Abril Despedacado





105 min. / Brazilië /2001

Wie aan Braziliaanse cinema denkt, denkt automatisch aan Walter
Salles en wie Walter Salles zegt, fluistert in één adem ‘Central do
Brazil’. Maar ‘Abril Despedacado’ moet ondanks een iets minder
straffe plot zeker niet voor ‘s mans bekendste werk onderdoen. Dit
is één van die films waarbij je vanaf het eerste moment weet: dit
zit juist. Al vanaf de eerste scène, waarin het jongetje zonder
naam door het struikgewas de ochtend tegemoet loopt, was ik
gebiologeerd. Het is één van die zeldzame films die een mens
euforisch stemt. Een film waarvan ons bomma zou zeggen: “zo schoon,
mijn kind” en je alleen maar ja kan knikken omdat er een hele krop
sla je keel blokkeert. Onze taak om zo’n stukje pelliculeplezier in
het archief een ereplek te geven. Vergeef me als ik even wat
lyrisch word…

Het hoeft niet altijd zo ver gezocht te zijn. ‘Abril Despedacado’
heeft maar een eenvoudig vendetta – verhaal. Ergens in Brazilië in
een petieterig dorp leven twee broers met hun ouders van het
verbouwen van rietsuiker. Hard labeur voor weinig geld, zeker nu de
naburige familie nog eens een groot stuk grond heeft ingepikt. De
vete die eruit voortvloeide houdt al jaren aan. Familievetes zijn
vaak te absurd voor woorden. The Capulets en the Montagues streden
dan nog tegen elkaar in mooi proza, hun daden hadden hetzelfde
gruwelijke resultaat. Maar we zien het graag. Om een stukje land,
een hoopje geld of voor dat drieletterwoord ‘eer’ doen mensen
namelijk de zotste dingen. Elkaar afmaken, omdat je voorouders dat
nu eenmaal ook deden bijvoorbeeld.

De film opent met een shot van een bebloed hemd, dat hangt te
wapperen in de wind. Het is het hemd van Inácio, de oudste zoon van
het gezin, die werd vermoord door de vijand. De ‘traditie’ wil dat
het hemd van het vermoorde familielid in de zon wordt opgehangen.
Van zodra de bloedvlek vergeeld is, kan de wraakactie beginnen en
is de moordenaar niet meer veilig. Oog om oog, tot iedereen blind
is. De tweede zoon, Tohno, vervult zijn plicht in een adembenemende
achtervolgingsscène door het takkengewas en wreekt zijn broer.
Vanaf dan is ook zijn leven een tikkende tijdbom. Waar ze de
Engelse titelvertaling “Behind the sun” vandaan hebben, is me weer
eens een raadsel. ‘Abril Despedacado’ betekent: ‘Een breuk in
april’
en vat Tohno’s situatie perfect samen: de maand april
waarin alles plaatsvindt, wordt verscheurd: Tohno’s leven wordt
opgedeeld in een ‘voor en na’, zijn gewone leven zoals hij dat al
20 jaar leidde en de korte tijd die hem nu nog rest. Boven Tohno
hangt een zwaard van Damocles te bengelen, een dreiging die de hele
film lang te voelen is.

Verteller van dienst is de jongste broer, een mondige kerel met
veel fantasie en een oneindige liefde voor zijn grote broer.
Wanneer hij het circusduo Salustiano en Clara ontmoet, krijgt hij
van hen een boek over de kleine zeemeermin cadeau. Hij kan zelf
geen letter lezen, maar verzint bij de tekeningen een hele
fantasiewereld, die hem een vluchtweg bieden uit zijn harde
bestaan. Wanneer ook Tohno kennis met hen maakt, komen de hormonen
het toneel op geslopen en leert hij voor zijn nakende dood toch nog
de liefde kennen met Clara. In zijn hoofd begint daardoor de strijd
te woelen tussen luisteren naar zijn vader of voor zichzelf
opkomen: wil hij rondjes draaien zoals de hardwerkende ossen rond
de suikerrietmolen en vastroesten in de uitzichtloze vicieuze
cirkel van haat? Of wil hij gracieuze cirkels schrijven in de lucht
zoals het meisje in het circus, gelukkig en vogelvrij?

Je merkt het, Walter Salles houdt wel van een goede portie
symboliek. De film zit er vol van. Herinner je je de scène waarin
Gael García Bernal de rivier overzwemt in ‘Diarios de Motocicleta’
(ook van Salles)? Dat was er net iets over, maar in deze film is
het aandeel van de symboliek een constante, waardoor het niet
storend werkt, maar net heel verrijkend is. Het verhaal wordt
duidelijk visueel ondersteund, er wordt niet zoveel verteld, de
beelden vullen de rest aan en reiken de nodige verklaringen. En de
beelden zijn heerlijk. De film is visueel subliem en telt enkele
oogverblindende momenten. Tohno’s achtervolgingsscène door het
takkengewas bijvoorbeeld, die onder heftig gehijg van de twee enorm
beklemmend werkt. Maar het mooiste moment uit de film is dat waarin
Clara aan een touw door de lucht vliegt. Salles toont het tafereel
van verschillende kanten: eerst van ver, dan steeds dichter, dan
langs onder, zodat we het goed in ons kunnen opnemen.Tussendoor
klinkt haar gelach. De perfecte visualisering van vrijheid.

Salles speelt ook graag met kleurcontrasten: zo is er het contrast
tussen de felle zon en de helderblauwe lucht met spierwitte wolkjes
en de bruine, bezwete lijven van het boerengezin. De felverlichte
hete dagen staan visueel in contrast met de nacht, waarin de
gezichten enkel met kaarslicht verlicht worden. De dag betekent
hard werken, de donkere nacht brengt rust, maar ook angst: beide
broers hebben te lijden onder nachtmerries. De vele close-ups laten
vooral de ogen vertellen wat het hart verzwijgt. De twee broers
acteren voortreffelijk, vooral de jonge snaak speelt met een
natuurlijke flair.

‘Abril Despedaçado’ speelt zich af in 1910, maar brengt iets van
alle tijden. Ook de setting is inwisselbaar zo blijkt, want het is
gebaseerd op een roman van Albanese schrijver Ismail Kadaré.
Vandaar misschien de soms wat schrijftalige, zware dialogen als “ik
zag ooit twee slangen vechten, de ene beet in de staart van de
andere. Ze aten elkaar op tot er niets overbleef, alleen een plas
bloed.” (Bij deze nog een bijtende metafoor voor wraak als
afsluiter.)

Hou een klein zakdoekje klaar, ‘Central do Brazil’ was al een echte
Kleenex-film (en dan niet zoals ‘Deep Throat’ een Kleenex-film is),
en hoewel ‘Abril’ geen overweldigend verhaal heeft, is hij visueel
nagenoeg perfect. Een ontroerende film met een ziel, die binnen
twintig jaar nog overeind zal staan. Dit is toch waar we het voor
doen, niet?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =