Krakow :: Home

Herk-de-Stad. Een plaatsje tussen Hasselt en Diest dat zijn anonimiteit enkel verliest tijdens het eendagsfestival dat er ieder jaar plaatsvindt, en verder enkel een hoofdrol speelt in één van de flauwste moppen die we ooit hoorden ("Waar is het Dorp naartoe?" – no kidding!). Maar bij Herk-de-Stad kan nu ook aan Krakow gedacht worden, al is er ditmaal geen reden tot paniek.

Krakow is een geladen naam. Je verwacht eigenlijk hondsbrutale, ijskoude industrial zonder menselijk gezicht, of op z’n minst steenkoolzwarte gitaarnoise die het moet hebben van gierende feedback, dissonant gerotzooi en een onapologetische rochel in het aangezicht van de goede smaak. Niets is echter minder waar, en geweld komt er al helemaal niet aan te pas. Krakow is namelijk de band die Piet de Pessemier (ex-Monza) voor de millenniumwisseling oprichtte met de bedoeling slenterende songs op te nemen, schaduwrijke soundtracks bij onuitgesproken ongemakken en tergend traag uitdovende relaties. Het is een stijl die beter bekend staat als slowcore, al is Krakow een van de eerst Belgische bands die het met overtuiging weet te brengen. Zo overtuigend zelfs, dat het vijftal het schopte tot de finale van Humo’s Rock Rally eerder dit jaar.

Een album is intussen in de maak, maar de e.p. Home werd naar voren geschoven als amuse-boucheke. Het resultaat, al is het bezwaarlijk vernieuwend te noemen, is best geslaagd. In een genre dat het niet moet hebben van inventieve songstructuren en technische hoogstandjes slaagt Krakow er prima in om met een beperkt arsenaal aan middelen, geluiden en kleuren te doen wat van hen wordt verwacht. Sfeerschepping, subtiele accentjes en vocale harmonieën staan voorop, en daarmee sluit de band aan bij voor de hand liggende namen als Low, Red House Painters en Sparklehorse. Het titelnummer, dat wordt gedragen door het contrast tussen een doorrookte bariton en de lichthese zang van Niné Cipoletti, doet dan weer denken aan de plaat die Mark Lanegan en Isobel Campbell maakten, en krijgt als mooie extra een accordeonbijdrage van bassist/zanger Gert Cools mee.

Met z’n stemvervorming en iets rijkere productie is "All Our Lies" een uitschieter die herhaaldelijk de geest van Mark Linkous weet binnen te smokkelen. Vrolijk wordt een mens er niet van, maar als het refrein zich na anderhalve minuut ontvouwt, en de stemmen van Cipoletti en de Pessemier een vrijpartij aangaan op gruizige gitaren en twijfelend drumgestreel, dan is het kippenvel niet ver weg. "Miss Insecurity" is minder sterk, maar wordt nog maar eens over de streep getrokken door de zangeres, die zonder frivoliteiten de song boven de monotonie uittilt. Afsluiter "Software Love" sluit dan weer nauwer aan bij het geluid van "All Our Lies" en eist 100% aandacht en gespitste oren: stiller dan dit klonken weinig Belgische bands ooit.

Het gebrek aan volume en de zelfopgelegde restricties staan nergens in de weg van de zeggingskracht en de band slaagt er goed in zoveel mogelijk te halen uit deze beperkingen. Ze halen daarbij nog niet het niveau van de buitenlandse voorbeelden, maar deze vier songs bewijzen dat de groep niet zonder reden in de watten wordt gelegd door de Belgische concertpromotoren. Wat we zelf doen, doen we (nog) niet beter, maar we doen het wel goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 4 =