Dazed and Confused




Nixon en het Watergate-schandaal, die verdomde Vietnamoorlog,
barstende oliecrisissen en een drukkende economische recessie. Het
is slechts een greep van wat die machtige United States of America
te verduren kreeg in de jaren zeventig. De revolterende
sixties waren voorbij, ABBA en The Bee Gees maakten de
disco’s onveilig en er ontstond een counterculture van
Amerikaanse niksnutten die zich meer zorgen maakten over hun
voorraadje weed dan wat anders. De volwassenen werden minder
streng, het beleid op scholen en universiteiten versoepelde en het
langharige tuig werd iets minder scheef bekeken als een gevaar voor
de maatschappij. Ziehier de slacker-generatie van ‘Dazed &
Confused’, een bende jongeren die de tijd van hun leven beleven,
ook al zijn ze vaak te stoned om dat te beseffen. Linklater nodigt
ons uit voor een autobiografische nostalgietrip naar een tijd toen
jongeren doelloos rondliepen op zoek naar een beetje verstrooiing,
voornamelijk in de vorm van vrouwen, bier en softdrugs. Al bij al
is er dus nog niet zoveel veranderd.

Een echt verhaal hoef je niet te zoeken in ‘Dazed & Confused’.
Net zoals bij zijn debuutfilm ‘Slacker’ kiest Linklater voor een
plotloze aanpak om zijn onderwerp voor te stellen. Als een soort
‘het leven zoals het was: de jaren zeventig’ volgen we een tiental
verschillende tieners op de laatste schooldag van het jaar. De
bijna-laatstejaars maken zich klaar om de eerstejaars te ontgroenen
(de jongens krijgen slaag, de meisjes worden vernederd). De
rookies houden hun hart vast, terwijl de seniors al
uitkijken naar de geplande fuif die de zomer feestelijk moet
inzetten. En dat is het dus, niks meer en niks minder: een avondje
meefuiven met deze coole tieners op de zalige rockmuziek van de
seventies (‘Sweet Emotion’ van Aerosmith zet tijdens de
openingsscène onmiddellijk de toon).

Laten we even de belangrijkste dudes voorstellen. Zonder van
een echt hoofdpersonage te spreken krijgen twee tieners toch net
iets meer aandacht dan de rest: Pink (een voortreffelijke Jason
London), de populaire quarterback die onder druk wordt gezet
door zijn sportleraren omdat hij teveel omgaat met dopesmoking
losers
en nieuwkomer Mitch (Wiley Wiggins) die de symbolische
fakkel (of joint in dit geval) overneemt van Pink. Lopen ook in de
buurt: Slater, de ultieme slacker die constant stoned
rondloopt en ervan overtuigd is dat de eerste Amerikaanse president
een pothead was, Mike en Tony, twee nerds die voor de
verandering ook wel eens een avondje willen drinken en feesten, O’
Bannion (Ben Affleck), een irritante bully die niemand echt
afkan en Wooderson (een besnorde Matthew McConaughey in een strakke
roze jeans, bitchin’), een leeghoofd die al een tijdje is
afgestudeerd maar nog steeds bij de studenten rondhangt voor de
meisjes.

Van ver lijkt de opzet van ‘Dazed & Confused’ niks meer dan een
zoveelste tienervehikel dat op z’n American Pie’s een stereotiepe
en oppervlakkige weergave biedt van het Amerikaanse tienerleven
(Met Sean William Scott’s Stiffler als deprimerende dieptepunt). De
verrassing van ‘Dazed & Confused’ is niet dat die stereotiepen
worden weggelaten, maar dat Linklater ze nergens goedkoop uitholt
of gebruikt om te scoren met infantiele humor. Elk personage komt
ontzettend spontaan en naturel over en dat zorgt ervoor dat je vrij
snel sympathie krijgt voor die rebelse tieners. Pink is dan wel die
populaire sportgast die door elk kliekje op handen en voeten wordt
gedragen, hij komt ook effectief over als een sympathieke jongen
waar je gerust een pint mee wil pakken. Het is een subtiele
toevoeging en het maakt ‘Dazed & Confused’ veel meer dan een
banale Amerikaanse tienerkomedie.

Eigenlijk heeft ‘Dazed & Confused’ meer gemeen met ‘American
Graffiti’, de 60s nostalgie-uitstap van George Lucas. Net zoals in
die film wordt een bepaalde periode als raamwerk gebruikt om een
tijdsgeest en jongerencultuur tot leven te brengen. Voor mensen die
er bij waren is het een trip down memory lane en voor de
groep die er niet bij was werkt het als een tijdsmachine. Zowel
Lucas en Linklater gebruiken enkel hun leuke herinneringen om een
feelgoodfilmpje te maken (je wilt gewoon geloven dat het zo
ontzettend leuk was in die Amerikaanse randsteden van de jaren
zeventig) en laten cynisme en bitterheid volledig achterwege. Hier
en daar gebruikt Linklater een beetje ironie (tieners die hopen dat
de jaren tachtig absoluut geweldig gaan worden, yeah right) maar
die prikken blijven zuinig en na de film zal je vooral de wilde
feesten, de knappe grieten en de coole dudes
onthouden.

Ik moet toegeven, ik ben een beetje een Linklater-groupie. Ik was
op slag verliefd op ‘Before Sunrise’ (en het uitstekende vervolg
‘Before Sunset’), hij deed m’n
wenkbrauwen fronsen (op een goede manier) met ‘Waking Life’ en
zelfs de mainstream-familiekomedie, ‘The
School of Rock’
, was geweldige fun. Hij is intelligent, durft
wel eens de filosofische toer op te gaan en levert vaak
persoonlijke en oprechte films zonder ooit z’n cool te verliezen.
‘Dazed & Confused’ is zijn seventies-dagboek, ik durf er
m’n kop op te verwedden dat zowat elk personage uit die film op één
of andere manier wel uit de jeugdjaren van Linklater is geplukt
(het feit dat een paar ex-klasgenoten van Linklater hem een proces
aansmeerden omdat een aantal personages iets teveel gelijkenis
vertoonden zegt al veel). Dit zijn geen kartonnen karikaturen
afkomstig uit een kunstmatige Hollywood-kelder, dit zijn
Linklater’s persoonlijke herinneringen die werden vereeuwigd in een
heerlijke relaxte prent.

‘Dazed & Confused’ betekende voor heel wat acteurs hun grote
doorbraak. McConaughey en Affleck zijn uitgegeroeid tot
Hollywoodsterren (hoewel de carriére van die tweede de laatste tijd
nog bitter weinig voorstelt) en ook Joey Lauren Adams (bekend van
‘Chasing Amy’), Milla Jovovich, Cole Hauser en zelfs Reneé
Zellweger (die gewoon eens voorbij loopt) vinden we terug onder de
vele piepjonge tienergezichten. Het is grappig om te weten dat voor
velen ‘Dazed & Confused’ ongetwijfeld één van de betere films
op hun cv zal blijven.

Hét moment om te onthouden: Matthew McConaughey die met zijn
opvolgers Jason London en Wiley Wiggins in slow-motion een
biljarthal binnenwandelt op de ‘The Hurricane’ van Bob Dylan. Het
is door dat soort momenten dat ik ‘Dazed & Confused’ met veel
plezier die vier bolletjes gun en iedereen aanraad om tussen de
zomerse festivals, barbecues en feestjes door deze film te gaan
opzoeken. Het maakt mij niet uit of je hem dronken, stoned of
nuchter bekijkt, zolang je ‘m maar gezien hebt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 5 =