Natalie Walker :: Urban Angel

In 2000 stonden hiphop-producers Travis en Stephen Fogelman samen
met zangeres Natalie Walker, die ze vonden via een zoekertje op hun
website, aan de wieg van de triphopformatie Daughter Darling. In
eigen beheer brachten ze de puike plaat ‘Sweet Shadows’ (2003) uit.
De combinatie van de ervaren broers en de verfrissende invloed van
de jonge zangeres werkte aanstekelijk en gezien de beperkte
middelen leverde het album toch een bescheiden succes op. Tijdens
de voorbereidingen van de opvolger verliet Walker de groep echter
om een solocarrière na te jagen. Ondanks haar achtergrond in folk
en funk koos ze voor haar eerste eigen album toch weer voor de
richting van dromerige pop en triphop. De drum and bass-bijklank
van Daughter Darling liet ze voor wat het was om zo een eenvoudiger
en meer organisch geluid te bereiken.

Desalniettemin doet de eerste single ‘No One Else’, die over het
voorzichtige aftasten binnen een nieuwe relatie verhaalt, nog sterk
denken aan het vroegere werk. De etherische pianoklanken en zachte
beats vormen dan ook de uitgelezen habitat voor de zijdezachte
vocalen van Walker. Het is bij een eerste luisterbeurt dan ook
meteen duidelijk dat het trippier materiaal de beste
resultaten oplevert. ‘Faith’, de duidelijkste terugverwijzing naar
het werk met Daughter Darling, klinkt heerlijk atmosferisch door de
zwaardere soundscapes en, hoe voorspelbaar ook, de zweverige
rustpauze in het middendeel. Ook ‘Red’, misschien wel het beste
nummer op de plaat, maakt gebruik van dit werkproces en bereikt zo
een geslaagde symbiose tussen electronica en instrumentatie.

Hoewel ze zich het best tot dit materiaal leent, probeert Walker
met dit album ook wat af te wijken van het genre waarmee ze het
meest geassocieerd wordt. Met ‘Waking Dream’ waagt ze zich aan
dromerige electronicapop à la Caroline met een mooie afwisseling
van onderkoeld gefluister en de ijle kopstem. ‘Circles’ grijpt in
de strofen dan weer terug naar de lichte jazz-invloed die ook bij
Fiona Apple (met wie Walker hier ook vocaal te vergelijken valt)
terug te vinden is om voor het refrein over te gaan naar de warme
droompop in het genre van Mandalay. Niet al deze uitstapjes zijn
echter even succesvol: het loungy ‘Quicksand’ klinkt te effen om te
blijven hangen (en vormt zo een slechte keuze als tweede single) en
hoewel de sacharine van de titeltrack niet slecht klinkt, roept het
te sterk het ‘Dawson’s Creek’-sfeertje op. Toch is er op het hele
album maar één echte misser te bemerken, namelijk ‘Rest Easy’, dat
verkeerdelijk kiest voor een flauwe R’n’B-invloed en kortweg te
karakterloos is om overeind te blijven.

‘Urban Angel’ is al bij al een fraaie plaat vol adult pop
geworden. De dromerige navolging van het Daughter Darling-verleden
levert nog steeds het beste materiaal op, maar toch verdient Walker
ook krediet wanneer ze buiten die lijnen kleurt. Uiteindelijk
blijft haar stem haar grootste troef en de spil waarrond de nummers
draaien. De broertjes Fogelman zullen het dan ook moeilijk hebben
om een nieuwe zangeres van hetzelfde kaliber te vinden ter
voortzetting van hun groep. De eenvoudige pianoballads ‘Right Here’
en ‘Sanckens Doll’, die doen denken aan de Italiaanse Elisa, zijn
nog het beste bewijs van deze vocale expressiviteit. Enkele tracks
zijn wat flauwer uitgevallen en hier en daar had er wat meer
edge mogen zijn, maar al bij al is dit een lieve, zoete
plaat geworden die menige winteravond zal kunnen opwarmen.

www.natalie-walker.com
www.myspace.com/nataliewalkermusic

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 4 =