Mary Coughlan

Voor de tweede keer in de zovele concerten die ik al bijwoonde,
kwam ik bijna te laat. Het restaurant waar we vooraf de
honger-die-nog-moest-komen stilden was de boosdoener. Gelukkig niet
veraf van de AB, renden we, na de rekening vereffend te hebben,
naar de concertzaal. Het was er onheilspellend stil. Haast niet
vertragend, stormden we de zaal binnen. Het concert was nog niet
begonnen, en het leek erop dat de concertgangers al evenmin waren
komen opdagen. We namen plaats op de tweede rij en wachtten
geduldig af. Ondertussen kwamen de fans binnen. Groepjes
kwetterende veertigers, en het zag er naar uit dat de Ierse
Gemeenschap in Brussel massaal was afgezakt naar de AB. Tegen half
negen aan zat de zaal goed vol, niet uitverkocht, maar niet zo
schaamtelijk leeg als toen we binnenkwamen.
Twee weken eerder had de in het Ierse Galway geboren en getogen
Mary Coughlan (spreek ‘Cocklen’ uit) haar vijftigste verjaardag
gevierd en die zaterdagavond trad ze in ruim een half jaar voor de
tweede keer op Belgische bodem op.

Pianist en gitarist kwamen onder niet echt gedoofde zaallichten het
podium op en zetten het eerste nummer in. Een halve minuut later
stapte Coughlan het podium op. Het was even kijken, want
niettegenstaande ze in een galakleed verpakt was, kon ze enige
boertigheid in haar présence niet verbergen. Ze straalde echter een
joie de vivre uit die deed vermoeden dat we een plezante
concertavond tegemoet gingen.

Bij de eerste noten van ‘Laziest Gal In Town’ mocht het duidelijk
wezen, de stem zat er pal op en Coughlan zong met een gemak dat
doet vermoeden dat ze vijftig jaar terug al zingend het leven is
ingekomen. In de jaren ’80 werd ze ontdekt door de Nederlander Erik
Visser, die haar vanachter het aanrecht haalde en de muziekstudio’s
en -wedstrijden in duwde. Haar eerste langspeler ‘Tired And
Emotional’ werd in Ierland een hit van formaat en de samenwerking
met Visser zou blijven duren. Na enkele jaren van weliswaar
kwalitatieve creativiteit op haar eentje vond ze de weg terug naar
Visser en een nieuwe plaat zou er dit jaar nog komen. Getuige
daarvan was het nieuwe nummer dat ze bracht mét Erik Visser, die
voor de gelegenheid het podium opstapte en haar op gitaar
begeleidde. Hij kondigde, op vraag van Coughlan, het daaropvolgende
nummer aan in het Nederlands. Het werd ‘Not Up To Scratch’, een
vertaling van Boudewijn de Groots ‘Beneden Alle Peil’. En dat
Coughlan de muziek van de lage landen kende, is doorheen haar
carrière steeds duidelijk geweest. Ze bracht die avond ‘Just A
Friend Of Mine’ van Vaya Con Dios en ‘Hearts’, een vertaling van
Jacques Brels ‘Les Coeurs Tendres’. Steeds wist ze de nummers
compleet naar haar hand en stijl te zetten, alsof ze voor haar
geschreven waren.

Tussen de nummers door nam Coughlan de tijd om bindteksten te
vervangen door kleine verhaaltjes, echter wel met het oog op het
nummer dat zou komen. ‘The Beach’ werd ingeleid met een mop over
een bikini, ene Dr. Brown en zijn afkeer van ‘two piece swimming
suites’. Ze werd woedend, wat ook hoorbaar was in het nummer, als
ze het over de Magdalene Laundries had, en ze vertelde over de
lezersbrief aan een tv-zender nadat ze er ‘Seduced’ had gebracht.
Tijdens dat verhaal wist ze zichzelf nog in de woorden van de
auteur te omschrijven als een hardboiled perverted lesbian
bitch
. Voor ‘Mama Just Wants To (Barrelhouse All Night Long)’
verduidelijkte ze dat ze zelf pas recent ontdekte dat het nummer
over dansen gaat en niet over you-know-what. En dat deed ze
doorheen het concert constant, een vrijpostigheid die maar al te
vaak terugkeert naar datzelfde onderwerp; mannen en seks. Ze
kondigde ‘Not Up To Scratch’ af met een schreeuwend ‘All Men Are
Bastards’. In de eerste bis ‘Nobody’s Business/The Tango’ verving
ze de regel ‘If I go to church on Sundays, then cabaret all day
Mondays
‘ door ‘…then divorce all day Mondays‘.
Coughlan heeft vijf kinderen en versleet mannen als zakdoeken. Ze
zoop en ze zoop zich te pletter. Iets waar ze vrij openhartig en
luchtig over praatte als inleiding tot het overweldigende ‘Still In
Lov’e, één van de, zoniet dé beste, love-gone-wrong songs die ik
ken.

In haar verslaving en mannenmisérie, en een mysterieuze ziekte die
haarbijna definitief velde, is ze zich gaan spiegelen aan Billie
Holliday. Zes jaar terug nam ze een dubbel-cd met alleen
Holliday-nummers op. Ze bracht er enkele en hoewel technisch
correct, verloor het concert telkens een beetje drive. Ze overdreef
niet met de Holliday nummers, wat het concert ten goede kwam. Ze
keerde heel ver terug in de tijd en bracht hernieuwde versies van
oude klassiekers uit haar carrière. Ze coverde voor de zoveelste
keer het van Chicken Sack geleende ‘I’d Rather Go Blind’, waar ze
uiterst toepasselijk ‘Send In The Clowns’ aan breide. Een sobere
versie van ‘Ancient Rain’ verwees het origineel naar de prullenbak.
Ze kreeg ooit van Mark E. Nevin (bekend van Fairground Attraction
en Kirsty MacColl) ‘Like A Leaf’ en meldde met enig misprijzen dat
iedereen Nevin wel kende van die ene hit ‘(it’s got to
be-e-e-e-e-e-e-e-e-e) Perfect’, maar dat haar nummer veel beter
was. En alles gebeurde met een sappig en diepgeworteld Iers
accent.

Ze stapte een tweede keer het bis-podium op om in haar eentje
‘Strange Fruit’ ten hore te brengen. Het was een waardige afsluiter
en een kippenvelmoment. De emotionele acapellaversie dompelde de
zaal onder in een geweldigestilte.

Na het concert signeerde Coughlan haar cd’s in de foyer. Ze heeft
haar eigen platenlabel opgericht, Hail Mary Records (opnieuw die
Ierse humor) en is van plan een zoveelste start te maken. Het is
haar gegund. Wie een zaal twee uur kan boeien, verdient het te
kunnen leven van wat ze beter doet dan anderen. En Mary Coughlan is
een geflipte, maar steengoeie performer, die beter zingt en
interpreteert dan het gros van de would-be jazz- en bluesfenomenen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =