niemand die een pláát
verwachtte… Maar toch, ze is daar en het blijkt dan nog een goeie
te zijn ook.

Het album start bedrieglijk met een drietal
mineur-pianoakkoorden, die gelukkig snel plaats ruimen voor een
piepende gitaar, catchy bas op de achtergrond, drumroffeltje… en
we zijn vertrokken. Meer dan de helft van de nummers klokt af onder
de drie minuten, wat bewijst dat Dando wéét waar hij goed in is:
lekkere deuntjes die vooruitgaan. De enige ballad waar we hier op
vergast worden, ‘Baby’s Home’, heeft een fijn walsritme en schopte
het dankzij het beschaafd schurende stemgeluid en de bijtijds heel
erg aanstekelijke arrangementen zowaar zelfs tot favoriet van
ondergetekende. Wat vooral opvalt bij deze plaat, is de – ahum,
moeilijk woord – coherentie. Elk nummer haakt fantastisch goed in
het vorige en het volgende. Dat is bij Dando ooit anders geweest.
Hier wordt de vrolijk ‘herfsterige’ stemming doorgetrokken in elk
stukje gitaargepluk, elke basnoot, elke snaredrumberoering. Dat het
laatste nummer van de plaat, ‘December’, een wat vervelend en
overbodig lang middenstuk heeft, vergeven we hen graag, want met
dit album in je iPod ga je vrolijk de winter tegemoet.

We spreken met ‘The Lemonheads’ geenszins van een aardverschuiving
in het muzieklandschap; zelfs geen zandkorreltje zal door deze
plaat weggeblazen worden. Het album klinkt evenwel behoorlijk
tijdloos. Tenminste, als je met tijdloos gewoon ‘lekker
meefluitbaar’ bedoelt, want over twee jaar is er alweer geen hond
die nieuw werk van The Lemonheads zit te wachten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − dertien =